€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover Ambt Nederbetuwe Gerichtssignaat Bank Kesteren 1607-1610
    Ambt Nederbetuwe Gerichtssignaat Bank Kesteren 1607-1610
  • Cover Ambt Nederbetuwe Gerichtssignaat Bank Kesteren 1611-1618
    Ambt Nederbetuwe Gerichtssignaat Bank Kesteren 1611-1618

Ambt Nederbetuwe Gerichtssignaat Bank Kesteren 1619-1628

Dr. P.D. Spies • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Dit achtste deel van de Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe bevat de handelingen van het Hoogadelijk Landgericht van de Nederbetuwe vanaf 1619 tot en met 1628. De transcriptie wordt kort ingeleid en de getranscribeerde tekst is voorzien van verduidelijkende voetnoten.
    Dit gerichtsboek sluit direct aan op het vorige deel. Het boek bevat verschillende handschriften, waardoor met name veel persoons- en perceelsnamen op zeer diverse wijzen worden weergegeven. Tevens is opvallend dat de stukken regelmatig kris-kras door elkaar staan, dus niet op datum. Een ander opmerkelijk gegeven is dat veel dagen worden weergegeven door heiligendagen, ook die van Laetare en Sacramentsdag die de mensen moesten berekenen, namelijk de 3e zondag voor en de 9e donderdag na Pasen.
    De inhoud varieert van rechtszaken over geringe bedragen tot en met gevallen van doodslag en moord. Er is dus sprake van civiele en criminele rechtspraak. Opvallend is het gegeven dat criminele zaken, als steek- en vechtpartijen soms civiel werden afgedaan met betaling van smartegeld en de medische kosten, zoals in juli 1622 en op 26 maart 1626. Daarnaast valt op dat bij criminele delicten gepleegd door een ambtsjonker er niet altijd een crimineel proces werd gevoerd, zoals in mei 1622, juni 1624 en april 1627. De beroepszaken werden doorgaans op aparte klaringsdagen behandeld, normaal op een zondag voorafgaand aan de normale rechtszittingen, die op maandag begonnen. In dit boek wordt geschreven over klaringszaken, maar is niet de behandeling weergegeven. De reden daarvan is niet bekend. Op zich waren er voldoende rechtsdagen en zittingen die over het algemeen langer duurden dan één dag en regelmatig werden geschorst om enkele weken later weer hervat te worden. Al met al geeft dit boek een aardige inkijk in de rechtspraak van die dagen.

    Dr. Peter Dirk Spies (Amersfoort, 1955) promoveerde in 2017 aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn op de studie: De classis van Tiel 1579-1816. De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen. Hij is onder andere werkzaam geweest als hoofd van een afdeling archief, bibliotheek en documentatie, als theoloog binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en als jurist in bestuursrechtelijke zaken. Daartoe volgde hij enkele archiefopleidingen en bekwaamde zich in bestuursrecht en paleografie. Zijn onderzoeksgebied en specialisatie betreft in het bijzonder de kerkelijke, rechtelijke en politieke ontwikkelingen binnen het voormalig Hertogdom Gelre.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 170mm x 240mm
    Aantal pagina's : 474
    Uitgeverij : Dr. P.D. Spies (druk: Pumbo)
    ISBN : 9789463455435
    Datum publicatie : 02-2019
  • Inhoudsopgave
    Inleiding.
    Transcriptie.
    Naamregister.
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Dit is een gedeelte uit de rechtszitting van oktober 1620:

In de sake van Herman Ariënsen eijscher ter eenre ende Cornelis van Leuwen verweerder ter andere zijden worden gecommitteert die edele ende erentfeste Johan van Bemmel ende Wilhem van Goltsteijn om parthijen ter oer edelen eerste gelegentheijdt voor sich te bescheijden, derselver different te verhooren ende die daerover sien te verdragen mit vrundtschap. Soo niet, sullen de voorschreven gecommitteerden daervan hebben te erkennen ende uuttespreken als oer edelen na recht ende in aequiteijt bevijnden zullen te behooren.

In de proceduir bij peijndonge aengeheven tuschen Ariën Jansen, woonende tot Elst, eijscher ter eenre ende Jan van Wijck Huijbertsen, tot Inggen, verweerder ter andere zijden wijsen die ridderschappen voor recht, dat den verweerder de geëijschte vier ende 't negentich gulden in der aenspraeck gementioneert aen den eijscher sal opleggen ende betalen mitte costen van rechte. Condemnerende daer beneffens den verweerder in onrechte pandtkeronghe.

Gesien bij den gerichte den processe van aenspraeck, andtwoordt, replicq ende duplicq mit de bewijsstucken ten wederzijden daerbij ingedient tuschen Heijlwich van Hattem, weduwe ende boedelhoudtster, mitsgaders de kijnderen ende erffgenamen van zaliger Dirrick Verhuedt eijscheren ter eenre ende Adriana de Jongh, weduwe ende boedelhoudtster van Rijck van de Steech zaliger, verweerdersche ter andere zijden, 't selve gericht op alles gelet, injungeert de verweerdersche de reversaelbrieff ende d' obligatie van hondert gulden capitaels in der aenspraeck gementioneert tuschen dit ende ten naesten te exhiberen, ofte sich bij eede te purgeren deselve niet te hebben ofte te weten noch ter quader trouwen achter te houden, om sulcx gesien ofte bij nalaticheijdt van dien in de sake volgens gedaen te werden na rechts behooren.
#Petit copiam#

In de sake van Gerridt Palmert, als man ende momber van Margrita van Grint sijn huisfrou, eijscher ter eenre ende Gerrit Crauwel tot Oij verweerder ter andere zijden ordonneren die ridderschappen den verweerder mit den eijscher te rekenen tuschen dit ende ten naesten (ten overstaen van den edelen ende erentfesten Adriaen van Drueten, die 't gericht daertoe heeft gecommitteert, ende dat ten dage ende plaetse bij de voorschreven gecommitteerde te prefigeren) ende wat bij sloth van rekeninge bevonden wordt den verweerder den eijscher schuldich, sal hij opleggen ende betalen.
#Petit copiam#

In de questie van Geertruijdt Willemsdochter, weduwe van Gerrit IJsbrandtsen, eijschersche ter eenre ende Willem van Hattem Woltersen verweerder ter andere zijden worden gecommitteert die edele ende erentfeste Johan van Beijnhem ende Johan van Welderen om ten seeckeren dage 't different van parthijen te verhooren ende deselve daerover sien te verdragen mit vrundtschap, is 't doendelick. Soo niet, sal 't gericht volgens in de sake doen na rechts behooren.

Op d' aenspraeck van Johan Willemsen tot Ochten, als rechte momber over Pelgrom Jansens onmundige nagelaten kijnderen, eijscher ter eenre ende 't andtwoort van Dirrisken weduwe van Peter Evertsen, verweerdersche ter andere zijden wijsen die ridderschappen, dat de verweerdersche den eijscher sal opleggen ende betalen vermogens d' aenspraeck.
#Petit copiam#

In de saecke tuschen peijndongh ende pandtkerongh aengeheven bij Gerridt van Wijck, volmechtich van Johan van Hattem, eijscher ende Willem Woltersen als borch ende mede als principael voor Adriaen Jansen opten Bullick verweerderen, 't gericht gesien 't beken van den verweerder, condemneert denselven vermogens der aenspraecken op te leggen ende te betalen, gelijck oock d' onrechte pandtkeronghe aen den heeren amptman.

't Gericht gesien den eijsch van jonckher Willem van Ermelen, voor hemselven ende mede vanwegen joffrouwen Wilhelma, Mechtelt ende Anna van Ewijck sijne huijsfrouwe susteren ende als specialick gemachticht van deselve, eijscher ter eenre ende 't andtwoordt van Henrick Verwoert verweerder ter andere, 't selvige [gericht] doende recht, absolveert den verweerder van den eijsch ende condemneert d' eijscher te rembourseren aen den verweerder die gerichtelicke costen tot taxatie ende moderatie des gerichts.
#Petit copiam#

Tusschen pandonge van Henrick van Huevel, volmachtich van Peterken van Onderen, weduwe van zaliger Gerridt van Munster, eijschersche ter eenre ende die pandtkeronge van Cornelis Vastericxsen verweerder ter andere, 't gericht doende recht, verclaert wel gepandt ende qualick geweert te zijn. Condemneert oversulcx den verweerder in den eijsch.

Tusschen Hans Guerdtsen soo hij procedeert eijscher tegens Egbert Thoenissen verweerder, 't gericht verclaert den eijscher vooralsnoch in sijnen eijsch niet ontfanckelick ende condemneert den eijscher aen de verweerdersche te erleggen die gerichtelicke costen tot taxatie des gerichts.

Tusschen Claes van Ewijck ende Roeloff Vreem Reijersen, diaconen tot Eck, eijscheren ter eenre ende joffrou Catherine Spaens, weduwe zaliger jonckher Berndts van Welderen, verweerdersche ter andere zijden, 't gericht verclaert d' eijscheren vooralsnoch in hunnen eijsch niet ontfanckelick ende compenseert de costen.

Op aenspraeck van Willem Cornelissen aenlegger ter eenre ende andtwoordt van Joachim Jansen verweerder ter andere wijsen die ridderschappen, nadien de verweerder nalatich is gebleven de quitantiën bij d' andtwoordt geproduceert (volgens interlocutoir sententie van den XXen junii lestleden) naerder te verifiëren, dat oversulcx den verweerder den eijscher sal opleggen ende betalen vermogens d' aanspraeck.

In de proceduir bij peijndonge aengeheven tuschen Johan van Huemen eijscher ter eenre ende Aeltgen Gerritsdochter weduwe ende de kijnderen ende erffgenamen van Jan Hendricksen verweerderen ter andere zijden, gesien die pachtcedulle tuschen den eijscher ende Jacob Bloem Gerridtsen opgericht in date den XXIIen martii 1618, daerinne Willem Bloem ende Jan Henricksen sich als borgen gestelt ende elcx een voor al gelooft hebben, wijsen die ridderschappen, dat de verweerderen den eijscher sullen opleggen ende betalen, affslaende de bewijsselicke betalonge daerop gedaen, ende condemneren de verweerderen in de costen ende in de onrechte pandtkeronge aen de heere amptman.

Tusschen Willem Jansen aenlegger ter eenre ende Jan Robbertsen verweerder ter andere erkennen die ridderschappen ten vooroordel, dat den verweerder des eijschers aenspraeck in schrift genieten sal om die ten naesten te beandtwoorden.

#Overgifte#
Claerbert de Jongh, als volmachtich van de weduwe van Johan Tijnagel Thoenissen, heeft in iudicio overgegeven ende belooft Johan Joachimsen te betalen na inhalt des brieffs, daermede hij deselve weduwe aengesproken heeft, mits dat denselven Johan Joachimsen voor zijn quote aen de voorschreven weduwe sal doen behoorlicke cessie ende opdracht van seeckere leengoedt.

Tot decisie van de questie van Jacob Hendricksen, als man van Peterken Petersdochter sijn huijsfrou, eijscher ter eenre ende Neeltgen Lambertsdochter, weduwe van Rutger Jansen, verweerdersche ter andere zijden heeft 't gericht gecommitteert die edele ende erentfeste Adriaen van Mauderick, Johan van Beijnhem ende Johan van Welderen om ten seeckeren dage 't different van parthijen te verhooren ende die daerover in der vrundtschap sien te verdragen, soo doendelick, ofte anders daerinne te doen ende te erkennen als oer edelen na recht ende in equiteijt sullen bevijnden te behooren.
#Petit copiam#

In de proceduir bij peijndonge aengeheven tuschen joffrou Johanna van Dorth eijschersche ter eenre ende Cornelis Jansen Pansier verweerder ter andere zijden, 't gericht doende recht, verclaert d' eijschersche vooralsnoch in haren eijsch niet ontfanckelick, den verweerder daervan absolverende.

In de sake bij peijndonge aengeheven tuschen Willem d' Appalon eijscher ter eenre ende Gerrit Jacobsen, smit tot Ochten, verweerder ter andere zijden, 't gericht gesien de pachtcedulle daermede wordt geageert, erkent dat den verweerder mit den eijscher van de geëijschte schuldt sal liquideren, ten overstaen van de edele ende erentfeste Steven van Rumelaer ende Willem van Goltsteijn, die van 't selve gericht daertoe worden gecommitteert, ende wat bij sloth van rekeninge bevonden sal werden den verweerder den eijscher schuldich, sal hij aen denselven erleggen ende betalen.
#Petit copiam#

Op de rechtsvorderonge van Gerrit Jansen cleermaecker eijscher bij peijndonghe ter eenre ende Evert van Eck ende Jan Jansen verweerderen ter andere verclaren die ridderschappen den eijscher soo hij procedeert niet ontfanckelick. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen