Fragment
“‘Een verslagen Duitsland zal neerkomen op een verslagen Europa’.”
Adam deed die uitspraak - die wij inmiddels kennen - in aanwezigheid van von Ribbentrop. Eerst in het Engels, daarna in het Duits. Beide kemphanen zaten opnieuw in het kantoor van Seyss-Inquart die overigens nog steeds verondersteld werd in Oostenrijk te zijn en daar in dat ge-val ook mocht blijven wat de minister betreft.
Hij wist eigenlijk nog steeds niet met wie hij nou werkelijk te maken had, maar nu ging het hem er slechts om de jonge zelfverzekerde Engelsman die tegenover hem zat aan het praten te krijgen. De tips van zijn vrouw hadden Adam gestreeld en je kon merken dat hij veel gretiger was dan de eerste keer dat ze elkaar spraken toen hij nog elk woord wat hij ging uitspreken, woog op de gevoelige weegschaal der diplomatie.
De drank had eveneens een handje geholpen om de stemming te verbeteren, ofschoon het verhaal eromheen van de minister, Adam al snel was gaan vervelen. Von Ribbentrop had gepocht met de naam van zijn schoonvader die onlosmakelijk verbonden was met de beroemde sekt die over de hele wereld gedronken werd. Hij had er een glas van ingeschonken en het ook Adam aangeboden, maar die had netjes geweigerd en in plaats daarvan om een glas rode wijn gevraagd. Hij had de beste en duurste Po-merol die er bestond in het potsierlijke wijnrek zien staan dat de kamer van Seyss-Inquart rijk was, en had daar zijn zinnen op gezet.
“Groot-Brittannië gaat ervan uit dat wij deze oorlog gaan verliezen?” reageerde von Ribbentrop ten slotte op Adam’s uitspraak, hoogst verbaasd over het feit dat er iemand bestond die zich kon voorstellen dat de Wehrmacht te verslaan was.
×