Samenvatting
In deze bundel vindt u 95 gedichten, zintuiglijk en beeldend geschreven.
Wiltingh: ‘Ik vind woorden in flarden van dromen. Ze vallen naar binnen. Alsof van boven.
Woorden komen vanuit een soort tussenruimte. Tussen slaap en waken, tussen ik en jij, tussen weten en niet meer hoeven weten.
En toch begint alles in stilte. Daar, waar niets moet ontstaan, ontstaat alles vanzelf.
Woorden over schoonheid, liefde, eenheid, over vogels en mensen die reikhalzen naar kusten, naar verten.
Een wereld dieper dan deze. Me één weten met het Andere. Het Ultieme. Liefde die verder draagt dan de tijd. Schoonheid brengt mij in trilling. Laat me leven. Ten volle.
Mijn lichaam is het instrument. mijn adem de bedding. mijn handen de echo van iets dat groter is dan ik zelf kan bedenken. Op sommige momenten valt alles samen: Buitenwereld versmelt met binnenwereld. Ben ik de vogel, het bos. de papaver. ben ik de ellende van de wereld, het prikkeldraad, de jongens uit de woestijn.
Ben ik het meisje van toen, de zalm die terugkeert naar de rivier, het meer op de berg, ben ik zelfs het licht aan de horizon.
Voor mij is er maar een bron. Er is geen tweeheid, er is eenheid. Alles is verbonden in een diepere essentie. In het hier en nu.
En in al die momenten zie ik een zeldzaam wit. In alles. In iedereen.’
Deze thema’s vindt u terug in deze bundel. De bundel heeft een lichte en hoopgevende toon.