€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

De gijzeling van Mithras

een verdediging van het christendom tegen het kerkendom

Jan Bauwens • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Al jaren wordt het 'nieuws' volstrekt beheerst en verlamd door een algemene paniek. Zij is van een dergelijke omvang dat ze van zichzelf nog steeds niet beseft dat ze paniek is.
    We kijken of luisteren niet meer naar het nieuws van zes uur, maar naar de paniek van zes uur, vervolgens naar de paniek van zeven uur, naar die van acht uur... En ten behoeve van wie er slapeloos van worden, is er ook nog de herhaling van de paniek gedurende de ganse nacht.
    Ook onze conversaties blijken aangetast: ze herleiden zich tot de reproductie van de jongste paniekberichten. Per definitie laat paniek geen plaats voor ook maar iets anders dan zichzelf.
    Een remedie tegen deze psycho-sociale pandemie die ― haar omvang ten spijt ― de meest miskende en ook de meest besmettelijke vorm van waanzin is, kon misschien wel dit opstel zijn. In een beknopte analyse van de vraag naar wat ons te wachten staat, wordt verduidelijkt wat er precies scheelt, en of de onnoemelijke kwaal nog te verhelpen is. Het gevonden spoor leidt verrassend genoeg naar de leer van de erfzonde...
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 145mm x 210mm
    Aantal pagina's : 186
    Uitgeverij : Jan Bauwens
    ISBN : 9077532218
    Datum publicatie : 12-2005
  • Inhoudsopgave
    Inhoudsopgave "De gijzeling van Mithras. Een verdediging van het Christendom tegen het kerkendom":

    I. De bemiddelaars 9
    1. De menselijke autonomie ― een zeepbel 10
    2. Het verweesde wezen 17
    3. De boze wereld 21
    4. Heden en verleden 28
    5. Het goddelijk kind en het gouden kalf 35
    6. Tegendoelmatigheid en respect 42
    7. Tegendoelmatigheid wijst op interne tegenspraak 48
    8. Het ultieme bedrog 51
    9. Hoe de sterkste zijn recht terugneemt 58
    10. Afpersing en uitpersing 62
    11. Het glazen kerkhof 66
    12. De les van de horlogemaker 68
    II. De bezweerders 76
    13. De tactiek van de bezwering 76
    14. Terug naar de natuur? 85
    15. Wat is de natuur van het Christendom? 91
    16. Hedendaagse schriftgeleerdheid 99
    17. Geloof en ethiek 126
    III. De bezetters 130
    18. Zoals lammeren onder de wolven 130
    19. De lammeren en de wolven 134
    20. Van slachtoffer naar beul ― Beknopte historiek van het kerkendom 138
    21. Virtuele concentratiekampen 159
    Literatuur 169
    Noten 171
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



2-3 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Uit het eenentwintigste hoofdstuk, getiteld: "Virtuele concentratiekampen":

