Fragment
Afkomstig uit de Meierij bewonen Van Gorkums vanaf 1743 het Achterhoekse land en het aangrenzende Westfalen. Meer dan tweehonderd jaren leefden zij na een korte start in de Toldijk onder Steenderen in buurtschap De Heurne onder Dinxperlo. Zij voerden daar een volstrekt regelmatig en plichtsgetrouw leven. Het is de aard van deze familie en vandaar waarschijnlijk de lange, duurzame Brabantse familielijn. Vanaf circa 1320 traceerbaar werden ze geboren, groeiden ze op, gedijden ze en gingen ze dood volgens de gebiedende vanzelfsprekendheid van de natuur. Zonder ophef toch aanwezig, af en toe een schakel vormend voor meer, voor beter of groter. Thans draagt nog één familielid in Dinxperlo de familienaam Van Gorkum. Alle andere Van Gorkums zijn overleden of verhuisd naar andere oorden.
De familiegeschiedenis begint met veronderstellingen in de veertiende eeuw. Toch bestaat de naam Gorkum zeker al 1000 jaar. In het boek ‘Opmerkelijke Naamdragers’ wordt uitgelegd hoe oud de naamgeving is en wat de naam betekent.
In de 15de en 16de eeuw gaat het goed met de familie. Men ziet dat aan haar bewegingen op de onroerendgoedmarkt in Moergestel, Udenhout, Oisterwijk, Loon op Zand, Tilburg en omgeving. In de 16de eeuw is de familie actief lid van het drapeniers- en wolambachtsgilde in Oisterwijk. Ze is kapitaalkrachtig en lieert zich aan gegoede families. Wie in die tijd geld heeft, levert priesterzonen aan de Kerk van Rome. De Van Gorkums zijn wat dat betreft geen uitzondering. Het geeft aanzien en het genereert geld. Hun belangrijkste woonplek wordt de Kerkstraat in Oisterwijk vlak bij de kerk.
In de 17de eeuw krijgen de Van Gorkums te maken met de slechte economische omstandigheden. Ze maken een vrije val op de maatschappelijke ladder. Het is niet uit onwil of zelfgenoegzaamheid. Ziekte, dood, maar vooral de Tachtigjarige Oorlog en de oorlogsperikelen nadien zijn de oorzaak van het maatschappelijk afglijden van de familie. Illustratief hiervoor zijn een tweetal verklaringen van enkele Brabanders, die de Oisterwijkse notaris Lambert van den Hoevel noteerde. Ze geven goed weer wat de inwoners van Oisterwijk en omgeving en dus ook de familie Van Gorkum doormaakten.
Op 24 september 1614 leggen Henrick Henrick Peters (94), en Willem Willems van Buel (72), Elyas Henrick Lombaerts, (55) en Goossen Emberts van der Borcht (44) uit Oisterwijk voor de borgemeesters van de Vrijheyt de eed af bij de schout van Oisterwijk. Henrick en Willem, die eerder in Tilburg woonden, verklaren dat:
“de vrijheyt van Oisterwijk altijd bij memorien van menschen gestaan heeft ende gestabilieert is geweest opte trapperye of wullen ambacht als sijnde eertijts aldair geweest over de drye hondert wullen getouwen ende dat oyck dat aldair alle ander gemeyne ambachte en natien meestendeel gedaen ende gehanteert geweest soe die voirs vrijheyt seer populues was de ingesetenen meestendeel op te hanteringe van comanschappe ende manifacture(?) waren staende ende aldaer voir date van de troublen vele cooplieden waren wonende die met henne lakenen en comanschappen soe op Antwerpen ende sHertogenbossche als oyck in Hollant Gelderlant en andere provincien waren treckende de vrijheyt van Oisterwijk tot verscheyde reysen in affgebrant ende daerduer gehelijcken geruineert”.
Goossen en Elias verklaren dat Oisterwijk in 1587:
“bij het oorlogsvolck nyet alleen onder meer anderen huysen het huys van de secretaris mair oyck mede de parochiekercke daerinne vele goederen ende scifen(?) gevlucht mede verbrant ook in 1581 een groot leger binnen Oisterwijk van de geunieerde provincien onder tgebiedt van Mons. de la Garde dewelcke de kerck ingenomen hebben niet alleen de altaren ende de beelden als anderszins ontstucken geslagen hebben en vernielt medegenomen vele brieven bescheiden en ...so de voors. kercke als oyck de voors. vrijheyt aengaende. Daer sij bij de kerke waren wonende Goossen bij zijn ouders brachte de soldaten so binnen een dose met chijns en pachts gescreven aengaende de bruerschappe van de Eerw. Hey. Sacramente in de selve kerke en zijn moeder heeft die stukken gered”.
Op 30 oktober 1621 worden de 86-jarige Jan Mathijs Voss uit Gestel en de 74-jarige Gerit Adriaen Poirters uit Waalwijk ‘rechterlijck gearresteert” op verzoek van de borgemeesters van Oisterwijk om “de waerheyt getuygenisse te geven”. Zij verklaren dat de inwoners van Oisterwijk tijdens de oorlogen zwaar hebben geleden van de doortrekkende legers van onder andere de Graaf van Meghen, de hertog van Holsteyn, de Graaf van Bossu, de Graaf van Querstey, de Heer van Houltepenne, de Graaf van Marsfelt, het Spaanse leger, de Graaf van Hoherlo Mons en andere “grote troupen van 10, 12 of meer compagnieen”. Zij weten zich te herinneren, dat de Vrijheid Oisterwijk viermaal is afgebrand, de eerste keer in 1568 ging het om wel 80 huizen, in 1574 bij “oirloghsbrant” om wel 150 huizen, in 1580….:
“duer inlegeringe des heere van Houltepenne soe geruineert affgebroken en verbrant wel 150 huizen en de laatste maal op 11 juli 1587 als de here van Houltepenne opte Maze bij Engelen geschoten waert is de voirs vrijheyt voirt te perd affgebrant. Toen bleven nog maar 22 huizen in de rechte straat staen en alsdoen als oyck te voiren die wevers ende ambachtslieden daer bij de voirs vrijheyt plach te staen meestendeel zijn verlopen en vertrokken nae sHertogenbossche, Bredae, Gorchem, Dordrecht, Rotterdam en andere steden dorpen en plaetsen hoewel daerna en gedurende de treffner [het bestand] wederom enige huizen en meestendeels cotkens opte oude fundamenten mogten geseth wesen nu nog nauwelijks 1/4 der huizen en mensen binnen de vrijheyt van Oisterwijk bevonden als eertijds omdat de vrijheyt enge en klein is van landerijen en dat de drabperye van de wullen ambacht aldaer seer is vergaen nog nauwelijks 15 a 16 weefgetauwen ganckich en worden bevonden ipv driehondert diemen seeghde aldaer eertijds geweest temeer daer de vrijheyt is liggende opte rechte bane van Bruessel en Antwerpen op sHertogenbossche en van Hollant nae de Kempen en nae de lande van Cleve”.
Ook de Van Gorkums ontkomen niet aan deze Staatse ellende. Na 1660 oefenen ze het wolambacht niet meer uit. Van de vroegere positie is weinig over.
Veel mensen uit Noord-Brabant verhuizen naar andere delen van het land op zoek naar economische voorspoed. Het gebied rond Zutphen blijkt in het begin van de achttiende eeuw een aantrekkelijk werkgebied te zijn voor vooral klompenmakers uit de regio Tilburg. Ook klompenmaker Derk van Gorkum uit Best verlaat de geboortestreek om zijn heil elders te zoeken. Uiteindelijk komt hij terecht in de buurtschap De Toldijk nabij de Gelderse dorpen Hengelo en Steenderen. In de achttiende, de negentiende en deels de twintigste eeuw zijn de Van Gorkums actief als klompenmaker, smid, winkelier, kleermaker, schoenmaker, koster en boer in de Achterhoek.
×