Fragment
Bij opa en oma thuis rook het naar thee en koekjes. Oma zette een bordje neer en schoof het naar Daan toe.
“Je kijkt zo serieus,” zei ze. “Waar zit je met je hoofd?”
“In de bunker,” zei Daan eerlijk.
Opa glimlachte en ging tegenover hem zitten.
“Dan is het tijd voor het grotere verhaal,” zei hij.
Hij pakte een oud boek van de plank en schoof het open. “Kom eens kijken,” zei hij. Er stond een kaart in die Europa weergaf in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Daan boog zich eroverheen. Hij zag landen, grenzen en een lange, kronkelende lijn langs de kust.
“Wat is dat?” vroeg hij.
Opa wees met zijn vinger langs de rand van Europa. “Dat is de Atlantikwall,” zei hij. “Een verdedigingslinie die tijdens de oorlog werd gebouwd.” “Die bunkers die jij zo interessant vindt, zijn daar onderdeel van geweest.”
Daan dacht aan de bunker in het duin.
“Dus die hoort bij die muur?”
“Ja,” zei opa. “Ook al lijkt hij nu alleen te staan.”
Daan voelde het weer. Datzelfde zware gevoel als bij de bunker. Het besef dat dit niet zomaar een gebouw was. Het hoorde bij iets groots. Iets wat heel veel mensen had geraakt.
×