€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

De filosofie en de macht van dood en verderf

Een zoektocht naar Goedheid, Schoonheid en Waarheid

A.Z.Sowhna • Boek • paperback

  • Samenvatting
    “Het leven is een gekkenhuis in een tranendal”, dit is het probleem, en **De filosofie en de macht van dood en verderf** is voortgekomen uit een desbetreffende dienovereenkomstig desperate zoektocht. Het opschrijfwerk is begonnen in 1968; in 2025 is er een eind aan gekomen. De concluderende bevinding behelst een uitweg weg uit de fundamentele rotzooi, en het gaat van pikzwart naar Licht, van slecht naar Goed, van smerigheid naar Schoonheid, van kletsende koek naar Waarheid – voortgaande over een ‘loooong and winding road’ zogezegd alshetware alshetubelieft. En dit boek is opgedragen aan iedereen die lijdt, of het nu aan een verslaving is of aan slapeloze nachten of melancholie of moedeloosheid of depressiviteit of psychoses of iets anders (onderworpen zijn aan martelingen). En ik draag dit boek op aan alle lijdenden, ter nagedachtenis van iedereen die zijn/haar leven eigenhandig beëindigd heeft. En het boek is zijn tijd 10 jaar vooruit, of 100 jaar, of 1000 jaar, de toekomst zal het leren. PS De bevinding is dat men V&W moet praktiseren – nadere info houdt zich metterdaad daar ter plekke op, men leze **De filosofie en de macht van dood en verderf** - en indien gewenst meer (er is een Mooi Meer). / AZS
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 319
    Uitgeverij : .
    ISBN : 9789465330983
    Datum publicatie : 09-2025
  • Inhoudsopgave
    . Verbaasd en erg geschrokken geboren
    . "Mag ik mij even voortellen?
    . Today it's D-day
    . Probleemformulering.
    . Het jongetje dat niet kon lachen
    . De wereld is keihard en bulkt van het Kwaad
    . Verlichting
    . De mens deugt (niet)
    . Aangescherpte probleemformulering
    . God om hulp gevraagd
    . De ondergang van Atlantis (wordt vervolgd)
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

...................................................................................................Wie alleen voor zichzelf leeft leeft niet

Bennie hield de helmstok vast en had de boeg van de zeilboot lief zoals deze, de golfjes brekende, voortging door het water. De boeg had ongeveer de vorm van een smalle driehoek maar haar flanken waren gebogen. En de flanken waren van gelakt hout gemaakt, bruin hout, en het houtoppervlak toonde een afwisseling van lichte en donkere strepen. Mooi gelakt bruin zeilbotenhout was het.

Het was een zonnige dag en er woei wind. De wind bracht het water van het meer in beweging. Het water van het meer was donker en de wind maakte golfjes en de golfjes waren overal, ze wiegden het water en weerkaatsten fel glinsterend het zonlicht en ze verplaatsten zich en gingen voorwaarts, in de richting van het grasbegroeide land dat boven het water uitstak, en ze liepen tegen de landwand stuk. Telkens kwamen er nieuwe bewegende golfjes en steeds verdwenen ze weer bij de donkere hoge rand van aarde, de aarde waarop gras groeide. Het uitgestrekte bewegende wateroppervlak was een en al beweging. Het was een vlak, wiebelend schitterend in de zon, en het was een heerlijk groot vlak; het strekte zich tot hartverheffend ver in de verte uit. Het water was ondoorzichtig doordat er myriaden groene levende miniatuurtjes en bruine dode miniatuurtjes in rondzweefden, en het vormde een gesloten wateroppervlak zodat je ging denken dat iemand er op zou kunnen staan en eroverheen lopen. De zeilboten met hun grote witte zeilen leken zich ook op het water voort te bewegen, in plaats van door en in het water. De wind blies, maakte golfjes, en drukte de witte zeilen met een onzichtbare kracht strak en bol. De wind was niet te zien maar je zag wat hij deed; hij maakte dat het wateroppervlak geen rust kreeg en alsmaar golfjes voortbracht die de zon schitterend wiebelig weerkaatsten, hij maakte dat het groene gras bewoog, hij blies de boomblaadjes aan waardoor zij schommelden en de bomen een ritselend geluid voortbrachten dat je hoorde als je dicht langs het land voer, hij schoof de bollige witte wolken onder het alles overkoepelende blauw door, en veranderde de kalme wolken langzaam maar zeker van vorm en hij bewoog de zeilboten op het water zodat het water voor de boegen van de boten opzij ging. Bovendien droeg de wind de geur van het water en het gras aan, en je voelde hem tegen je gezicht en in je hals en op je handen, heerlijk verkoelend – waardoor je niet merkte dat de zon je huid stuk aan het maken was. En je kon door de wind voortgebracht geluid horen als hij in je oren blies, of langs de touwen, of als hij de zeilen deed klapperen hetgeen weliswaar niet zo vaak voorkwam.

