€ 9,50

PRINT boek

  € 32,50

ePUB ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur


  • 1918-1924 (boek)

  • 1915 (boek)

De Kronieken van de Westhoek - deel 5 -

Ivan Vanherpe • ebook • pdf

  • Samenvatting
    Na de introductie van de eerste vier delen van zijn 'Kronieken van de Westhoek' vorig jaar, brengt Ivan Vanherpe in de herfst van 2015 een vijfde deel van deze reeks op de markt.

    Met dit deel, een lijvige turf die wemelt van de streekgeschiedenis, legt de schrijver weer al zijn vertellende troeven op tafel. Onder de noemer; 'Vlaamse geschiedenis zoals u nog nooit beleefd hebt', interpreteert hij vergeten kronieken en tovert hij die om tot genietbare stukjes geschiedenis voor jong en oud.

    Zijn make-over en zijn vaak persoonlijke commentaar hierbij zorgt voor een verrassende kijk op het verleden van de regio's Ieper, Poperinge, Diksmuide, Nieuwpoort, Veurne, Wervik, Brugge en bij uitbreiding dat van heel Vlaanderen.

    In dit vijfde deel ligt de focus vooral op de 15de eeuw, maar de auteur staat eveneens stil bij het Romeinse verleden van Wervik en bij de ontstaansjaren van Brugge en Vlaanderen. Bijzonder intrigerend is zijn versie van het dagboek van de Brugse notaris Galbert, geschreven rond 1125, toen de meeste van onze West-Vlaamse dorpen eigenlijk niet meer waren dan landbouwexploitaties. Het zorgt voor een bevreemdend beeld van onze eigen streek.

    De Kronieken van de Westhoek lezen als een roman, maar zijn zo opgebouwd dat de lezer kan inpikken in de paragraaf van zijn of haar keuze. De bereikbaarheid en de toegankelijkheid van het verleden blijven hierbij altijd prioriteit nummer één.
  • Productinformatie
    Binding : PDF
    Auteur : Ivan Vanherpe
    Bestandstype : PDF
    Distributievorm : Ebook (digitaal)
    Aantal pagina's : Afhankelijk van e-reader
    Beveiliging : Geen   Informatie 
    Uitgeverij : Pumbo
    ISBN : Geen
    Datum publicatie : 07-2017
  • Inhoudsopgave
    Kronieken van de Westhoek
    Deel 5 – 700 bladzijden

    De wonderjaren van Wervik: Wervik stond 2000 jaar geleden aangetekend als Viroviacum of als Virovinum op de fameuze Peutingerkaart en in een Romeinse reisgids. Archeologische opgravingen bewijzen uitvoerig dat de Romeinen hier op deze plaats aan de Leie hebben gewoond. Samen met priester-schrijver René Defrancq ga ik op zoek naar de herkomst van de naam en het verste verleden van Wervik! (periode voor 1127)

    De Forestiers van Vlaanderen: het bestaan van de forestiers zit vol met anachronismen en contradicties beweert kanunnik Maarten de Bast in het jaar 1813. De Brugse majoor Loys gaat enkele jaren later op zoek naar de echte waarheid rond onze eerste graven. Samen met hem komen we tot enkele verbazingwekkende vaststellingen over Vlaanderen, Brugge en Boudewijn met de Ijzeren Arm. (periode 621-900)

    Drama in Sint-Donaas: kort na de moord op graaf Karel de Goede schrijft zijn secretaris Galbert het uitgebreide verslag van de gebeurtenissen van die dagen op papier. Anno 2014 worden zijn teksten vertaald in een eigentijdse tekst die ons onweerstaanbaar meesleurt naar het verre verleden van Vlaanderen zowat 900 jaar geleden. (periode 1127)

    De Afrekening: na de lafhartige moord op graaf Karel de Goede, komt de reactie in Vlaanderen stilaan op gang. De Franse koning en de lokale edelen belegeren de Brugse Burg waar de aanslagplegers zich schuil houden. Bijna twee maanden lang blijven de partijen oog in oog staan met elkaar, maar dan volgt een zelden geziene afrekening. (periode 1127)

