Fragment
Peter was met zijn rode Alfa Romeo, die nog geen jaar oud was, uit de bocht gevlogen en met volle snelheid tegen een enorme lantaarnpaal geknald. Zijn auto was een ravage maar Peter zelf leek gelukkig niets te mankeren. De schade kon hem niets schelen. Hij had gehuild. Tranen met tuiten en daardoor was hij uit de bocht gevlogen. Nog nooit had hij zich zo vernederd gevoeld als die dag.
Die middag was er een feestje bij zijn ouders in de Van Coothstraat geweest. Zijn moeder was jarig en dat werd in de tuin gevierd. Met een barbecue en met veel drank. Misschien had zijn vader een paar glazen teveel gedronken. Zijn vader die al jaren een grote wens had om weer een succesvol zakenman te worden. Dat miljoen, dat ging er volgende maand zeker komen. Daar was Martin Braun van overtuigd.
Maar de waarheid was net iets anders, wist Peter. Zijn vader zat al meer dan tien jaar in de bijstand. Hij rommelde wat aan met allerlei innovatieve projecten. Zijn dominante vader had er voor gezorgd dat hij niet in het leger hoefde, maar dan moest Peter zich wel een aantal jaar voor het “uitvinderscentrum” van zijn vader inzetten. De firma List en Bedrog hadden ze het beter kunnen noemen. Zijn vader probeerde iedereen, die geld wilde investeren in één van zijn projecten een poot uit te draaien.
Peter had al bijna twee jaar voor zijn vader gewerkt, na het afronden van zijn opleiding bedrijfskunde aan de universiteit. Hij had iedere week minstens veertig uur zijn best gedaan. Gratis en voor niets, want een salaris zou Peter pas krijgen als het miljoen binnen was. Een miljoen waarvan Peter allang wist dat zijn vader dat nooit zou lukken. Maar Peter was loyaal aan zijn vader geweest. Hij had tientallen rapporten geschreven, gesprekken meegevoerd bij allerlei klanten, soms zelfs in zijn eentje. Hij had ervoor gezorgd dat ze subsidie kregen voor de ontwikkeling van hun elektrische fiets. Dat geld hadden ze niet in het project gestopt, want ze hadden met de subsidie de Alfa gekocht. Dat was natuurlijk niet volgens de regeltjes van het ministerie.
Zijn vader had midden op het tuinfeestje aan een flinke groep mensen staan te vertellen dat het werk van Peter “geen flikker voorstelde”. Die rapportjes stelde niets voor, onderhandelen over de projecten kon Peter niet. Wat had Peter eigenlijk geleerd op de universiteit? Het was gewoon een waardeloze opleiding. Peter was een opvreter, die op zijn zak teerde.
Nog nooit had Peter zich zo ellendig gevoeld. Hij had zijn vader verbijsterd aangehoord en was toen weggerend. Hij had gehuild en was woedend geworden. Hij had natuurlijk niet in zijn auto moeten stappen. Nog geen drie kilometer verder was Peter uit de bocht gevlogen. Peter bedacht zich dat de auto was betaalt met het subsidiegeld van de stichting. Net goed, dacht Peter. Ik hoop dat het ministerie binnenkort langs komt en er achter komt wat voor oplichter zijn vader was.
×