In deze wereld bevond zich de boot met Bennie erin. Bennie had het ditmaal goed getroffen met zijn gehuurde zestien-kwadraat. Het was een oude boot, maar zij was goed onderhouden en aan haar bewegingen voelde je dat zij gemaakt was door een bijzonder kundig botenbouwer. De boot ging soepel en vol overgave over het water voort, en maakte vloeiende bewegingen, niet van die schokkerige of stoterige. De bruine houten spitsgebogen boeg duwde het water uiteen, en het water stroomde vertrouwelijk langs haar rondingen, en de golfjes streelden en beklopten het hout, en het water liet de boot doorgaan.

Bennie keek naar de bewegingen van de boeg, en naar de wereld om hem heen en hij zag alles en hij voelde hoe zijn boot één was met water en wind, één met de hele vitale wereld, maar hij voelde zich ongelukkig. Hij laveerde goed, ging op tijd overstag en deed het goed, zonder een groot vraagteken in het water te maken en hij keek alert om zich heen om rekening te kunnen houden met de andere boten maar hij smaakte geen bijzonder genoegen in wat hij aan het doen was en genoot niet van de wind, niet van het water, niet van de zon, niet van de goede boot.
-Ik ben er oprecht en eerlijk van overtuigd dat het mijn plicht is alles te doen wat ik kan-, dacht hij. -Ik wil heus mijn plicht wel doen. Ik wil alles doen om mijn bijdrage te leveren. Maar ik ben niet sterk genoeg.- Somber keek hij naar de golfjes die hem vriendelijk toeknikten en zonlicht in zijn ogen wierpen. Hij vond zichzelf een slappeling. Hij wist hoe hij zijn moest... maar het lukte hem maar niet. Altijd werd hij week en ongeconcentreerd als hij wilde werken, nooit lukte het hem, zich over zijn tegenzin en lusteloosheid heen te zetten.

Na veel meegemaakt te hebben, en na de gedachten van de diep denkende mensen op zich te hebben laten inwerken was Bennie tot de echte en definitieve overtuiging gekomen dat elk mens er zich toe zetten moest, het grote doel te dienen. Het grote doel dat is, de vooruitgang van de mensheid.
-Hoe beperkt men ook is in zijn vermogens, iedereen moet toch het zijne bijdragen-, vond hij. Hij kon echt in vervoering raken als hij er aan dacht hoe de mens zich van een bekrompen, op eten en paren gericht dier had ontwikkeld tot een redelijk denkend wezen, tot een wezen dat weet van de dingen heeft en dat het in zijn macht heeft de dingen te bestieren.
-Kijk toch eens hoe het nu is. We hebben inzicht gekregen in de ongelooflijkheden van de wiskundige waarheden volgens welke het heelal zich gedraagt, we maken bewust deel uit van de gedachten van de Natuur. We hebben geleerd, door de schijn van de werkelijkheid heen te kijken en we beginnen de echte waarheid te ontdekken, die zó ondoorgrondelijk wonderbaarlijk is, dat niemand, de grootste sprookjesschrijver nog niet, vermoed had wat nu waar blijkt te zijn. Niemand had kunnen fantaseren dat de vaste stof, zie bijvoorbeeld deze vingernagel hier, bijna geheel uit lege ruimte bestaat, met myriaden krankzinnig kleine piep-puntjes erin, en dat die puntjes niet eens een bepaalde vorm of plaats hebben. En geen enkele science fiction-schrijver had kunnen bedenken dat de piep-puntjes, die met hun allen datgene bewerkstelligen wat wij als “zwaarte” ervaren, uit niets anders bestaan dan... verankerde energie! Maar nou ja; ... nou ja; laat ik me nou maar niet weer verliezen in mijmerende bewondering voor de onvatbare wonderen waar het heelal bol van staat. Laat ik praktisch zijn, en er over nadenken wat me te doen staat om mee te helpen aan de vooruitgang, wat mijn plicht is.-

Even moest hij zich met de boot en de wind en het water bezighouden, om te maken dat de boot overstag ging. Daarna dacht hij verder.
-De mens moet het hebben van de wijsheden van filosofie, kunst en natuurkunde, daar ben ik van overtuigd. Al het andere – de politiek, de godsdiensten, het militarisme, de eerzucht, het streven naar geld en geluk – leidt tenslotte tot de ondergang. Geluk, dat is waar ook de varkens naar streven, heeft Einstein opgemerkt. Het najagen van oppervlakkige doelen dient welbewust vermeden te worden, maar daar is een bepaalde mentaliteit voor nodig, namelijk de mentaliteit van het voelen van de nietigheid van de mens. Want wanneer iemand éénmaal werkelijk tot in alle vezels van zijn wezen zijn nietigheid en onnozelheid doorvoeld heeft kan hij zich nooit meer echt druk maken over allerlei dagelijkse onbelangrijkheden. Da’s logisch, want wie maakt zich nou druk om niets?-

Bennie schrikte uit zijn overpeinzingen op want er voer een andere boot een paar meter verderop voor zijn boeg langs met twee meisjes erin. Die twee meisjes hadden een bikini aan zodat de zon bijna overal bij kon komen.
-Waarom doen ze dat eigenlijk. Alleen omdat ze het prettig vinden de zon te voelen? Of omdat ze bruin willen worden, om vervolgens hun vriendinnen de concurrenten de loef af te steken, of om de mannen te behagen? Ach, het hoort er nou eenmaal bij, - in je vrije tijd baad je zon, en dan ga je niet naar het “Waarom?” vragen. Bovendien houden ze er van dat de mannen naar hen kijken, en ik hou er van naar hen te kijken. Dat meisje dat aan het roer zit heeft de schoot van het grootzeil beet en haar lange donkerblonde haren worden golvend opgenomen door de wind. Eigenlijk heeft ze niet zulk mooi haar, het komt wat droog over en het heeft een saaie kleur die vlees noch vis is. Maar ze is jong en ze heeft een blanke vouwenbuik, en benen, en een vrouw is een vrouw is een vrouw. Het andere meisje houdt de fok, en ze heeft de fok niet genoeg aangehaald. Blond haar, echt mooi. Ze varen door, ik ga mijn route en zij de hunne, zoals dat nou eenmaal gaat. Ze kijken niet eens naar mij. Ja, toch.-

Hij maakte schuw een nauwelijks voltooide groetbeweging met zijn hand waar hij zelf van schrok, en het meisje dat het roer en het grootzeil had knikte met een lauw ongeïnteresseerd glimlachje. Hij zag dat het mooiblonde meisje iets zei. Ze giechelden. Hij keek snel vóór zich en was blij dat ze doorvarende uit zijn blikveld verdwenen.
-Wij zijn het sterke geslacht, zegt men. Maar ik voel me niet sterk. Alleen maar gauw gekwetst en verlegen. En alleen.-

Hij trok de zeilen aan, zodat de boot gevaarlijk scheef ging hangen. De wind oefende veel kracht op het grootzeil uit, Bennies vingers en arm waren hard geworden. Hij hield de boot scheef. Het water, groen, gleed donker golvend vlakbij langs hem heen. Hij zou willen dat er veel wind stond zodat hij al zijn kracht en kunnen nodig zou hebben om de boot tegen de natuurkrachten in overeind en gaande te houden.
-Waarom is het toch zo, dat ik zeker evenveel van vrouwen hou als andere jongens dat doen, maar dat ze mij gewoon niet willen hebben. Andere jongens, die echt niet zoveel voorstellen, scharrelen met meisjes rond en scheppen over ze op met vieze taal en hebben geen gevoel, behalve tussen hun benen. En ik zou een meisje nooit willen bezeren, en trouw en eerlijk zijn en haar niets laten doen wat niet juist is, maar ze willen mij niet eens hebben. Ik snap er geen zak van.-

“Godverdomme”, zei hij.
-Ik hou niet van vloeken en ik wil het niet. En ik hou van God, wie, wat of waar hij ook is, omdat ik van de schepping hou. Laat ik dus God niet bevloeken.-
“Sorry.”
-Ik ben ook niet aantrekkelijk in mijn gezicht, en ik kijk te vriendelijk. En ik heb een hekel aan de komedie van het de allesoverheersende flinke vent spelen. Maar daarmee geef ik natuurlijk wel iets van mijn manlijk fluïdum prijs. Ik kan ook nooit wetend en deskundig over allerlei details van sterke drank en de dancing Pam Pam met zijn toeschietelijke meisjes praten, want dat is mijn wereld niet. Wat betekent al dat gelul, bezien in het licht van de menselijke sterfelijkheid en de oneindigheid van het heelal? En aan de inhoudsloze popmuziek met zijn dreunritmes en onnatuurlijke stemmetjes heb ik een hekel, dus daar kan ik ook al niet over meepraten.-

Hij haalde diep adem.
-Ik weet dat ik gelijk heb. Maar ik ben er niet blij om.-

Diezelfde dag, toen de zon al laag stond en de wind bijna was gaan liggen, reed Bennie met zijn Sparta-bromfiets op een landweg. Het gepruttel van het Sachs-motortje klonk in zijn oren, waardoor hij de vogels niet goed horen kon . Maar hij rook het gras, en voelde de koele avondlucht die langs zijn gezicht streek. En hij zag de bomen donker en bedaard staan in het getemperde licht van de rode neerwaarts zwevende zonneschijf. Hij was op weg naar zijn ouderlijk huis, enige kamers in een flatgebouw, waar hij woonde met zijn ouders en zijn broertje en zus. Zijn gezicht was verbrand, en hij was moe. Rustig reed hij daar. Zijn gezicht stond uitdrukkingsloos-somber; zo keek hij de wereld in, niet gelukkig en niet zielig. Hij was ontstellend eenzaam.

...................................................................................................Liefde loont (Bennie zijn levensmotto) ×
SERVICE
Contact
 
Vragen