    De komst van graaf Dirk: Willem Clito, de sterke man van Normandië is na de dood van Karel de Goede nu graaf van Vlaanderen geworden. Aanvankelijk met de goedkeuring van de lokale adel en het volk. Gaandeweg echter ontpopt de nieuwe graaf zich als een genadeloze man die niemand ontziet. Tot er een nieuwe kandidaat-graaf op de proppen komt.... (periode 1128)

    De Kroniek van Filips de Goede: na de gruwelijke moord op zijn vader Jan zonder Vrees, komt Filips de Goede aan het roer in Vlaanderen. We beleven zijn bestuursperiode vanuit de Brugse en Ieperse ogen van die dagen. Bizarre lokale gebeurtenissen wisselen af met rebellie in Brugge en in Gent. De prins van Bourgondië aarzelt niet om meedogenloos op te treden en de orde te herstellen. (periode 1419-1467)

    De schone Histories van Brugge & Ieper: de Brugse en de Ieperse jaarboeken en kronieken hebben het uitgebreid over het verloop van de 15de eeuw in hun respectieve steden en buitengebieden. De combinatie en het samensmelten van beide kronieken zorgt voor een verrassende inkijk in het leven van de Vlamingen tussen 1384 en 1419. We trekken met interesse naar het West-Vlaanderen van 600 jaar geleden. (periode 1384-1419)

    Oorlog in het Westland: na de doortocht van de Engelsen in 1386 moeten de inwoners echt wat doen aan de beveiliging van hun stad. Er moeten stenen stadsmuren gebouwd worden en dat zorgt voor de nodige financiële problemen. Geen overbodige luxe, want in 1436 breekt de oorlog tussen de Fransen en Engelsen weer in volle hevigheid los. Meteen een ramp voor het Westland en de Ijzerstreek. (periode 1386-1436)

    De memoires van Jan van Dadizele: Jan van Veerdeghem is de heer van Dadizele tussen 1432 en 1481. Na zijn opleiding gaat hij werken aan het hof van de hertog van Bourgondië, de graaf van Vlaanderen. Later staat hij aan de zijde van gravin Maria van Bourgondië en zo schopt hij het uiteindelijk tot kanselier en opperbaljuw van Vlaanderen. Tot hij in 1481 na een aanslag om het leven komt. (periode 1432-1481)

    50 jaar Oorlog en Vrede in Veurne: tussen 1436 en 1486 is de oorlog nooit veraf voor de Veurnenaars. De Fransen blijven maar dreigen in de Westhoek terwijl de Bruggelingen in het verzet komen tegen de hertog. Met de komst van Maximiliaan van Oostenrijk keren de kansen voor Vlaanderen en valt de oorlog eindelijk stil aan de Vlaamse grenzen. Er komt tijdelijk wat rust in de Westhoek. (periode 1436-1486)

    Het Huwelijk van Maximiliaan: Maria van Bourgondië is 19 wanneer haar vader Karel de Stoute sneuvelt in de buurt van Nancy. Meteen staat ze alleen aan het hoofd van Vlaanderen. Gaandeweg slaat de haatstemming bij het volk tegenover het Bourgondische stamhuis over in een gemeende sympathie voor de jonge hertogin. Haar huwelijk met Maximiliaan zorgt voor hét society-gebeuren van 1477. (periode 1477-1482)

    Gijzeling in Brugge: na de onverwachte dood van Maria van Bourgondië komt de Duitser Maximiliaan aan het hoofd van Vlaanderen. Als regent tot zijn zoon Filips de Schone volwassen zal zijn. Dat is zeer tegen de zin van Brugge en vooral Gent. Het leidt tot een kordate en gedurfde gijzeling van koning Maximiliaan in het opstandige Brugge en een zelden geziene verscheurdheid in het land. (periode 1488)

