Fragment
Onder de schaduw van een oude eik zat een vrouw, stil op een bankje.
De lucht rook naar gras en hout, naar aarde die net was omgespit.
Ze luisterde — naar het dorp dat in de verte ademde,
naar stemmen die ooit klonken en nooit echt verdwenen waren.
Alles leek dichtbij, alsof tijd hier niet verliep maar zachtjes meebewoog.
Ulvenhout lag daar, met zijn lanen en erven,
zijn verhalen die als bladeren in de wind bleven dwarrelen.
Wie goed keek, zag ze overal:
in het licht dat door de bomen viel,
in het grind dat onder je voeten kraakte.
Want dit dorp leeft —
niet alleen in steen,
maar in herinnering.
En wie luistert, hoort nog steeds
hoe de ziel van Ulvenhout zacht verder fluistert in de tijd.
×