€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover Kerkelijke gemeenten binnen de classis van Tiel 1558-1776
    Kerkelijke gemeenten binnen de classis van Tiel 1558-1776
  • Cover Synodale en classicale zaken betreffende de classis van Tiel 1595-1773
    Synodale en classicale zaken betreffende de classis van Tiel 1595-1773

Acta classis van Tiel 1711-1731

Serie Classicale Transcripties deel 6

Dr. P.D. Spies • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Dit zesde deel van de Serie Classicale Transcripties bevat de handelingen van de classis van Tiel over de jaren 1711-1731. De transcriptie wordt kort ingeleid en de getranscribeerde tekst is voorzien van verduidelijkende voetnoten. Dit boek bevat de originele overgeleverde classicale handelingen en is derhalve een prachtige bron van informatie voor een ieder die zich wil verdiepen in de kerkgeschiedenis van de Nederbetuwe.
    Deze jaren 1711-1731 kenmerken zich door de vele in- en externe ontwikkelingen rond en door de classis van Tiel. Er werd veel werk gemaakt van de opbouw van de kerken, ondersteuning van armen en noodlijdenden, het heiligen van de levenswandel van de bevolking, bijzonder op de zondag, en het toezicht op de prediking, catechisatie en onderwijs. Daarnaast breidden de financiële problemen uit de voorgaande jaren zich uit en wist de classis niet de juiste wegen te vinden om uit deze malaise te geraken. Ook ontstonden in deze periode veel problemen met predikanten, kerkenraads- en gemeenteleden. Het optreden van de classis was daarin niet altijd even gelukkig en kerkrechtelijk niet evenwichtig. In maatschappelijke zin werden deze jaren vooral bepaald door de opkomst van de democratische vrijheidsbewegingen, zoals de Plooierijen in Gelderland, waarbij de bevolking meer zeggenschap wilde hebben en in opstand kwam tegen de regeerders op het pluche. Onvrede, onlusten en opstand waren alom in de Nederlanden aanwezig, maar het gelukte de bevolking niet om daadwerkelijk iets aan de situatie te veranderen.

    Dr. Peter Dirk Spies (Amersfoort, 1955) is op 22 november 2017 aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn gepromoveerd tot doctor in de godgeleerdheid op de studie: De classis van Tiel 1579-1816. De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen. Tijdens het vooronderzoek heeft hij veel originele documenten betreffende classicale, kerkelijke en synodale zaken rakende de Nederbetuwe onderzocht en getranscribeerd, welke door deze uitgave aan andere onderzoekers en belanghebbenden beschikbaar worden gesteld. Hierdoor worden ook aanknopingspunten en aanwijzingen gegeven voor nader onderzoek.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 170mm x 240mm
    Aantal pagina's : 474
    Uitgeverij : Dr. P.D. Spies, druk Pumbo
    ISBN : 9789463452694
    Datum publicatie : 02-2018
  • Inhoudsopgave
    Inleiding.
    Transcriptie.
    Naamregister.
    Zaakregister.
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Gedeelte uit de vergadering van 8-9 september 1721:

Artikel 31. #Formulieren van Eenigheijt#
Wegens de Formulieren van Eenigheijt is geoordeelt, mits te sijn eenmaal aangenome formulieren vastgestelt door het synodus nationaal, overgenomen van de synodus van dese provincie, geauthoriseert door de edele mogende Staten deser lande als overeenkomende met Gods Woord, in deselve geen verandering gemaakt sal worden. Wordende het de heeren visitatoren in mandatis gegeven in het doen der kerkenvisitatie te vragen off die ook sonder verandering gebruijkt worden.

Artikel 32.
#Rutger Frankes protest tegens een beroep van een predikant te Ommeren#
Stont op sijn versoek binnen Rutger Franke, van Ommeren, die berigte dat hij tegen een beroep van een predikant, op gepasseerden sondag aldaar geschiet, geprotesteert en van 't selve op de classe geappelleert had, versoekende daarover te mogen gehoort worden en ten dien eijnde dominus Bisschop tot sijn mond te hebben. 't Geen hem, dominus Bisschop het aennemende, toegestaan is, maar men sal de procedure selfs verschuijven totdat de gecommitteerden van Ommeren ter inlevering van hun gedaan beroep selfs sullen gecompareert sijn.