    De Verloren Vrede: Maximiliaan belooft aan de Vlamingen dat hij geen revanche zal zoeken voor zijn gevangenschap in Brugge. Niets is minder waar. Onder druk van zijn vader, de Duitse keizer, volgt een genadeloze repressie. Vooral zijn voormalige rechterhand Filips van Kleef zorgt voor hardnekkige tegenstand in een hartverscheurende oorlog die uiteindelijk jaren zal aanslepen. (periode 1488-1492)

    De Kronieken van Diksmuide: aan het begin van de jaren 1400 voelt de bevolking zich allesbehalve veilig in hun stad Diksmuide. Daar brengen nieuwe vestingen en stenen poorten verandering in. Weten de Diksmuidenaars toen al veel dat hun versterkte stad goed van pas zal komen voor de Duitse soldaten van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo wordt het plots Diksmuide tegen de rest van Vlaanderen. (periode 1297-1494)

    De Belegering van Nieuwpoort: na een flinke misrekening in 1383, nemen de Nieuwpoortnaars hun voorzorgen. Tijdens de jaren 1400 bouwen ze geduldig verder aan stevige muren rond hun stad. Dat blijkt geen overbodige luxe als de opstand uitbreekt in Vlaanderen en Nieuwpoort door de Fransen en de Bruggelingen in de tang wordt genomen. (periode 1383-1489)

    De Kronieken van Gerard De Feu: in het Iepers stadsarchief maak ik kennis met de handgeschreven teksten van Ieperling Gerard De Feu. Geschreven in 1679. De man loodst me op zijn beurt door de kronieken van zijn illustere voorgangers. In deze episode gidst De Feu ons door Ieper en Vlaanderen tussen het fameuze beleg van 1383 en het aanbreken van het magische jaar 1500. (periode 1383-1499)

    Oude Geschriften van Poperinge: historicus J.J. Altmeyer snuistert rond 1835 in de oudste archieven van de stad Poperinge. Tijdens zijn vakantie schrijft hij een boeiend verhaal over de vaak dramatische geschiedenis van de stad. De teleurgang van de lakennijverheid in combinatie met het godsdienstgeweld van de 16de eeuw sleuren de eeuwenoude Westhoekstad tot op het randje van de afgrond. (periode 668-1697)
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 9,50

niet beschikbaar

direct, via download
Veilig betalen Logo
Delen 

Informatie
Herroepingsrecht is uitgesloten voor eBooks. Een download van een eBook of luisterboek is niet meer te herroepen op het moment dat u, na aanschaf van het e-book, de download heeft gestart.

Fragment

Waar komt de naam van Wervik vandaan?

Ik duik even binnen op pagina 12 van het werk van René Defrancq. 'Wervik in de Oudheid'. Ik citeer even: 'bij de naam Viroviacum (Virovi - acum) valt het op dat veel auteurs aan het suffix "acum" de betekenis geven van domein of propriëteit. Dat kan heel goed in het kader passen te Wervik en zou een aanduiding kunnen zijn van een propriëteit die aan Virovios' toebehoorde.' Ik ben blij dat Defrancq het werkwoord 'zou' in stelling brengt. Ik lees tussen de regels door dat hij dit niet echt gelooft en ook ikzelf geloof er geen snars van. Er is nooit een man of een familie geweest met de naam Virovios. Ons gezamenlijk scepticisme sleurt me mee naar de fundamentele vraag.

Wat betekent die naam 'Viroviacum'? Waar en hoe en wanneer is de naam van Wervik ontstaan? Lokaal vind ik niets. Gissingen en niet veel meer. De zaak houden me dagen bezig. Dagen aan een stuk, komt er geen letter op papier. Geen gebrek aan kattenbelletjes. Briefjes en nota's stapelen zich van langs om meer op rond mijn pc's en op mijn bureau. Ik heb natuurlijk een belangrijke streep voor op de schrijver daar in Wervik rond 1960. Ik kan beschikken over mijn Google Chrome browser die me toegang biedt tot een woud van informatie. Hier moet ik mijn weg vinden. Ergens tussen de informatie die duizenden voor mij hebben toegevoegd aan het wereldweb.

