Fragment
Tijdens een dienst verschijnt er aan de balie een mevrouw. Ik volg de procedure. Goedemiddag, mag ik misschien even uw legitimatiebewijs zien? En uw gezondheidsverklaring? En komt u voor de eerste of tweede vaccinatie? De tweede, zei ze. Maar, zo volgde er direct, “die wil ik niet hebben”. Ik keek in haar dossier. Ze bleek vorig jaar aan haar borst geopereerd te zijn vanwege een borsttumor.
“Wat wilt u dat ik doe?”, vroeg ik.
“Ik wil dat mijn echtgenoot mijn vaccinatie krijgt”.
Ik keek haar aan. Zoiets zou moeilijk worden, we hadden immers strikte regels te volgen, en veel uitzonderingen konden we niet maken. Voordat ik iets kon zeggen ging ze verder.
“Moet u luisteren, ik heb hooguit nog een paar maanden te leven. Ik ga dood, zeker, maar niet aan corona, maar aan mijn tumor. Ik wil graag thuis sterven, in het bijzijn van mijn man en kinderen. Maar hij komt pas over een aantal weken voor zijn vaccinatie in aanmerking en dus mag hij eigenlijk niet al te dicht bij mij in de buurt komen, omdat hij dan mij mogelijk kan besmetten. Als hij wél gevaccineerd zou zijn, dan hebben we in ieder geval, zo hoop ik, die maanden nog samen.”
×