Artikel 33. #Versoek van de Heer van Egtelt#
Dominus Schermer versoekt vanwegens den Heere van Egtelt dat 't geen in den 2e artikel van de acta classis extraordinariae den 17e junij des jaars 1720 gehouden bij de eerwaarde vergadering geresolveert en vervolgens aangetekent was aangaande een sekere informaliteijt in 't instrument der beroeping van dominus Zutphen bevonden en die verandert moest worden, mogte worde gerojeert en alles de novo opgestelt. Sullende sijn hoogedele dan ook van sijn kant dominus de Raad niet meer moijelijk vallen over 't gene meent tot desselfs laste te hebben en waarvan aan dese classe reeds kennisse had gegeven. Welk versoek na goede deliberatie bij de eerwaarde vergadering ten bewijse van haare gemakkelijkheijt en respekt voor sijn hoogwelgeboren wel geaccordeert is, maar geensins opdat sijn hoogedele dominus de Raad dan en daarom soude met vreden laten, als oordelende dat sijn hoogedele sijn sijne gepretendeerde gravamina tegens dominus de Raad van genoegsaam en consciëntieus aanbelang verpligt is deselve in den kerkenraad van IJsendoorn ter nader examen in te brengen, vermits die alleen van onse tafel affgewesen sijn, omdat se daar te praematuur, sonder voor den eersten en competenten rigter geweest te sijn, gebragt wierden.

Artikel 34. #Examen en aenneming van student Havenberg#
De student Havenberg op versoek der eerwaarde classe door dominus Timotheus de Witt, in plaats van dominus Zutphen die absent is, nogmaalen geëxamineert sijnde, heeft de eerwaarde classe genoegen gegeven en is tot sacrosancti ministerii candidatus , dog onder een seer ernstige recommandatie van sig onvermoeijt tot verkrijging van meer perfectie te appliceren en met toewenschinge van gedurige progressen in kennisse en liefde der waerheijt, aangenomen.
Sullende de eerwaarde scriba sijn eerwaarde van een testimonium voorsien.

Artikel 35. #Boete van dominus van Zutphen#
Dominus van Zutphen niet alleen absent geweest sijnde, maar ook sijne predikbeurt pro introitu versuijmt en desselfs gesubstitueerde niet gewaerschuwt hebbende, vervalt daardoor in een boete van 15 guldens. Sullende in de toekomende classe sijn eerwaarde nader gehoort worden, off ook niet mulctabel sal sijn wegens 't versuijm van het examen der student Havenberg, dat nog voor sijne rekening stont.

Artikel 36. #Boete van dominus Hoising#
Dominus Hoising beijde de sessiën insgelijks afwesig geweest sijnde sonder ingebragt excuijs sal deswegen in de aanstaande classis de gestatueerde boete van 6 guldens moeten geven.

Artikel 37. #Domini Peregrinus en Brouwer van commissiën geëxcuseert#
Domini Peregrinus en Brouwer sullen wegens hunnen ouderdom voortaan van alle classicale commissiën geëxcuseert sijn.

Artikel 38. #Versoek van approbatie op 't Ommersch beroep door 2 gecommitteerden#
Jan van Grootvelt en Cornelis van Ommeren, twee ouderlingen van Ommeren uijt desselfs kerkeraad met goede credentiën gecommitteert, hebben hun beroep op den persoon van dominus Wilhelmus van Outheusden, ten overstaan van de gedeputeerden en naburige predikanten den 7e deses uijtgebragt, ingegeven en om geapprobeert te worden op de classicale tafel neergelegt. Dog men heeft geresolveert de overwegingen dienaangaande met 't geen de appellant te seggen sou hebben tot den namiddag te verschuijven om er dan in die extraordinaire sessie als ordinair over te handelen.

Artikel 39. #Afscheijd der correspondenten#
De heeren correspondenten hebben met onderling genoegen en zegenwenschingen hun afscheijd genomen.

