€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover Ambt Nederbetuwe Signaat van Ontzating en Oppositie 1686-1810
    Ambt Nederbetuwe Signaat van Ontzating en Oppositie 1686-1810 (boek)
  • Cover Ambt Nederbetuwe Commissoriale Zaken en Proceskosten 1654-1764
    Ambt Nederbetuwe Commissoriale Zaken en Proceskosten 1654-1764 (boek)

Ambt Nederbetuwe Gerichtssignaat Bank Kesteren 1611-1618

Dr. P.D. Spies • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Dit zevende deel van de Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe bevat de handelingen van het Hoogadelijk Landgericht van de Nederbetuwe vanaf 1611 tot en met 1618. De transcriptie wordt kort ingeleid en de getranscribeerde tekst is voorzien van verduidelijkende voetnoten.
    Dit gerichtsboek sluit direct aan op het vorige deel. Het boek bevat verschillende handschriften, waardoor met name veel persoons- en perceelsnamen op zeer diverse wijzen worden weergegeven. Tevens is opvallend dat de stukken regelmatig kris-kras door elkaar staan, dus niet op datum. Een ander opmerkelijk gegeven is dat veel dagen worden weergegeven door heiligendagen
    De inhoud varieert van rechtszaken over geringe bedragen tot en met gevallen van doodslag en moord. Er is dus sprake van civiele en criminele rechtspraak. De jaren 1611-1618 zijn niet alleen jaren binnen het Twaalfjarig Bestand, maar ook van de godsdiensttwisten. Van dit laatste is niets te merken in dit boek. Wat het Bestand betreft wel, zoals een verwijzing bij een uitspraak in juni 1616 naar het Tractaet des Trefues. Er zijn meer verwijzingen naar rechten buiten het landrecht van Nederbetuwe, zoals een Muntplakkaat uit 1602, bepaald door de Staten van Gelderland, alsmede een verzoek om uitheemse jonkeren die in het Ambt Nederbetuwe geërfd waren op te roepen bij een beroepszaak op 26 mei 1617. De beroepszaken werden doorgaans op aparte klaringsdagen behandeld, meestal op een zondag voorafgaand aan de normale rechtszittingen, die op maandag begonnen en vaak enkele dagen duurden. Al met al geeft dit boek een aardige inkijk in de rechtspraak van die dagen.

    Dr. Peter Dirk Spies (Amersfoort, 1955) promoveerde in 2017 aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn op de studie: De classis van Tiel 1579-1816. De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen. Hij is onder andere werkzaam geweest als hoofd van een afdeling archief, bibliotheek en documentatie, als theoloog binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en als jurist in bestuursrechtelijke zaken. Daartoe volgde hij enkele archiefopleidingen en bekwaamde zich in bestuursrecht en paleografie. Zijn onderzoeksgebied en specialisatie betreft in het bijzonder de kerkelijke, rechtelijke en politieke ontwikkelingen binnen het voormalig Hertogdom Gelre.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 170mm x 240mm
    Aantal pagina's : 500
    Uitgeverij : Dr. P.D. Spies (druk: Pumbo)
    ISBN : 9789463455428
    Datum publicatie : 02-2019
  • Inhoudsopgave
    Inleiding.
    Transcriptie.
    Naamregister.
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Dit is een gedeelte uit de rechtszitting van november 1612:

#Duplicqe#
Sweder Wttenweerd heeft zijn duplijcqe overgelevert tegens Steven ende Anna van Eck, kijnderen ende erffgenamen van haren vader Jan van Eck zaliger, pro ut in scriptis.

#Oordel#
Den drost Bueren.

Die ridderschappen gesien die proceduir tuschen Reijer Jansen timmerman eijscher eens- ende Jan Petersen, molenaer tot Doodeweert, verweerder anderdeels wijsen voor recht bij den eijscher wel gepandt ende bij den verwerder t' onrecht geweert te sijn. Compenserende de costen om redenen.
#Petit copiam, petit copiam#

Wijsen die ridderschappen voor recht tuschen pandongh ende pandtkerongh Herman Heij aenlegger aen een- ende Jan Bastiaensen van Tijel verweerder anderdeels, dat de verweerder gehalden sal wesen den eijscher den binnenjaerschen pacht op te leggen ende te betalen. Condemnerende denselven verweerde in onrechte pandtkerongh ende in de costen.
#Petit copiam#

Wijsen die ridderschappen voor recht tuschen pandongh ende pandtkerongh Roeloff Henricksen eijscher eens- ende Johan van Eck verweerder anderdeels, dat den verweerder den eijscher die geëijschte pennongen sall opleggen ende betalen, mitz daeraen cortende 't geen hij daerop bewijsselick betaelt heeft, doch reserverende den verweerder sijn recht tegens den eijscher. Compenserende de costen.

In sake van Simon van der Water, als rentmeijster ende volmachtich van de heeren gedeputeerden ridderschappen ende steden des Nijmegensche Quartiers ende mede vanwegen dat Clooster ende Gasthuijs van Eijmeren, aenlegger ter eende ende Henrick van Grootfelt Thoenissen verwerder ter andere sijden erkennen die ridderschappen den aenlegger in zijnen eijsch voor alsnoch nijet ontfanckelick.
#Petit copiam, petit copiam#

't Gericht gesien 't proces van aenspraeck ende andtwoort tuschen Alardt Hackfort eijscher eens- ende Dirck van Brenck verweerder anderdeels wijst voor recht, dat den verweerder den eijscher sal opleggen ende betalen vermogens den eijsch. Condemnerende denselven in de costen ende in onrechte pandtkerongh.
#Petit copiam#

Die ridderschappen gesien die condtschappen uutgebrocht bij Jacob Stevensen ende Rijck Sandersen verwerderen tegens Johan van Dolre eijscher erkennen, dat die verweerderen de sententie van den VIIen septembris lestleden daermede genoch gedaen hebben.

Op bedongen vooroordel van Jan Rutgersen van Baer eijscher ende Henrick Benger verweerder erkennen die ridderschappen, dat die verweerder des eijschers aenspraeck in schrift genieten sal om ten naesten daerop t' andtwoorden.

In der saecke tuschen inleijdonge ende uutleijdonghe aengeheven bij Jan Henricksen Cock eijscher eens- ende Loeff Willemsen verweerder anderdeels, 't gericht gesien d' aenspraeck, antwoort, replicq ende duplicq, mitzgaders de bewijsstucken ten beijden sijden geëxhibeert, ontseijt den eijscher vooralsnoch zijnen eijsch ende compenseert de costen om redenen.

Na aenspraeck van Walraven van Wijchen eijscher eens- ende d' andtwoort van Jochim Jansen verweerder anderdeels wijsen die ridderschappen voor recht, dat den verweerder, stellende den eijscher binnen den tijt van veirtien daghen suffisantie cautie voor de geëijschte pennongen. Sal in dem fall deselve aen den eijscher tuschen dit ende drie eerstcommende halve jaren opleggen ende betalen, alse t'elcken halve jare een gerechte dardendeel. Compenserende de costen om redenen.
#Den verwerder heeft dese sententie ter claronghe beroepen voor den heeren amptman ende gerichtzluijden Bouwen Petersen ende Cornelis Henricksen den 18en octobris 1612#

In stridige saecke van besaet ende ontsaet ongedecideert hangende voor desen adelicken gerichte tuschen Lambert van Tellicht, als volmachtiger van joffrou Elisabeth Werninckhoff genampt Stockum, aenlegger ter eenre ende Herman van Boenenborch genampt van Honsteijn verweerder ter andere zijden, gesien die acte van besaet, eijsch, andtwoort, replijck, duplijck ende oock die obligatie van den XIIIen novembris 1575, sampt allen vorderen schijn ende bescheijdt, ende op alles geleth waerop na rechten te letten stonde, wijst 't voorschreven gericht, na gepleechte advijs van rechtzgeleerden, voor recht, dat bij den aenlegger voor de somme van acht hondert vier ende 't seventich gulden seventien stuver gedaen is een goede besaet ende bij den verwerder daertegens een quade ontsaet. Condemneren denselvigen verweerder die voornoempte somme aen den impetrant in qualite voorschreven te betalen d' een helft Martini naestcommende ende d' ander helft Petri daeraenvolgende. Hem van den vorderen eijsch absolverende, Met compensatie van costen.
#Petit copiam, petit copiam#

