€ 14,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Wat zegt ie nou?

Belevenissen van een logopedist

Frans Teunissen • boek • paperback

  • Samenvatting
    ‘Naar de spraakleraar?
    Wat een onzin, praten kan ik heus wel.’
    Er is veel onbegrip over het vak van logopedist.
    Oud-logopedist Frans Teunissen (91) blikt terug op
    het vak dat hij 33 jaar lang heeft beoefend in Heemskerk. Dat terugblikken doet hij aan de hand van boeiende belevenissen uit zijn eigen praktijk.

    In zijn uit het leven gegrepen verhalen geeft hij en passant een verhelderende kijk op de vele aspecten van zijn geliefde vak. Wat kan de logopedist betekenen voor de stotteraar? Of voor een cliënt die geopereerd is aan keelkanker, of voor iemand die door een beroerte zijn spraakvermogen heeft verloren? Ook ‘gewone’ mensen kunnen baat hebben bij een behandeling. In de korte verhalen wisselen ernst en humor elkaar af.

    Frans Teunissen studeerde logopedie, filosofie en theologie. Tevens is hij klassiek opgeleid als zanger.
    Ook in de zangkunst heeft hij zijn sporen verdiend.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 130mm x 200mm
    Aantal pagina's : 156
    Uitgeverij : ROETZ - HTGP
    ISBN : Geen
    Datum publicatie : 08-2017
  • Inhoudsopgave
    EEN VIES VAK? 1
    DE SPRAAKLESMENEER 8
    aLS EEN HANDELSREIZIGER 15
    DAG SINTERKLAAS 25
    DE BAARD IN DE KEEL 34
    MET DE BENEN OP TAFEL 39
    ME MOEDER HEB WURME 44
    pas op! KIJK UIT! 48
    HOE NAT WAS IE NOU? 54
    DE STOTTERENDE MELKBOER 59
    VAN EEN PATERTJE MET EEN HOEDJE 64
    ZITTEN OP EEN CITROEN 74
    EEN DAGCRÈME 78
    HET DODE VOGELTJE 85
    DOMINEE VASTERMAN 91
    OPA PRAAT DOOR EEN PIJPJE 98
    NOG MEER VAN HETZELFDE 108
    CAREL HAD GOED GEBOERD 112
    WAT EEN GEfrumMEL 121
    NOG MEER GEFRUMMEL 128
    BIANCA 130
    HET SPIEKBRIEFJE 135
    MIJN LAATSTE PATIëNT 142
    DEVIES 148
    NASCHRIFT 151
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 14,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
Retourneren binnen 14 dagen*
Deel via 

Fragment uit het boek

EEN VIES VAK?

Tjonge, wat heb ik een hekel aan recepties. Je bent vanwege een uitnodiging meestal wel om een of andere reden verplicht er heen te gaan; het zou je kwalijk genomen worden als je verstek liet gaan; maar liever bleef je thuis. Je komt binnen, en staat heel vaak meteen tussen een gezel­schap van mensen waarvan je hooguit een enkeling kent; en een andere keer ken je desnoods, buiten de gastheer en gastvrouw, helemaal niemand van het bijeengegaarde gezelschap. Maar goed, je meent op een gegeven moment een enigszins bekend gezicht te zien, en je denkt dat je met die persoon mis­schien wel een praatje zou kunnen maken; maar onderweg naar die persoon vraag je je ineens af hoe hij nou ook weer heet, en of je je eigenlijk niet in de persoon vergist, en om een flater te ontlopen draai je een kwartslag, en zoekt het in een andere richting. En dan komt er opeens iemand met uitge­stoken hand op je af, noemt je bij de naam, schudt je de hand, begroet je aldus allervriendelijkst, en begint een heel ge­sprek wat je absoluut niet plaatsen kunt. Om zulke situaties op te vangen heb je in de loop der tijd wel een paar algemene trucs verzameld, maar die gaan niet altijd op. En als zo ie­mand het dan gaat hebben over een familielid dat jij met zo­veel succes behandeld hebt -”weet u nog wel?”- dan kan de toestand toch heel precair worden, en wacht je angstig het moment af waarop je tóch de niet langer te ontwijken flater slaat.
Ook kan het gebeuren, dat je met een willekeurig iemand in gesprek raakt, soms zo maar iemand die, net als jij, uit­ziet naar een persoon om tegenaan te kletsen om al conver­serend de tijd zijn werk te laten doen.
Na het goede en het slechte weer uitvoerig besproken te hebben, en samen tot de conclusie gekomen te zijn dat de vorige zomer eigenlijk zo tegenviel, en dat er in die zomer veel meer regen was geval­len dan in de zomer daarvoor, en dat we maar hoopten dat het dit jaar weer eens een echte ouderwetse prachtzomer zou wor­den -want vroeger waren de zomers veel mooier-, zoek je toch een onderwerp met een wat meer substantiële inhoud. Dan begint het elkaar aftasten, het zoeken naar het niveau waarop je je wat zinvoller met elkaar kunt meten. Dan vra­gen beide partijen zich in stilte en in het geniep af wat de ander nou eigenlijk wel voor de kost zou doen en in welk vlak de interessen zouden liggen. Enfin, als dan van mijn kant de onvermijdelijke aap uit de mouw komt, en ik beken dat ik lo­gopedist ben, kunnen de reacties op deze mededeling heel uit­eenlopend zijn. Sommigen zijn duidelijk op de hoogte; zij we­ten inderdaad wat een logopedist is, en dan kan er zich een heel aangenaam en interessant gesprek ontwikkelen. Anderen vragen of je het woord nog eens wilt zeggen, “want ik heb u niet goed verstaan; het is hier ook zo’n lawaai”. Soms zeggen zij die er in de verte wel eens iets over gehoord hebben zo iets als: “Oh, dan doet u zeker iets met kinderen die slissen en zo?”, zonder je duidelijk te maken wat ze met dat “en zo” bedoelen, én dat zelf ook niet zouden weten. “En doet u ook iets met stotteraars?” Veel verder komen ze dan meestal niet, of het moet zijn dat ze beginnen te vragen hoe stotteren nou eigenlijk komt, en of er werkelijk wel iets aan te doen is. Want ze hebben er een gekend, die en dan komt er een heel lang verhaal waar jij als logopedist, bij ge­brek aan voldoende relevante achtergrond-informatie toch ook geen kant mee op kunt. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen
Volg ons op pijl