Fragment
Gesprek XVII
Het persoonlijk en het algemene
A: Ik persoonlijk houd niet zo van het persoonlijke.
B: In zijn algemeenheid ben ik blij dat te horen.
A: Je wilt niet weten hoezeer ik lijd onder al dat zelfzuchtige gewauwel om me heen.
D: Ik wil het inderdaad niet weten.
C: Je stelt je aan, A!
A: Overal waar ik kom hebben mensen de mond vol over dingen van henzelf: hun auto, hun familie, hun gezondheid, hun werk, hun vakantie, hun woning, ga zo maar door; allemaal zaken die me geen lor interesseren. En de een is nog niet uitgepraat of de volgende begint alweer. Niemand die een beetje naar de ander luistert.
D: Dan ga je toch weg, als dat je niet bevalt. Of kruip je graag in de slachtofferrol?
C: Ja A, wend je invloed aan. Streef naar een fatsoenlijke gedachte-uitwisseling. Je bent er nota bene zelf bij. Zelf voer ik altijd gesprekken die ergens over gaan. Daar zorg ik wel voor. Niet dat geweeklaag! Doe er wat aan, A! Aan lijden op zichzelf heb je niks.
B: Ik vind dat A een punt heeft. Lees de kranten en tijdschriften. Je struikelt er over de particuliere wederwaardigheden. Bijna geen onderwerp schijnt het zonder het individuele te kunnen stellen.
D: Doe niet zo onnozel! De ervaring heeft al honderd keer uitgewezen dat dat de leesbaarheid bevordert en meer aandacht genereert.
C: Het is absoluut belangrijk dat we compassie tonen met mensen die tussen wal en schip terechtkomen. Vroeger keken we daar te gemakkelijk overheen. Ik prijs de kranten die zich het lot van de misdeelden aantrekken.
D: Schei toch uit! Dat is voor het overgrote deel sensatiezucht. Ik heb de pers zelden op menslievendheid kunnen betrappen. Eerder probeert men elkaar primeurtjes af te snoepen.
B: Zodra ik in een artikel stuit op de lotgevalletjes van ene Els ene Simone, ene Floris of ene Jos, stop ik onmiddellijk met lezen. Snel hoop ik dan ergens nog een kernpunt of een conclusie te kunnen vinden, maar als dat te lang duurt geef ik er de brui aan.
A: Je bent een man naar mijn hart, B! Je bent intelligent genoeg om vaker voorkomende situaties zonder voorbeelden te kunnen vatten. Aan al die afzonderlijke verhalen hebben we niks. Tijdverlies! Gewoon resumeren, c’est tout.
B: Voilà. Die misdeelden van C, wier perikelen we ons zo nodig zouden moeten aantrekken, publiceren maar in vakblaadjes en dergelijke. Dat levert ze meer op dan mijn eventuele medelijden, mag ik hopen.
C: Jullie hebben geen idee waar het hier over gaat! Als mensen bij de officiële instanties geen gehoor vinden zien ze zich genoodzaakt de publiciteit te zoeken. Dat is persoonlijk, daar heb je gelijk in. Maar tevens draagt het bij aan het op peil houden of verbeteren van de maatschappelijke voorzieningen. En dat is een algemeen punt.
D: Die maatschappelijke voorzieningen interesseren B geen klap, nietwaar B? Jij kunt makkelijk rondkomen, toch?
A: Mag het ietsje minder persoonlijk? Een ander medium waar het flink misgaat is het televisiewezen. Wat daar allemaal in de schijnwerpers wordt gezet: euthanasie, een rouwproces, een geslachtsverandering, een dag uit het leven van een politicus, het leven van een dakloze, een psychiatrisch patiënt, een geadopteerde, een verslaafde, een prostituee… Je kunt het zo gek niet bedenken. Waar houdt het op?
×