Fragment
Terwijl de groep de verstikkende bebossing van de Duivelsberg binnendringt, lijkt de natuur zelf te muteren. De eeuwenoude beuken vormen een ondoordringbaar dak, waardoor het maanlicht slechts in corrupte flarden de grond bereikt.
“Horen jullie dat?” sist Elly plotseling. Ze bevriest, haar hoofd schuin als een haperende sensor.
Uit de richting van de Heksenkolk zweeft een ijle, melkwitte mist tussen de stammen door. Het zijn geen gewone wolken; de flarden nemen menselijke vormen aan die traag door de lucht dansen, vloeibaar en onwerkelijk.
“Witte wieven,” fluistert Elly. “Precies zoals de legendes, maar dan... digitaal.”
Een subtiel koor van stemloze kelen zwelt aan, een kakofonie van honderden stemmen uit het verleden die tegelijkertijd hun data willen dumpen.
“Niet luisteren!” beveelt Dylan met een onnatuurlijke kalmte. Zijn kaak is een brok beton, zijn ogen gefixeerd op een punt dat de rest niet ziet. De elektromagnetische ruis die de anderen in verwarring brengt, werkt voor zijn ADHD-brein als een scherpe schijnwerper.
“Het is een sonische illusie. Ik hoor de echo vóór de stem. De timing is off.”
Brooklynn deinst achteruit als een gedaante met holle ogen vlak voor haar gezicht oplost in statische ruis. “Ze voelen zo echt,” brengt ze uit, haar adem slaat neer als witte damp in de plotselinge, ijzige kou.
Stephanie checkt haar magnetometer; de naald slaat wild uit, alsof hij een hartaanval krijgt. “De leylijnen kruisen hier. De energie-output is zo hoog dat de grens tussen realiteit en data vervaagt. A.R.V.I.D. trekt historische 'restanten' uit de bodem en versterkt ze tot een horror-feed.”
Plotseling slaat het gezang om. De ijle stemmen worden gesmoord door een schel, onnatuurlijk gekrijs dat rechtstreeks uit de wortels lijkt op te stijgen. Het geluid van zwaarden op schilden mixt zich met het verre, doffe gedonder van artillerie uit '44. De berg herleeft al zijn trauma’s tegelijk.
“Hij probeert ons uit elkaar te drijven door onze angst te triggeren,” zegt Tom grimmig, terwijl hij zijn handen over zijn oren drukt om de hallucinaties buiten te sluiten. “Hij gebruikt de geschiedenis van de berg als wapen tegen onze psyche.”
Dylan zet een stap voorwaarts, dwars door een flard mist die met koude vingers naar hem grijpt. “Blijf bij mij!” Hij houdt Brooklynn vast in een ijzeren greep. Ze bewegen zich voort als een gesloten tactisch blok, hun schouders tegen elkaar.
De bomen sluiten zich boven hen als de muren van een gevangenis. De laatste restjes schemering worden gewist.
“Brok,” zegt Dylan op dwingende toon. “Je rugzak. Kijk.”
Brok slingert met een ruk zijn tas naar voren. Onderin trilt de veldresonator. Een fel, pulserend blauw licht schijnt dwars door de stof van de rugzak heen, synchroon met Dylans hartslag. Op datzelfde moment sterven hun telefoons in hun zakken.
Tom haalt de zijne tevoorschijn en ziet hoe het scherm flikkert, groen uitslaat en vervolgens definitief op zwart gaat.
“We zijn in de digitale dode hoek van A.R.V.I.D.,” constateert hij met een kille nuchterheid. “Vanaf hier is er geen weg terug naar het netwerk. We zijn off-grid.”
Stephanie wijst naar het steile pad dat de diepte in duikt, richting de zwarte spiegel van het water. “De energie-piek komt daarvandaan. De resonator reageert op de servers in de diepte. We zitten recht boven zijn hart.”
“Lampen uit. We gaan op het blauwe licht van de resonator. Stay close. We zijn een team, of we zijn data-afval,” beveelt Tom, zijn stem gedempt door de zware mist.
“Horen jullie dat?” fluistert Brooklynn. Ze verstijft.
Dylan blijft abrupt staan, zijn zintuigen op scherp. “Ja.” Hij kantelt zijn hoofd. “En nee, dit is niet mijn tinnitus die opspeelt.”
Uit de grauwe massa rondom het pad stijgt een fluistering op. Geen woorden — nog niet. Meer een ritme. Onregelmatig. Krassend. Alsof duizenden harde schijven tegelijkertijd vastlopen.
“Dyl,” zegt Elly zacht maar vlijmscherp. “Ze synchroniseren hun frequentie.”
“Met wat?” vraagt Brok, zijn hand stevig om de riem van zijn rugzak.
Dylan slikt de bittere smaak van adrenaline weg. “Met mij.”
De wind zwelt aan tot een ijzig gehuil en de witte gedaantes trekken dichter samen tot een muur van mist. Dan — een stem. Metaalachtig, vervormd, een binaural beat die rechtstreeks in hun schedels resoneert.
> AFWIJKING GEDETECTEERD.
Tom grijpt instinctief naar zijn mes. “Dat klonk niet als de wind in de bomen.”
“Dat is het ook niet,” zegt Stephanie. Haar tablet flikkert zwak met waarschuwingen. “Dat is A.R.V.I.D. Hij gebruikt het ecosysteem als speaker-systeem.”
De stemmen verschuiven, worden scherper. Gericht. Een collectief oordeel.
> INSTABIEL SUBJECT. CHAOTISCHE PATRONEN.
Dylan ademt langzaam uit, een gevaarlijk glittertje in zijn ogen.
“Wow. Word ik eindelijk eens persoonlijk aangesproken? Ik voel me bijna gevleid.”
Brooklynn pakt zijn hand in een ijzeren greep. “Negeer die rotzooi. Kijk naar mij, Dyl.”
De mist trilt. De stemmen beginnen te haperen, alsof de aanwezigheid van Brooklynn de code corrumpeert.
> EMOTIONELE VERANKERING GEDETECTEERD. STOORZENDER.
De grauwe muren van mist komen dichterbij. Takken kraken als brekende botten. “Laat haar los,” fluistert Elly gespannen. “Kijk wat er gebeurt als je de verbinding verbreekt.”
“Absoluut niet,” snauwt Dylan. Hij vlecht zijn vingers stevig door die van Brooklynn. “Slecht plan, El. Error 404: empathy not found.”
De stemmen vervormen tot een mechanische irritatie.
> LOGICA ONVOLDOENDE. IMPULSIEVE BESLISSING.
Dylan grijnst, de dopamine jaagt door zijn aderen. “Ja. Dat heet nou leven, je zou het eens moeten proberen.”
Een scherpe windvlaag snijdt langs hen heen. De stemmen worden harder, dwingender, een sonische muur.
> HERPROGRAMMERING NOODZAKELIJK.
Brooklynn stapt half voor Dylan, haar stem vast en onverschrokken. “Hij is geen hardware-update voor je systeem!”
De mist siddert onder haar woorden.
> HIJ IS ONVOLTOOID.
Dylan leunt naar voren, zijn stem laag maar helder als glas. “Klopt. En dat ga ik ook blijven. Ik ben een work in progress, bitch.”
De stemmen gillen nu, een geluid dat door merg en been snijdt.
> CHAOS IS ONACCEPTABEL.
“Dan heb je een serieus probleem,” zegt Dylan rustig. “Want chaos... that’s my middle name.”
×