Fragment
Het was een harde opvoedingsmethode, zonder emoties, daarmee werd de basis gelegd voor later. Ik merk dat vooral bij mijn broers en zus: de afstandelijkheid naar elkaar toe, elk zijn eigen leven. Elkaar aanvaarden, maar weinig emoties tonen. Huilen wanneer je verdriet had, werd meteen gestopt door de woorden: ‘Verman je, wees niet zo flauw.’ Daar word je hard van. Als je verdrietig bent, wil je alleen zijn want het mag niet gezien worden.
Voor mij was dat heel moeilijk omdat ik vlug huilde en heel emotioneel was. Hoe harder ze tegen mij waren, hoe meer verdriet er bij mij naar de oppervlakte kwam. Ik had dit niet onder controle.
Zo was er op school eens een jongen die viel en zich pijn had gedaan. Hij huilde en ik ook. De juffrouw begreep niet waarom ik meehuilde, maar ik kon het ook niet zeggen, want ik wist het zelf niet. Naarmate ik ouder werd, had ik het daar ook moeilijk mee. Ik kreeg al regelmatig te horen van mijn broers dat ik een ‘bleitsmeul’ was.
Op de lagere school werden we af en toe eens verrast met iets leuks. Zo was er eens een wit paard dat in onze klas kwam gestapt. We waren meteen stil en keken verwonderd naar dat glanzende, spierwitte paard. Daar zat Bobbejaan Schoepen op en reed met dat paard door alle klassen. Dat was heel grappig. Hij kon dat paard kunstjes laten doen, maar dat ging niet in de klas. Hij had liedjes die we gemakkelijk konden meezingen zoals: De lichtjes van de Schelde, Ik heb eerbied voor jouw grijze haren, de parodie Café zonder bier, Hutje op de heide, ... Die man heeft het ver geschopt. Hij bouwde later Bobbejaanland, door velen gekend
.
Wanneer we een dokter nodig hadden, moesten we naar een telefooncel waar je met muntjes kon bellen. Dat was een zware hoorn van de haak nemen en de muntjes in het gleufje steken. Daarna aan de schijf draaien om het juiste nummer te vormen en goed opletten dat je niet verkeerd draaide, anders was je je muntjes kwijt en kon je opnieuw beginnen. Dokters waren de eersten die een telefoon en een auto hadden.
Er was de Ford Taunus, de Simca zoals mijn broer had, en de Volkswagen, zo’n kleintje met een deur aan de voorkant, heel grappig klein ding. Ook die bolhoedjes van Volkswagen, die hadden van die uitslaande richtingaanwijzers op de zijkanten van de auto tussen de twee deuren; zo een had mijn meter. Een DAF was er toen ook nog, raar autootje vond ik dat. Ook de ‘geitjes’ van Citroën. Daar moesten we altijd mee lachen. Wij zeiden dan aan de chauffeur die eruit kwam, dat er op het gras nog plaats was voor zijn geitje. Bij onze Noorderburen zouden ze zeggen: zet jouw eendje maar op de vijver.
×