Fragment
Als je me een jaar geleden had verteld dat ik met de fiets door Duitsland zou trekken, had ik je waarschijnlijk uitgelachen. Fietsen was toch geen vakantie? Nee! Fietsen is iets wat je doet als je even snel iets bij de supermarkt moet halen, of als je als student naar school moet, of als je met je vrienden gaat zuipen, of… Nou, je snapt het wel.
Nee, fietsen is geen vakantie. Dat is wat we toen dachten… Toen was het óók vakantie, en zaten we op het punt om ons laatste jaar van de middelbare te starten. Dat jaar, waarin we de puntjes op de i zouden zetten, ons profielwerkstuk af zouden ronden en ons eindexamen zouden maken.
Maar toch… Nu, om half acht ’s ochtends, omhelsde ik mama, terwijl mijn fiets zwaar bepakt achter het huis stond. Ook zij vond het spannend om mij alleen op reis te laten gaan. Opa kwam eveneens gedag zeggen. Papa was er niet; hij moest werken. Ik rolde mijn fiets door de véél te smalle poort, zei nog een keer gedag en vertrok naar het dorp verderop.
×