Artikel 40.
#De appellant Rutger Franke en de 2 gecommitteerden van Ommeren gehoort#
Sijn binnegestaan gemelte twe gecommitteerden en de appellant Rutger Franke. Welke laaste door desselfs mond tegen de wettigheijt van 't gedane beroep inbragt niet alleen hoe hij schoon outouderling als sodanig in dat caracter als behoorlijk was bij 't doen van de beroepinge niet gekent was, maar ook dat schout en rigter van Ommeren de leden van de gemeijnte bij nagt en ontijde door allerleij middelen, selfs met dreijgementen, tot verhaasting van 't beroep op den persoon van Outheusden gesoneert hadden, gelijk Jan van Grootvelt selfs met krijtende ogen volgens een beëdigde attestatie sou verklaart hebben, en dat se selfs, als 't beroep sou geschieden in de kerk geweest waren, op 't choor gaan sitten hadden en de menschen met den arm voortgestuert om maar te komen stemmen. Soo dat er selfs gerugten liepen even als souden sij beijde een sekere somme gelds voor die hunne devoiren ontfangen.
Waartegens de 2 gecommitteerden antwoordeden:
(1a): Dat gemelte Rutger Franke evenwel geciteert was om te komen assisteren toen 't beroep geschiede, schoon hij met uijtdrukking van dat carakter niet ontboden was.
(1b): Dat een outdiaken op deselfde tijt met dien Rutger Franke affgegaan evenwel sonder eenige haesitatie met genegentheijt op den persoon van dominus Outheusden gestemt had.
(c): Dat het bij geen resolutie hun gebleken had nogte ook bij een voorgaande beroepbrieff sulx daar in gebruijke was, overmits de weduwe van wijlen van der Horst de kerkeboeken van Ommeren en de papieren, daar dat kennelijk uijt was, nog onder haar behielt, sonder dat se die had willen overgeven.
(d): Ja dat se ook dominum Peregrinum en vervolgens dominum Bisschop gesolliciteert hadden om haar met raad en daad als naastgesetene predikanten bij te staan, maar dat se het beijde geweijgert hadden.
(e): En was nu alhier in een kleijn abuijs door een misverstant begaan, dat daarom een beroeping, soo eenparig bijna en met soo veel genegentheijt der gemeente geschiet, niet sou mogen gereprobeert worden.
(2): Ontkenden sij die harde en dreijgagtige wijse van verhaasting des beroeps t' enemaal verklarende daarontrent, soo veel hun bekent was, niets aan te sijn, gelijk Jan van Grootvelt sijnenthalve dat ook verklaarde en met ede presenteerde te bevestigen, alleen toestaande met vrundelijkheijt daartoe aangesogt te sijn.
(3): Dat sij wel bekende dat schout en rigter in de kerk ten tijde van de beroepinge geweest waren, maar dat de kerke openstont en er wel meer als honderd van allerhande soort nevens haere in geweest sijn, waarom hun dat niet kon nog mogt belet worden. Sijnde de rigter van Dam alleen een weijnig op 't choor geweest, maar aanstonts weer affgegaan op aanseggen der gedeputeerden. Waartegens de onderschout van der Horst er ook wel, tegen d' ordre, wat opgebleven was. En hebbende nog de rigter nog de schouwt van Wijk enige de minste force in de kerk, soo veel sij wisten, gebruijkt om de leden te doen stemmen; 't geen de gedeputeerden ook bevestigden.
(4): En eijndelijk, dat het wel waer was dat er soo een gerugt den rigter en schout nagong, maar dat sij daar niet van wisten en dat het maar een ongefondeert uijtstrooijsel was, 't geen bij de purge van de beroepenen op den eed ontrent simonie overvloedig blijken sou. Konnende een bloot gerugt hierontrent geen verhindering maken.

Dit alles van de eerwaarde vergadering voor en tegen overwogen sijnde, soo sijn er 7 leden bevonden dewelke het gedane beroep approbeerden, twe die het reprobeerden en 6 welke de deliberatiën over een effectuele ap- off improbatie verschoven tot tijd en wijle partijen nog eens nader gehoort waren, off er voor 't een off het ander nog meer bewijs mogt inkomen. En de praeses heeft ook die conclusie genomen, het partijen aanseggende, dat de meerderheijt van stemmen daarheen liep dat men nog wat wagten sou met een finaal besluijt over de wettigheijt van 't gedane beroep. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen