Fragment
Uit het hoofdstuk 'Niet meer verder willen'
Filmpje 15 september: we zitten op de bank, wat zien we er slecht uit. Jij met grote verdrietige ogen, een smal gezicht, een holle blik, ik moe, verdrietig, een beetje angstig ook. Je hebt je leuke groene adidas vest aan dat we voor de fietsvakantie in Spanje hebben gekocht. Jij hebt je arm om me heen. Die ochtend heb je gezegd dat je niet meer verder wilt als je niet meer thuis kunt wonen. Ik probeer dit op film vast te leggen. Ik vertel in het filmpje dat je de laatste dagen, weken achteruitgaat. Dat je meer hulp nodig hebt, onder andere met naar de wc gaan. Je bent ook een paar keer warrig geweest. Ik vertel dat ik bang ben dat ik je uiteindelijk niet meer de zorg kan geven die je nodig hebt, en dat je dan naar een tehuis moet.
Je zegt: 'Ik wil geen dingen meer, ik wil gewoon doodgaan.'
We praten nog wat en ik vraag: 'Je wilt niet naar een tehuis, hè?'
'Nee,' zeg je.
'Nee, dat is heel duidelijk voor je. Als je niet meer hier kunt wonen, wat wil je dan?'
'Dan sterf ik.'
Uit het hoofdstuk 'Afscheid nemen'
'Nu kan ik het nog zelf tegen jullie zeggen,' heb je tijdens een van de bezoeken tegen de jongens over jouw zelfgekozen dood gezegd. En je wilt het niet zo ver laten komen dat je het niet meer zelf kunt zeggen.
Die laatste keer blijven John en Bert nog even op de oprit staan praten. Dat is een beetje gek voor ons, en als het te lang duurt gooi je de deur open en zeg je lachend: 'Wegwezen nu.' Zo zien ze je voor het laatst, grapjes makend. En ik denk dat dit ook precies is hoe je herinnerd wilt worden.
Uit het hoofdstuk 'Je laatste hele dag'
Hoe laat we opstonden, of we samen onder de douche stonden (weet je nog, die eerste jaren, altijd samen douchen), het ontbijt dat we namen, ik weet het niet meer, ik weet het niet meer. De eerste herinnering aan die dag is dat jij aan tafel zit, wat zag je er slecht en ongelukkig uit. Ik vraag hoe je je voelt. 'Slecht natuurlijk,' antwoord je. Vanzelfsprekend, dat 'natuurlijk', wie wil er nu dood, 57 jaar oud, met een lichaam in perfecte conditie, en met een leven dat nog zoveel goede en gelukkige momenten kent. Fietsen, wandelen, een klein concert, een biertje met chips op ons dakterras, samen op de bank liggen, we kunnen er zo van genieten samen. Maar jij, jij wilt je waardigheid niet verliezen.
Uit het hoofdstuk 'Coast to Coast Lissabon - Valencia'
Voor mijn vertrek vond ik het eigenlijk wel een comfortabel idee om samen dood te zijn. Dat heeft niet zozeer te maken met echt dood willen, maar met de pijn niet willen voelen. Dat gevoel heb ik hier niet gehad en ook de somberheid lijkt verdwenen. Het verdriet blijft, gelukkig maar. Ik ben er nog niet aan toe om dat wat los te gaan laten, als ik daar al invloed op heb. Dat geeft niet, Marcel missen is minder erg dan dat ik hem niet meer zou missen, als dat te volgen is.
×