#Aenspraeck#
Willem van Essevelt, als erffgenaem sijns vaders, spreeckt aen mit recht tuschen besatongh ende ontsatongh Willem Arijensen van den Boutenborch voor vier ende twijntich jaren achterstedige renthen, jaerlicx eenen keijsersgulden, ende noch voor XVI gulden hooftsoms, inhalt segel ende brieve daervan sijnde, ende voorts voor den schaden mit recht, de voorschreven segel ende brieve hierbij inbedingende. Ende bedinght hiermede zijn wacht.

#Aenspraeck#
Wolter Roeloffsen, als volmachtich sijns moeders Agnies Segersdochter, spreect aen mit recht tuschen pandongh ende pandtkerongh Petrus Lucanus, dienaer des Godtlicken Woordts tot Eck, voor de somme van LXV keijsergulden van coop van een koe.

't Gericht gesien die proceduir aengeheven bij Sweder Wttenweerdt eijscher ter eenre ende Johan van Eck Stevensen verweerder ter andere zijden heeft gecommitteert die edele ende erentfeste Johan van Bronckhorst, Marten van Haeften, Johan van Bemmel ende Adriaen van Mauderick om parthijen voorschreven questie tot oer edelen beste gelegentheijt te beslichten mit frundtschap is 't doendelick. Soo nijet, sullen de voorschreven gecommitteerden daervan hebben t' erkennen als oer edelen na recht ende in aequiteijt bevijnden sullen te behoren, welcx van weerden wesen ende bij parthijen nagecommen sal werden off sulcx bij den gerichte gedaen waer.
#Petit copiam, petit copiam#

In die questie van Willem van Leuwen eens- ende Roeloff Roeloffsen anderdeels worden nochmaels gecommitteert die edele ende erentfeste Berndt van Welderen, Johan van Bemmel ende Steven van Rumelaer om ten sekeren bij oer edelen aengeteijckenden dage parthijen hunne differenten ende rekeningen te verhooren, ende deselve in der vrundtschap te liquideren, is 't mogelick. Soo nijet, sullen oer edelen daervan uutspreken ende erkennen als na rechte bevonden zal worden te behoren, welcks van alsulcker weerden wesen zal off sulcx bij den gerechte gepronuncieert waer.
#Petit copiam#

't Gericht gesien hebbende die overgeleverde praesentatie bij heere Gherardt heere tot Poelgeest, Cauckercken etc. desen gerichte overgegeven, in voldoeninge van de sententie interlocutoir den XXIen octobris 1611 geweesen tuschen die weduwe van zaliger Huberecht van Hessen eijschersche ter eenre ende die voorschreven heere Gherardt in qualite soo hij procedeert, mitsgaders debath ende contredebath ten wederzijden daerop overgelevert, 't voorschreven gericht, daerop gehadt hebbende advijs van rechtzgeleerden, ordonneert den verweerder deselve sententie te voldoen, ofte dat zijn edele sal compareren voor desen gerichte ende hun purgeren met solemnelen eede dat hij het maeckgescheijt noch copie noch minuthe van 't selvighe (daervan in 't testament van joffrou Godefrida van Malburch mentie wordt gemaect) nijet en heeft, nijet en weet, nijet gehadt en heeft, noch in eenigerleij wijse ter quader trouwen is weerloos geworden. Ende dit ten eersten gerichtzdage ende bij weijgerongh van dijen sal 't gericht daerinne doen na behooren.
#Petit copiam, petit copiam#
#Den heer verwerder heft den sijn edele in desen operlachten eedt gedaen in iuditio den 17en maii anno 1613# ×
SERVICE
Contact
 
Vragen