Wij werken op volle kracht, er is geen vertraging in productie en levering door het Coronavirus. Meer informatie via deze link.

€ 17,77

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover De Beweging deel 3 Sonja
    De Beweging deel 3 Sonja (boek)
  • Cover De Beweging deel 1 (Leandra)
    De Beweging deel 1 (Leandra) (boek)

De Kuil

Nico Kwakman • Boek • paperback

  • Samenvatting
    De Kuil
    Een roman in de voetsporen van Boccaccio,
    over liefde en rivaliteit, misdaad en straf en oorlog en vrede.

    Als woorden wapens zijn, en de rede het aflegt tegen de retoriek, is het oorlog.

    De hoofdpersoon van deze vertelling verdedigt zich niet, toont geen spijt en geeft niemand de schuld. Ook zichzelf niet. Als kind al draaide hij zijn hand niet om voor de meest verwerpelijke kwajongensstreken, het stadium van kattenkwaad al lang voorbij. Maar hij schaamt zich daar niet voor. Zo zit hij in elkaar: hij was nog maar een kind en het was zijn natuur.

    Totdat zijn leven een gelukkige wending neemt. De vriendschap met zijn nieuwe vriend luidt een ander tijdperk in, waarin hij zijn demonen weet te beteugelen en zijn leven op de rails krijgt. Maar het gevaar is nog niet geweken. Soms staat er nog een wissel verkeerd, zodat hij opnieuw dreigt te ontsporen. En wanneer blijkt dat hij en zijn vriend elkaars rivalen zijn geworden in de liefde, iets wat bijna ondenkbaar leek, is er al helemaal geen ontkomen meer aan.
    Als hij zich niet langer weet te beheersen en het uiteindelijk misgaat, presenteert het noodlot hem de rekening en wordt er een forse streep door hun vriendschap gehaald.

    Hij probeert te redden wat er nog te redden valt. Maar in zijn pogingen om de vrede te tekenen met zijn vriend, wordt hij geconfronteerd met de keerzijde van zijn capitulatie. Er wordt teruggerekend, aangerekend en afgerekend. Hij draait op voor de herstelbetalingen. Degene die ooit zijn boezemvriend was, eist nu een schadeloosstelling, omdat ‘hij de oorlog is begonnen’.
    De afrekening vindt plaats in het Italiaanse Certaldo, de bakermat van een van de beroemdste raamvertellingen uit de geschiedenis: de Decamerone van Boccaccio. Die bood troost en een uitweg uit een pestepidemie in de veertiende eeuw.
    Maar ook uit deze oorlog om de liefde?
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 274
    Uitgeverij : Nico Kwakman
    ISBN : 9789464063769
    Datum publicatie : 11-2020
  • Inhoudsopgave
    Proloog
    Hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 33 (zonder titels)
    Epiloog
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 17,77

