Fragment
De hitte sloeg me in het gezicht toen ik uit het vliegtuig stapte op Hato Airport. Curaçao. Dit zou ons thuis worden voor de komende jaren. Na alles wat we in China hadden meegemaakt, wisten we dat ons leven een andere richting in zou gaan, maar dit? Een tropisch eiland waar we geen woord Papiaments spraken, waar we niemand kenden, waar we zouden moeten leven van donaties die misschien wel of niet zouden komen?
"Papa, is dit echt waar we gaan wonen?" vroeg ons zoontje terwijl hij naar de palmbomen keek die langs de landingsbaan stonden.
"Ja," antwoordde ik, meer overtuigd klinkend dan ik me voelde. "Dit is waar God ons naartoe heeft gebracht."
We hadden meerdere koffers en ons geloof, kwetsbaar in deze nieuwe omgeving. In Nederland hadden we alles achtergelaten. Werk opgezegd, ons huis verkocht, mijn auto en mijn mooie gerestaureerde snoek. We hadden alles verkocht om dit nieuwe leven mogelijk te maken.
Maar we wisten het zeker dat we naar Curaçao moesten, niet zomaar omdat we het zelf een goed idee vonden. God bevestigde het keer op keer, waarbij we inmiddels meer dan tachtig bevestigingen hadden gehad.
×