Hier kan ik de wortels van Wervik vinden. 'What a challenge!' Precies die uitdaging waar ik zo van hou. Veel aanknopingspunten heb ik niet. Opzoekingen naar de namen Viro en Vino leveren me niet de gewenste inzichten op. Vino heeft alles te zien met wijn, maar hier aan de Leie is er niets dat wijst in de richting van wijngaarden. Viro brengt me bij een stam die de 'Viromandii' noemt. De Viromandii blijken een Gallische stam te zijn met hun thuisbasis in de streek van Picardië. Bij de Somme op enkele honderden kilometer verwijderd van Wervik.

De vrije mannen zijn de WiHros

Het is de streek van de Vermandois, zoals ze later zal bekend raken in de geschiedenisboeken. De Viromandii nemen de wapens op tegen de Romeinen en ergens zal er dus wel een link bestaan met de lieden van Wervik. Maar, toegegeven, elk spoor blijft me voorlopig bijster. Ik spits me toe op de zogezegde transcriptiefout die de tekenaar van de Peutingerkaart zou moeten gemaakt hebben volgens René Defrancq. Viroviacum versus Virovinum. Ik vergeet even de achtervoegsels en concentreer me op wat er bij beiden identiek is. Viro en Vir. Viro brengt vooralsnog geen soelaas, dus ga ik op zoek naar uitleg over Vir.

Wat heeft het woord 'Vir' betekend in de geschiedenis van West-Europa? Er is al zo veel verschenen over de algemene volksverhuizingen van duizenden jaren geleden. Waarom zou ik hier geen informatie terugvinden? De etymologie brengt me eindelijk op het juiste pad. De herkomst van het woord Vir reikt me de sleutel aan om mijn Viroviacum binnen te stappen. Vir betekent 'Man'. Het woord werd 3000 jaar geleden al gebruikt bij de Indo-Europeanen. Je weet wel: diegenen die er over het hele Europese grondgebied voor gezorgd hebben dat hun woonplaatsen aan het water allemaal met dubbele 'l' worden genoemd. Halle, Lille en duizenden consoorten. Ik mag ze eigenlijk best de eerste echte Europeanen noemen.

Van een blauwe vlag met gele sterren hebben ze nog nooit gehoord, maar ze omschrijven hun vrije mannen wel als 'WiHros'. Met WiHros zijn we waar we wilden zijn. Die eerste Europeanen gaan zich met verloop van de eeuwen afzonderen in hun eigen gebieden en zo ontstaan een reeks variaties van de manier waarop ze hun mannen en krijgers omschrijven. Kinderen van WiHros als het ware.

Weralt, werwulf, warrior, viriel, triumviraat en virtue

Zowat alle oude talen nemen WiHros over en dat maakt het heel wat gemakkelijker voor me. Ik begin in het oud Engels grondgebied waar ze stilaan de naam Fer en Fir zijn gaan gebruiken voor hun mannelijke inzaten. Zo bijvoorbeeld de Fir-Bolgs. Verdorie. Ik heb het al eerder gehad over deze Gallische stam die 1500 voor Christus de macht greep in Ierland. De voorvaders van de Belgen. De Bolgs zijn de eerste Belgen van toen.

De mannelijke Belgen worden Fir Bolgs genoemd. Van de vrouwen is er geen sprake. Hun enige rol tijdens hun leven was te zorgen voor voldoende mannelijke opvolgers zodat de oorlog niet zou stilvallen. Het oud-Engels komt af met het woord 'Wer'. Wervik komt al aardig in de buurt. De Engelse etymologie omschrijft Wer als 'footsoldier'. Het middel-Engels bezit al een woord dat 'werreour' noemt, oorlogsman en vandaag natuurlijk 'warrior'. Dat onze aardbol in die dagen achter ons inderdaad een mannenbastion is, wordt ook zo aangegeven: 'Weralt' is de voorloper van 'wereld'.