"Een beknopte blik op de begintijd en op de eerste paar eeuwen van de kerkgeschiedenis, laat zien hoe zij al van zodra zij een instituut wordt, verbonden aan het rijk, verandert van vervolgde naar vervolger: het verhaal van het slachtoffer dat op zijn beurt beul wordt. In de middeleeuwen gaat zij zelfs systematisch de heidenen hetzij met de wapens bestrijden ― denk aan de kruistochten ― hetzij op de brandstapel gooien. Zij maakt geen onderscheid tussen, enerzijds, onschuldige en zieke mensen zoals de zogenaamde 'bezetenen' en, anderzijds, de geleerden die bijvoorbeeld het geocentrisme wetenschappelijk weerleggen: de hel op aarde voor al deze ongelukkigen, trouwens samen met de vele boeken die haar niet zinnen. Interne twisten over pietluttige kwesties vormen het thema der grote concilies en synoden en met veel getrompetter worden dogma's afgekondigd waarvan geen zinnig mens de betekenis kan ontrafelen. Weg met de school van Athene, weg met de Olympische Spelen, weg met alles wat niet de zegen krijgt van de paus, of de pauzin, of de pausen, want somtijds geraken ze het in hun stempartijen niet eens over de uitverkorene en zijn er meerdere onfeilbaren tegelijk. Het ene schisma volgt alras op het andere en de 'christenen', verkondigers van de verdraagzaamheid en de eenheid, raken meer verdeeld dan welk werelds rijk dan ook in de loop van de hele geschiedenis. Kortom: het is niet de vrede van Christus die zich verspreidt over alle volkeren, maar daarentegen wordt reeds in de vroege middeleeuwen de ganse westerse wereld door het kerkendom bezet.
De hoger weergegeven historiek is noodzakelijk zeer onvolledig en al te beknopt; hij poogt alleen een ogenblik te herinneren aan de feiten en, in acht genomen het verschijnsel dat mensen alles wat minder fraai is makkelijk dreigen te vergeten, is zo'n terugblik allerminst overbodig. Vooral de overdadige aandacht voor het getheoretiseer, kan zo'n vergetelheid sterk in de hand werken. Men ziet dat trouwens ook gebeuren in kleine, menselijke ruzies: ze hebben een vergevingsgezind gesprek nodig, waarin alles in een nieuw licht wordt geplaatst en uitgelegd, teneinde het gebeurde met de gewenste vrede te kunnen consolideren. Het is goed dat zulks gebeurt, maar het is niet altijd wenselijk dat men doet alsof er helemaals niets gebeurde, en dat men aldus het gebeurde vergeet, want op die manier leert men niet van zijn fouten. Wanneer de jongste pausen in naam van de kerk om vergeving vragen voor bepaalde, in het verleden begane fouten, dan kan zulks in geen geval een rechtvaardiging inhouden van het instituut zelf: dat instituut heeft immers allang bewezen wat het 'waard' is. En dat kan ook zeker niet, wanneer in eenzelfde adem, nieuwe veroordelingen en discriminaties worden geuit.
De vervolgingen die zich in de jongste tijd voltrekken, zijn onvergelijkbaar met de boekverbrandingen of de brandstapels uit de middeleeuwen: ze zijn gesofisticeerder, doch zeker niet minder wreed. De aloude fysieke moordpartijen gaan weliswaar ongehinderd door, maar waar zij, om welke reden dan ook, minder wenselijk worden bevonden, worden ze vervangen door meer gesofisticeerde vormen van uitsluiting en verbanning. De gevreesde islamitische 'fatwa' of vloek, waarbij een prijs wordt gezet op het hoofd van de betrokkene, en die wij ook kennen uit de Amerikaanse cowboy-wereld van de affiche: "Wanted, dead or alive", wordt in onze contreien op een meer verbloemde maar zeker niet minder efficiënte manier uitgesproken en ook voltrokken. De te schuwen stigmatisering en diabolisering van niet alleen al dan niet staatsgevaarlijke individuen, maar ook van ganse bevolkingsgroepen, is ons bekend uit bijvoorbeeld de antidiscriminatiewetten, maar zij woekert ook in geheel onbenoemde en bijgevolg onbekende en evenzeer onbestrijdbare terreinen welke worden afgebakend en geviseerd door, andermaal, evenzeer onbekende personen, groepen of instituten die bepaalde belangen delen waarop het volk geen enkel zicht heeft. In het onderzoek naar deze wantoestanden zijn geschoolde lieden geneigd om telkenmale het euvel in de schoenen te schuiven van ideologieën, terwijl maar al te vaak blijkt dat, vooral in deze tijden, ideologieën nog slechts dienst doen als vernislaag over minder verheven of kil pragmatische oogmerken. De vernislaag van de ideologie blijft echter haar werk doen zolang onmondige kinderen de hersenspoelingen of de persoonlijkheidsmisvormingen moeten ondergaan waarover sprake in het eerste deel van dit opstel, want menselijkerwijze is het vrijwel onmogelijk om af te rekenen met de beginselen waarop wij onze persoonlijkheid hebben gebouwd, zonder dat wij daarbij onszelf volledig dreigen te verliezen. Minder verheven, of zeer pragmatisch, zijn vaak de drijfveren van de geschiedenis en van wie eraan sleutelen: in twee woorden gaat het meestal alleen maar om naakte macht, gestuurd door hebzucht en egoïsme. Om te herinneren aan enkele kleine voorbeeldjes in de kerk: de aanvankelijk bijna verketterde orde van de Jezuïeten wordt plotseling erkend wanneer de kerk haar in de contrareformatie voor haar kar denkt te kunnen spannen. Priester Daens, maar ook pater Daminaan, moeder Theresa en Jeanne d' Arc ― om er maar enkele te noemen ― worden op handen gedragen nadat ze eerst verguisd werden, onopgemerkt bleven of zelfs levend werden verbrand, en in deze tragieken herhaalt en vertaalt zich de levensgeschiedenis van niemand minder dan de Messias, Christus, zelf.
Wie zijn "zij die hem hebben doorboord", zoals de Apocalyps van Johannes het zegt? Wie anders dan de instituten, de instellingen, de monsters zonder hoofd, de massa's, of, om een bijbelse terminologie te gebruiken: de 'legioenen' waarmee het wezen van de satan samenvalt? En of ze nu 'kerk' heten of 'staat' of eender hoe: zij hebben onderling dit gemeen, dat zij werken als blinde krachten, monsters, ofwel zonder kop, ofwel met meerdere koppen, wat op hetzelfde neerkomt, want zij dragen geen verantwoordelijkheid voor wat geschiedt, zij zijn alleen maar blinde machten, elk op hun eigen manier 'trouw' aan de trouweloze bij uitstek, zijnde het gouden kalf: die krankzinnige berg van geld, waarin mensen al hun energie steken en waaraan ze al het schone dat de aarde te bieden heeft opofferen, alleen maar om hem steeds hoger te maken.
De vandaag uitgeslotenen hebben geen verweer tegen de onzichtbare muren die middels moderne 'preken' rond hen opgetrokken worden, want deze muren zijn niet van steen, ze zijn psycho-sociaal. Niettemin hebben ze een directe en uiterst doeltreffende weerslag op het fysieke bestaan van de betrokken 'gevangenen', en dit via de minimalisering van de kansrijkdom van de ongelukkigen, welke tenslotte moet uitmonden in de totale verarming op elk niveau. Tegen deze massamoorden is elk verzet bij voorbaat uitgesloten, mede  ingevolge de zelfgenoegzaamheid en de lafheid die worden in de hand gewerkt door instituten die mensen opdelen in kaf en koren, en die aldus het toekomstige werk van Christus zelf menen te mogen voltrekken, nog vooraleer het einde der tijden aangebroken is. Zij praten de veroordelingen goed, geheel in tegenspraak met het woord Gods zelf, terwijl zij ageren vanuit niets minder dan een welbepaald, doch voortdurend veranderend 'fatsoensbesef': een bewustzijn en bekommernis om het fatsoen, dat wil zeggen: om hoe zij bij anderen met zichzelf voor de dag komen, hoe zij eruit zien, welke indruk zij maken, en allerminst bekommerd om hoe zij in feite zijn. Niet voor niets is de term 'fatsoen' verwant aan de termen 'façon' (Fr.), 'face' (Eng.), 'facies' (Lat.) en 'fashion' (Eng.): het gaat inderdaad om niets minder dan oppervlakkige maskers en modes, echter verplicht aan te trekken of na te leven op straffe van uitsluiting door de wereld. Alleen het authentieke christendom biedt nog het perspectief ― en wat een geluk ― dat Gods rijk niet van deze wereld is.
De nieuwe brandstapels situeren zich in de verbranding van zielen in onder meer door het kerkendom gecreëerde frustraties en ergernissen, veroorzaakt door de hypocrisie van het 'sanhedrin'. De nieuwe boekverbrandingen verlopen feilloos dankzij de structurele en geïnstitutionaliseerde monddoodmakingen van alle mogelijke tegenstanders van wereldse belangengroepen, al dan niet samenzwerend in regerende of oppositie voerende 'establishments'. De nieuwe verketteringen geschieden in de veroordeling van de vrije ideeënvorming, de steeds verstrengende en achterdochtige controle daarop, de aanmoediging van massaculturaliteit en de bevordering van allerlei vormen van afhankelijkheid en van infantilisme. De nieuwe rechtspraak speelt zich af in het selectief en specifiek geïnterpreteerd misbruik van de dode letters der wet ter uitschakeling van tegenstanders allerhande ― een misbruik dat is geëvolueerd tot een specialisme dat een enorme behendigheid vergt van door machthebbers verloonde instituten van acrobaten, die met hun kunst dan ook alles kunnen bereiken omdat zij, naar believen van wie hen inhuurt, wat wit is als zwart kunnen verkopen en omgekeerd, en wie hen tart, heeft zichzelf a priori afgeschreven. De nieuwe bezetting laat zich ook voelen in de bezetting van de aandacht via zeer vele kanalen, waardoor die aandacht, het geheugen, de wil en het gedrag quasi volkomen worden bestuurd. Bijkomend probleem is dat van de fysieke, natuurlijke hernieuwing van de generaties, daar kinderen steeds weer van voren af aan moeten beginnen en zodoende de ervaringen missen van die gebeurtenissen die aan hun geboorte voorafgaan, zodat wij verbijsterd moeten vaststellen dat de meest corrupte politici, na enkele jaren van onderduiking, plotseling weer in trek blijken bij de jongsten onder ons.
Het onderwerp is te uitgebreid om binnen het bestek van dit opstel behandeld te worden, derhalve blijft het hier bij enkele algemeenheden. Eén zaak zou nu alvast duidelijk moeten zijn: de god van het licht, aanbeden sinds de oudste tijden, en ook aanbeden door alle volkeren uit de oudheid, werd gegijzeld. Het licht dat hij vanuit zijn eigen wezen verspreidde, is niet meer: het leven verloopt in een welhaast volstrekte duisternis, 'gestuurd' door blinden. Wij zijn elk aangewezen op het eigen kleine lampje, soms geven wij wat licht door aan een ander, of mogen wij iemands kaars of kandelaar lenen voor een uur. En dat zal zo doorgaan totdat ― zo durven wij te hopen ― deze nacht voorbij is, en de grote Mithras weer zijn licht laat schijnen op de wereld. Want een verlichting van menselijke makelij is volstrekte duisternis vergeleken bij het licht van de zon, dat niet gemaakt is, maar gegeven, door een andere, grotere en gullere hand. Zelfs de religies in hun beste doen gunnen ons slechts het zeer onrechtstreekse en gedempte licht van de maan, als ze dat al doen: een licht dat niet in staat is om schepselen te laten openbloeien en te doen leven; een licht dat zelfs de slaap niet kan verstoren van een mensheid die nog slechts droomt en niet veel anders doen kan dan zich aan nachtmerries over te geven, totdat een verhoopte, nieuwe ochtend aanbreekt." ×
SERVICE
Contact
 
Vragen