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Vanaf dat moment vergezelde Anna me geregeld op mijn zwerftochten. Jon moest haar met me delen, alhoewel Anna en ik nooit intiem waren met elkaar. Ik wilde wel, maar wist niet hoe ik dat moest aanpakken. En Anna liet op geen enkele manier merken dat ze meer wilde. We werden goede vrienden, maatjes die elkaar aanvoelden, op dezelfde golflengte zaten en samen met hetzelfde enthousiasme genoten van wat de natuur ons aan schoonheid had te bieden. Maar daar bleef het bij. Dat had voldoende moeten zijn, meer zelfs dan ik ooit had durven hopen. Maar waarom voelde ik me dan zo tekortgedaan? Waarom meende ik recht te hebben op wat ze mij niet kon of wilde bieden?
Doordat ik volledig in beslag werd genomen door wat ik niet had, in plaats van me gelukkig te prijzen om wat ik wel had, begon ik haar steeds minder vaak mee uit wandelen te vragen. Ze merkte het wel en keek me af en toe bezorgd aan. Ze begreep dat ik ergens mee zat, maar zei of vroeg me nooit iets. Die doodenkele keer dat ze me nog vergezelde, leek het wel of ze intenser genoot dan ooit. Niet alleen omdat het besef van schaarste haar gelukshormonen activeerde, maar ook omdat ze van mij had geleerd oog te hebben voor de schoonheid van de natuur en in mij de belichaming zag van het geluk dat ze ervoer als we samen door de bossen en de velden zwierven. Van pure verrukking omhelsde ze me af en toe. Maar haar aanrakingen en omhelzingen waren slechts uitingen van enthousiasme, nooit meer dan dat. De pijn die ik voelde, elke keer weer als ik dacht dat ik in het doolhof van onze vriendschap een opening naar haar hart had gevonden, maar tot de conclusie moest komen dat ik opnieuw geen steek was opgeschoten, werd bijna ondraaglijk. Zo zal ik niet gauw die keer vergeten dat we voor de verandering eens een uitstapje maakten naar een landgoed in de buurt van een naburig dorpje. Dat mondde uit in een van de grootste desillusies die ik al die tijd te verduren heb gekregen, een dieptepunt.
Het landgoed was voor een appel en een ei in handen gekomen van Natuurmonumenten omdat de baron die er woonde, niet langer in staat was het onderhoud voor zijn rekening te nemen. Sindsdien was het vrij toegankelijk voor wandelaars. Dat gold ook voor het theekoepeltje dat vanaf de heuvel waar het bovenop stond, een fantastisch uitzicht bood op het landhuis en de parkachtige tuinen met de waterpartijen daaromheen (waarschijnlijk aangelegd door horigen, ‘volschuldigen’ aan de kasteelheer, de slaven van de Lage Landen).
Wandelaars konden er uitrusten, van het uitzicht genieten, of zich heel even in de bevoorrechte kringen uit vroegere tijden wanen die hier af en toe kwamen theedrinken om aan de sleur van de luxe in het landhuis te ontsnappen. Dus toen wij in de buurt waren en het zachtjes begon de regenen, haastten we ons naar de theekoepel om er te schuilen voordat de bui echt zou losbarsten, want we hadden geen regenkleding en geen paraplu bij ons. De theekoepel was onze redding.
Toen we er net op tijd op het bankje waren neergeploft, zag ik dat ik bijna op een boek was gaan zitten dat iemand kennelijk was vergeten nadat hij of zij hier had zitten lezen. Ik pakte het op om er wat in te bladeren, toen ik zag dat het boek deels bestond uit met pen beschreven pagina’s en deels uit blanco pagina’s. Voorin stond de uitleg over de bedoeling van het boek. De initiatiefnemer, die zichzelf ‘De Wandelaar’ noemde, was ooit begonnen hier een schrift neer te leggen met het verzoek aan degenen die het koepeltje bezochten en het schrift nieuwsgierig opensloegen, om er een gedachte, een gedicht, een verhaaltje, een ervaring, of wat dan ook in te schrijven. Zodra het vol was, verruilde hij het weer voor een nieuw schrift, jaar in jaar uit, totdat hij er plotseling mee ophield. Niemand heeft ooit geweten wie De Wandelaar was, wat hij met de schriften deed en waarom hij ermee is gestopt. Maar de beheerders van het landgoed vonden het zo’n leuk idee, dat ze ermee zijn doorgegaan.
We bladerden er wat doorheen en lazen een paar van de schrijfsels. Het waren voornamelijk persoonlijke ontboezemingen. Ik begreep niet hoe mensen zich (de schaamte voorbij) zo gemakkelijk konden laten verleiden tot het opschrijven van hun diepste zielenroerselen, soms zelfs met naam en toenaam. Hadden ze wellicht het gevoel een bijdrage te leveren aan iets verhevens, aan iets dat de banaliteit, de platvloersheid van het alledaagse leven overstijgt? Waanden ze zich zo ‘in hun kracht’ in het gezelschap van geestverwanten en in de roes van de onderlinge lotsverbondenheid, dat ook zij hun diepste gevoelens durfden te delen en bereid waren alle obstakels die daaraan in de weg staan in het gewone leven, uit de weg te ruimen? Ervoeren ze zozeer de ‘dronkenschap van de energie’ die hier – getuige sommige beschouwingen die aan het papier waren toevertrouwd – opsteeg uit het knooppunt van ondergrondse energiebanen waarop deze theekoepel ‘niet voor niets’ was gebouwd, dat ze hun eigen grenzen niet meer kenden of in acht namen?
Het was soms op het gênante af.
We lieten de schrijfsels aan elkaar lezen en glimlachten, maar daagden elkaar ook uit.
‘Kun jij het beter dan?’ vroeg ik aan Anna. ‘Een gedichtje?’
‘Ik denk het wel,’ zei ze. Ze dacht even na en droeg toen met een plechtig gezicht haar gedichtje voor:
Ik zit hier goed, t’is lekker stil.
Da’s alles wat ik wil.
Ik schoot in de lach.
‘Schrijf maar op,’ zei ik. ‘Precies het goeie tegenwicht tegen al dat diepzinnige en esoterische geleuter.’
‘Alleen als jij er ook een verzint,’ antwoordde ze met een uitdagende grijns en pretlichtjes in haar ogen.
‘Dat is goed. Als jij jouw dichtregels hebt opgeschreven, heb ik de mijne wel verzonnen,’ beloofde ik.
Maar ik moest nog even heel diep nadenken om mijn belofte waar te kunnen maken. Nog net op tijd bedacht ik iets dat kon wedijveren met haar schijnbaar nietszeggende, maar tegelijkertijd zo betekenisvolle gedichtje. En toen ze klaar was met schrijven, schreef ik eronder:
Het regent nu, maar ik ben laf.
Ik wacht het hier wel af.
Toen ze het las, kreeg ze de slappe lach en ik lachte mee. We staken elkaar aan, raakten in een lachkramp en konden er op het laatst bijna niet meer mee stoppen. Totdat ze me gierend van het lachen omhelsde en me in een onbewaakt ogenblik vol op de mond kuste. Ik voelde gedurende een fractie van een seconde de diepe genegenheid van een totale liefde. Maar zij schrok hevig van zichzelf en liet me beschaamd los. Vanaf dat moment bleven we strak voor ons uitstaren naar de grijze verten, zolang het nog regende, elk met onze eigen gedachten.

Ook zal ik niet gauw die keer vergeten dat zij vanaf ons observatieplateau voor het eerst een paar ransuilen zag vliegen, en ze me weer om de nek viel en bijna smoorde van opwinding. Ik ervoer opnieuw zoveel intimiteit, dat ik een kort moment dacht dat het ijs tussen ons was gebroken. En het deed bijna pijn opnieuw te moeten constateren dat ik er niet méér in mocht zien dan het maximaal haalbare: de zoveelste innige omhelzing als een uiting van geluk die ik verdiende door haar in opperste staat van vervoering te brengen met de wonderen van de natuur. En waarvoor ik haar dankbaar moest zijn en die ik nooit zou kunnen beantwoorden op de manier waarop ik dat zou willen. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen