Fragment
De hartaanval overkwam meneer de Leeuw als de hamerslag van een Germaanse dondergod. Hij sloeg hem op zijn hart en snoerde zijn ademhaling in. Hij viel hem aan met pijnkristallen die als ijs zijn hart omvatten en er al het bloed in bevroren. Ze ontnamen hem de kracht uit zijn handen en voeten tot hij in elkaar zakte zonder er iets aan te kunnen doen. Alles om hem heen verscherpte zich tot hij dacht dat hij zelfs de moleculen van het bestaan zelf, waarnam. Daarna nam zijn vermogen om zich aan deze wereld vast te houden af. Hij voelde zijn lichaam wegglijden in zwarte wolken van misselijkmakende golven die zijn maag aanvielen. Het nam zijn geest over. Voor hij zijn denkvermogen zou verliezen, riep hij de naam van zijn vrouw. Die kwam onmiddellijk in actie. Door zonder aarzeling het alarmnummer te bellen, redde ze zijn leven.
De cardiologen uit het grootste ziekenhuis in Nijmegen opereerden hem binnen een week. Ze moesten zo lang wachten. Eerder was hij niet stabiel genoeg voor een operatie van dit formaat. Mevrouw de Leeuw zat zolang aan zijn bed als de bezoekuren toestonden. Ze zag haar man dagelijks achteruitgaan. Tot de operatie een feit was.
Maatschappelijk werk wees hij resoluut van de hand. Hij had in het verleden ervaringen met hen opgedaan, die hem helemaal niet bevielen. Hij was zijn vertrouwen in hun kwijtgeraakt en durfde niet opnieuw aan te nemen wat ze zeiden.
De landelijke media vielen het ziekenhuis van buitenaf aan, zoals het lichaam van meneer de Leeuw van binnenuit aangevallen was door de dondergod.
×