Een mannelijke wolf wordt omschreven als een 'werwulf'. Op het Europees vasteland wordt de term in het Saksisch en in het Fries omschreven als 'wer'. Het Latijn maakt finaal de brug naar Wervik aan de Leie. De Latijnse naamvallen transformeren wer naar vir en viro. Woorden als triumviraat, viriel en 'virtue' hebben plots alle zin. Ergens in een diep verscholen plekje van het internet lees ik de Franstalige omschrijving van de stad Wervik als 'le séjour des guerriers'. Beter kan ik het niet omschrijven: Wervik is een stad geweest waar mannelijke krijgers woonden en waar ze haar naam aan te danken heeft. Verviers en Verdun mogen dus ook hun roots zoeken bij hun mannen.

Wervik, Verviers en Verdun

De stam van de Viromandii verwijst dus ongetwijfeld ook naar een mannelijke oorlogsbende die het opneemt tegen Caesar. Viroviacum en Viromandii zijn dus duidelijk voor wat hun naam betreft verwant met elkaar. F. Grigny beweert in zijn werk 'Les Villes de la Gaule Belgique' van rond 1800 dat de oorspronkelijke naam van het in -27 gestichtte Saint-Quentin, de hoofdstad van de Vermandois, initieel in die tijd bekend stond als Wermand dat later met de komst van de Franken zal omgebogen worden tot Wermund. Hij verwijst hier uitdrukkelijk naar de naam van Wervik.

Pas ergens in de 4de eeuw zal de stad zijn nieuwe naam krijgen en zo refereren naar de christelijke martelaar Quintinus. Een ander Romeins kruispunt van wegen vind ik ook in de stad Verviers dat door de Walen 'Vervi' genoemd wordt. Lokale naamkundigen komen ook hier aangezeuld met hun bewering dat de naam van Verviers afkomstig zou zijn van een stamhoofd met de naam Virovios of Virovius. Er moeten dus al twee Viroviossen bestaan hebben. De uitleg is veel eenvoudiger: ook hier wordt een kampplaats van mannelijke legioensoldaten met het voorvoegsel 'ver' aangeduid.

Hoe staat dat nu trouwens met dat fameus achtervoegsel 'viacum'. Wat betekent het? Er duikt nogal wat verwantschap op in Gallië: Turnacum (Doornik), Bagacum (Bavay) en Castellum (Cassel) zijn prima voorbeelden. Het nominatief achtervoegsel vicus heeft als accusatief vicum. Het meervoud is vici. In het Latijn betekent vicus een gehucht of een wijk in de buurt van een Romeins castellum of een klein stadje op de kruising van belangrijke handelswegen. De naam 'wijk' komt trouwens niet zo maar uit de lucht gevallen. Ik arriveer opnieuw bij mijn Indo-Europees waar de term vicus oorspronkelijk betiteld wordt als 'weyk' in de betekenis van nederzetting of stam.

Wervik en Warwich zijn precies tweelingen

De Engelse stad Warwick komt me meteen voor de geest. Wervik en Warwick zijn zowat tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel 'via' dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de 'Via Roma' waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: 'a road or paved part in a village or town'. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen.

Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya. We beseffen dus niet eens dat 'weg' en 'via' dezelfde moeder hebben. De Via Roma heet bij ons dus gewoon de weg naar Rome. Wat de Romeinen 'Viroviacum' noemen zou dus in het Indo-Europees omschreven worden als 'Wer-Weg-ya-weyk' of iets wat nauw in de buurt ligt. Vermits alle drie de componenten van de stadsnaam van Indo-Europese origine zijn, kan het dus in theorie best zijn dat Wervik al lang voor de Romeinen zo genoemd werd door zijn oorspronkelijke bewoners. Maar ik betwijfel dat. Dat die bewoners er waren lijdt geen twijfel, dat weten we gelukkig dankzij de overlevering van de centrale 'Hille'. Maar Wervik is pas bij de aanleg van de heerbaan van Kassel richting Oudenburg op dit cruciaal kruispunt komen te liggen. Dus een vicus kan het voorheen niet geweest zijn.

Een vicus is als een pop-up gemeenschap

Of de oorspronkelijke bewoners zich al lang voor de inval van de Romeinen onledig hielden met het plaveien van hun stadje, mag eveneens gerust in vraag gesteld worden. Maar ik moet hier toch met twee woorden spreken. In zijn 'Historie van Belgis' beweert Marcus van Vaernewyck het tegendeel. Wie ben ik om dus zwart of wit partij te kiezen? Een gelijkaardige historie met een andere vicus in dezelfde tijd van de Romeinen brengt me wat meer zekerheid over de naam van Viroviacum en over de betekenis die de stad kreeg van de Romeinen! In het oude Rome stond een vicus synoniem met een buurt.

Tijdens het bestuur van keizer Augustus, in de eerste eeuw voor het begin van onze nieuwe tijdrekening, was hun hoofdstad ingedeeld in 14 regio's en in totaal 265 vici. Elke vicus stond onder controle van een soort schepencollege van vier verkozen magistraten, 'vicomagistri'. De vici verschillen wezenlijk van de officiële administratieve centra die civitates worden genoemd. Het zijn dus echte volksbuurten zonder enige legale status. Met de uitbreiding van het Romeinse rijk ontstaan nogal wat spontane vici. Eigenlijk kan ik die best 'pop-up' gemeenschappen noemen. Ze huisvesten tijdelijk opgeroepen troepen en groeien in de loop van de tijd uit tot echte steden in de gevallen dat garnizoenen er zich permanent gaan vestigen. Het gebeurt vaak dat steden het aantal inwoners niet meer kunnen slikken en waardoor er hele groepen mensen verhuizen naar nabijgelegen vici.

Vercovicium aan de muur van Hadrianus

De eerste vici in de nieuwe Romeinse gebieden staan nog onder het bestuur van de militaire commandant en ze bezitten geen eigen administratief en burgerlijk bestuur. Pas als er zich voldoende Romeinse burgers gaan vestigen, krijgen die vici de toelating van Rome om lokale besturen te vormen en uit te groeien tot regionale centra en zelfs tot provinciale hoofdsteden. Een mooi voorbeeld hiervan is Eboracum, dat op vandaag gekend staat als het Engelse York. Viroviacum heeft een broertje dat luistert naar de naam van Vercovicium. De plaats is gelegen in Northumberland in het ruwe en desolate noordoosten van Engeland. Vlak bij de bekende muur van Hadrianus. De overgebleven ruïnes van Vercovicium blijven leven onder de naam van 'Housesteads Roman Fort'. De hele muur van Hadrianus heeft een lengte van 117 km en vormt een verdedigingsgordel tegen eventuele invallen vanuit de noordelijke gebieden die we nu kennen als Schotland.

Tijdens de 2de eeuw staat een leger van 9000 man in voor de beveiliging van het noorden. De Romeinen organiseren hun verdediging vanuit een reeks forten. Er is sprake van 80 kleine en 14 grote vestingen. In de nabijheid van deze bolwerken ontstaat er in die periode een kamp van soldaten dat doorgroeit tot een heuse vicus met huizen, met bestrating en met een verrassend moderne infrastructuur. Er is sprake van het opvangen van water in reservoirs en het gebruik ervan in de latrines. Er zijn badhuizen. Wie al ooit de ruïnes van Pompeï gezien heeft, beseft waartoe de Romeinen allemaal in staat waren. Oorspronkelijk is het nieuwe Vercovicium uiteraard exclusief bewoond door mannen. De 'ver' is net zoals bij Viroviacum prominent aanwezig om deze bewering te staven. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen