Voorverkoop Verwachte verzenddatum 13-12-2025

×

€ 29,50

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Eigen aardigheden

Een meisjeshart en een verlangen naar jongens

Roel Johan den Dulk • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Roel Johan den Dulk (1949) was zich er al jong van bewust dat hij anders was dan andere jongens. Hij hield meer van tekenen en van kleuren dan van stoere jongensspelletjes. Hij keek liever in boeken met mooie platen, dan te ravotten en in bomen te klimmen. De elektrische trein die hij en zijn broertjes van Sinterklaas kregen was niet aan hem besteed. Hij vond het veel leuker om een graai in de verkleedklerenkist te doen. Toen hij een jaar of tien was werd het hem duidelijk dat hij liever met meisjes dan met jongens speelde, maar dat hij jongens wel veel interessanter en vooral spannender vond dan meisjes.
    Langzaam maar zeker drong het tot hem door dat andere mensen vonden dat wat hij voelde en wilde niet normaal was. Zijn fantasieën en verlangens waren ziek, zondig en smerig. En dus verstopte hij zijn gevoelens heel diep in een kast met een slot erop. Soms keek hij er zelf stiekem even in, maar dat mocht niemand weten. Uiteindelijk opende hij pas na zijn veertigste die kast en toonde zijn dierbaren wat erin was verstopt. Zijn gevoelens en verlangens mochten eindelijk een plek in de wereld krijgen. Dat ging met vallen en opstaan. Maar het lukte.
    In ‘Eigen aardigheden’ beschrijft hij de weg die hij is gegaan. Op een eerlijke, persoonlijke en intieme wijze vertelt hij hoe hij zich al die jaren voelde, en wat hij deed om die gevoelens te ontkennen en er tegen te vechten. Hij maakt beleefbaar hoe zijn keuzes hem tot de man hebben gemaakt die hij nu is. Het is een verhaal over kracht en kwetsbaarheid. Het is een beschrijving van het vinden van zijn eigen weg in een wereld waarin hij niet zichzelf durfde te zijn.
    Roel Johan den Dulk schreef zijn levensverhaal op nadat zijn twee dochters hem veel vragen over zijn jeugd en jonge jaren stelden. Hun vragen hebben hem geholpen om eerlijk op zijn leven terug te kijken. Het resultaat is een verpletterend en eerlijk boek waarin hij zichzelf niet spaart.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 150mm x 230mm
    Aantal pagina's : 387
    Uitgeverij : Uitgeverij Bloemers
    ISBN : 9789465331959
    Datum publicatie : 12-2025
  • Inhoudsopgave
    Trots / 7
    De reünie / 11
    Afkomst / 16
    Jaren van onschuld / 20
    Ziek, vies en zondig / 41
    Den Haag / 90
    Het is zoals het is / 125
    Hospik / 145
    Getrouwd / 195
    Uit de kast / 242
    Tropenjaren / 280
    Opstanding / 331
    Latere jaren / 370
    Maar ... / 378
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 29,50

niet beschikbaar

niet beschikbaar



Voorverkoop
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

TROTS

Ik heb lang niet mezelf durven zijn, omdat mij werd geleerd dat er iets mis is met mensen zoals ik.
Iets weerzinwekkends. Iets dat je moet mijden of zielig vinden. Iets waar je nooit van kunt houden.

Mijn moeder houdt van Thomas van Aquino.
Thomas van Aquino heeft gezegd dat TROTS een zonde is.
TROTS is volgens hem de ergste van de zeven hoofdzonden.
TROTS is de eerste stap om veel meer zonden te begaan.
Maar HAAT staat niet op zijn lijst van zonden. SCHAAMTE ook niet.

Ik was altijd bang voor de Pride Parade, omdat het een demonstratie van TROTS is.
Een betoging waaraan ik graag wilde deelnemen.
En vandaag loop ik mee in deze betoging.
Voor dát deel van mij dat vroeger te bang was om te betogen.
En voor alle mensen die zelf niet kunnen betogen. De mensen die leven zoals ik leefde.

Vandaag betoog ik, omdat ik niet alleen een IK ben.
Ik ben ook een WIJ. En WIJ tonen onze TROTS.
Dus rot op, Thomas van Aquino.

(‘I Am Also a We’, uit de Netflix-serie ‘Sense8’, Seizoen 1, Aflevering 2)

De woorden over ‘trots’ aan het begin van deze inleiding bij mijn ‘Eigen aardigheden’ worden in de Netflix-serie ‘Sense8’ uitgespro-ken door Nomi bij haar eerste deelname aan de ‘Pride Parade’ in San Francisco, de uitbundige en kleurrijke betoging waarin jaarlijks LHBTQIA+-ers gezamenlijk hun ‘pride’, hun trots, tonen over wie zij zijn, zoals dat bij elke Pride Parade in de wereld gebeurt. Een de-monstratie van trots tegenover alle negatieve oordelen en vooroor-delen over LHBTQIA-ers die er nog steeds, en helaas weer steeds meer, zijn. Ik begin met deze woorden, omdat zij ook mijn motivatie laten zien waarom ik mijn levensverhaal heb opgeschreven. Ik heb, evenals Nomi, lang niet mezelf durven zijn, omdat ook mij in mijn jeugd werd geleerd dat er iets mis is met mensen zoals ik. Iets weer-zinwekkends. Iets dat je moet mijden of zielig vinden. Iets waarvan je nooit kunt houden.

In ‘Eigen aardigheden’ beschrijf ik de weg die ik ben gegaan om de persoon te worden en mogen zijn die ik nu ben. Ik vertel mijn ver-haal omdat ik gedurende mijn leven grote stappen heb gezet die alles te maken hebben met wie ik ben maar lange tijd niet wilde zijn en durfde te zijn. Bij het schrijven heb ik me vooral laten leiden door mijn gedachten- en gevoelswereld in alle perioden van mijn leven. Dat betekent dat de beschrijvingen van gebeurtenissen vaak niet de feitelijke werkelijkheid weergeven, maar wel mijn eigen waarheid. Daarbij zijn de gekozen woorden en zinnen steeds zo gekozen dat ze in overeenstemming zijn met mijn gevoelswereld in de desbetref-fende levensfasen, zoals in een dagboek. Ik heb daarbij steeds ge-fingeerde namen gebruikt voor de personen die een rol spelen in mijn levensverhaal.

Aangezien de belangrijkste worsteling in mijn leven mijn strijd met mijn homoseksuele geaardheid is, heb ik ervoor gekozen ook mijn seksuele ervaringen weer te geven. Bij het beschrijven van deze seksuele handelingen had ik kunnen volstaan met te zeggen dat ik opgewonden was, en de handelingen daarbij verder aan de fantasie van de lezer overlaten. Die invulling zou dan echter vanuit het pers-pectief van de lezer gebeuren, en niet vanuit mijn perspectief. Ik was namelijk niet gewoon opgewonden, ik had altijd een verboden opgewondenheid, waaraan ik een verboden invulling gaf. Dus een invulling die door mij als niet alleen als fijn werd ervaren, maar die voor mij tegelijkertijd smerig, ziek en zondig was. Opgewondenheid betekende dat ik werd geconfronteerd met mijn ‘afwijking’. Bij de beschrijvingen gaat het daarom dan ook niet zozeer over de seksue-le handelingen zelf; maar vooral over mijn gevoelens en gedachten erbij.

Ik koos de titel ‘Eigen aardigheden’ voor mijn levensverhaal vanwe-ge de woordspelingen erin. Toch miste er bij deze titel nog wat in mijn beleven. Totdat iemand mij schreef dat haar kinderen veel vra-gen stelden toen haar broer met een man ging trouwen. Kinderen op school zeiden namelijk dat dat gek was. Zij heeft toen aan haar kinderen uitgelegd dat sommige mannen een vrouwenhart hebben en sommige vrouwen een mannenhart. Mannen met een vrouwen-hart worden vanuit hun hart verliefd op andere mannen en niet op vrouwen. En vrouwen met een mannenhart worden verliefd op andere vrouwen. Haar kinderen vonden dit een heel logische en duidelijke uitleg. Ze begrepen nu ook, zeiden ze, waarom hun oom niet van ‘jongensdingen’ houdt, zoals voetballen en stoere spelle-tjes, maar het veel leuker vindt om te tekenen en voor te lezen. Ik herkende mij direct in deze uitleg. Ik heb ook een vrouwenhart, en dus verlangde ik al toen ik klein was naar jongens, terwijl ook ik niets had met ‘jongensdingen’, waar mijn broers wel van hielden. Daarmee was de ondertitel voor mijn ‘Eigen aardigheden’ geboren: ‘Een meisjeshart en een verlangen naar jongens’.

De grote stappen die ik in mijn leven zette, hebben uiteraard niet alleen voor mijzelf allesbepalende consequenties gehad. Mijn twee dochters hebben de stappen van zeer nabij meegemaakt en ook zij hebben hiermee moeten leren omgaan. Ik ben trots op de wijze waarop zij dat hebben gedaan en op de onvoorwaardelijke onbaat-zuchtige liefde en steun die ik altijd van hen heb gekregen. Door de vele vragen die zij stelden, hebben zij mij geholpen mijn weg te vin-den. ‘Eigen aardigheden’ is mijn antwoord op die vragen. Daarbij kan ik me voorstellen dat de passages over mijn seksuele gevoelens en ervaringen confronterend kunnen zijn voor hen. Seksualiteit van je ouders is nu eenmaal niet datgene waarover kinderen in de regel veel willen weten. Daarom heb ik lang gewacht met het opschrijven van hoe het voor mij was. Nu mijn dochters echter allebei een gezin met eigen dochters in hun tienerjaren hebben en ik zie hoe open en liefdevol zij hun dochters, mijn drie kleindochters, opvoeden en begeleiden, en hoeveel zelfvertrouwen zij hen geven om zichzelf te mogen zijn, heb ik mijn terughoudendheid laten varen om mijn ver-haal te vertellen.

Overigens kreeg ik tijdens het schrijven regelmatig de aanmoediging van vrienden en bekenden: ‘Geweldig, schrijf het maar van je af’. Ik heb in het verleden als biografisch counselor en seksespecifiek man-nenhulpverlener veel anderen begeleid bij het accepteren van zich-zelf en bij het inzicht krijgen in hun levensloop. Ik heb ook cursussen ‘Autobiografisch schrijven’ gegeven. Daarbij had ik nooit de gedach-te dat mensen iets van zich moesten afschrijven. Ik wilde hen liever helpen hun leven te omarmen, dus het naar zich toe te halen. ‘Eigen aardigheden. Een meisjeshart en een verlangen naar jongens’ is dan ook geen poging om alles van mij af te schrijven. Ik schreef mijn geschiedenis naar me toe. En daarbij begin ik met een herinnering die ik bijna dertig jaar geleden terugkreeg tijdens een reünie van mijn lagere school.


DE REÜNIE

Het is juni 1997. Ik ben bijna 48 jaar. Ik zit in de auto en ben onderweg naar een reünie van mijn lagere school in Wageningen. Het is een prachtige zonnige dag. Ik heb er zin in. Welke oud-klasgenoten zal ik zien? Zullen we elkaar nog herkennen? Hebben we elkaar nog iets te zeggen? In de auto komen oude herinneringen boven. Aan Juffrouw Molenaar van de eerste klas. In mijn eerste schoolrapport schreef zij dat ik een dromerig jongetje was. Ik had een rijke fantasie en vertelde altijd beeldende verhalen. Ook kon ik prachtige tekeningen maken. Maar ze schreef ook dat ik nog niet goed met beide benen op de grond stond. In tegenstelling tot Johannes toen hij zes was. Johannes is mijn anderhalf jaar oudere broer. Hij was als kind inderdaad heel anders dan ik. Ik las boeken en hij haalde kattenkwaad uit. Ik hield van tekenen, en hij van rekenen. Hij werd dan ook later Wagenings ingenieur. Hij promoveerde op een ingewikkeld landbouwkundig onderzoek. Hij heeft verschillende keren geprobeerd mij uit te leggen wat zijn onderzoek inhield, maar het bleef vooral abracadabra voor mij.

Ook denk ik aan mijn lievelingsmeester, Meneer van der Velden. Ik kreeg hem in de derde klas. Wat was ik gek op hem. Hij was altijd aardig voor me. Hij was nog maar een jaar of dertig en hij woonde op kamers bij ons in de straat. Het maakte mij trots dat mijn meester vlak bij mij woonde. Na de zomervakantie ging ik naar de vierde klas van Meneer Vriezeveen. Dat was een strenge en norse oude brombeer voor wie we allemaal een beetje bang waren. Ik heb aan dat jaar bij hem weinig fijne herinneringen. Wat miste ik Meneer van der Velden. Wat was ik blij dat we Meneer van der Velden weer zouden krijgen in de vijfde klas. Ik kon mijn geluk niet op. Gelukkig weer een jaar bij de meester die het niet erg vond dat ik geen bal kon vangen. Bij hem voelde ik me geen kluns. Hij hielp me bij het kiezen van boeken die ik mooi vond. Boeken over kinderen die spannende avonturen beleefden en die de wereld wilden ontdekken. En die het leuk vonden om bloemen te plukken en stenen te verzamelen. Ik fantaseerde als jongetje over Meneer van der Velden. Hoe zou het zijn als hij mijn vader was? Zou hij mij beter begrijpen? Ik wist zeker dat dat zo was.

In de vijfde klas werd Meneer van der Velden ziek. Hersenvliesontsteking. Ik wist niet wat dat betekende, maar het klonk heel erg. Dat was het ook. Hij moest lang naar het ziekenhuis. Wij kregen een juffrouw als vervangster. Ze was best aardig, maar ik miste alleen maar mijn lieve meester. Hij was zo ziek dat hij misschien wel dood zou gaan. Maar Meneer van der Velden ging niet dood. Hij kwam weer thuis uit het ziekenhuis. Hij was nog wel heel zwak, maar hij leefde nog. Zijn kamer was op de begane grond en zijn bed stond voor het raam. Zo kon hij altijd naar buiten kijken. Ik ging elke dag even naar hem zwaaien bij dat raam. Op een dag kwam hij zijn bed uit, liep naar de voordeur en vroeg of ik binnen wilde komen. Wat was ik blij. Ik wist zeker dat mijn bezoek en de bezoekjes daarna hem weer helemaal beter zouden maken. Wij woonden vlak bij de uiterwaarden van de Rijn, en ik ging vaak de weilanden in om bloemen voor hem te plukken. En ik maakte elke dag een tekening voor hem. Ik voelde me echt uitverkoren.

Vlak voor de zomervakantie kwam het schoolhoofd onze klas in. Hij vertelde dat Meneer van der Velden weer helemaal beter was en dat wij hem na de zomervakantie in de zesde klas weer als meester zouden krijgen. Wat een feest vond iedereen dat. En ik? Ik weet totaal niet meer hoe ik dat vond. Maar ik weet wel dat ik thuis hemel en aarde heb bewogen om niet weer een jaar bij Meneer van der Velden in de klas te komen. Mijn ouders snapten er niets van. Maar ik hield blijkbaar zo krachtig voet bij stuk, dat zij er uiteindelijk voor zorgden dat ik niet naar de zesde klas van Meneer van der Velden ging. Ik kwam in de zevende klas. Deze klas was voor de kinderen die na de zesde klas niet naar de HBS of MULO zouden gaan, en die een extra jaar op de lagere school bleven. De meisjes konden daarna naar de Huishoudschool en de jongens naar de Ambachtsschool. Het was de bedoeling dat ik wel naar de HBS zou gaan, maar toch ging ik naar die zevende klas. Met klasgenoten die allemaal een jaar of zelfs twee jaar ouder waren en bij wie ik geen aansluiting had.

Met deze herinneringen rijd ik naar de reünie. Ik ben benieuwd welke oud-klasgenoten ik zal tegenkomen. Hoe het met hen gaat en hoe hun leven is verlopen. Zal Meneer van der Velden er ook zijn? Misschien weet hij niet meer wie ik ben. Misschien leeft hij niet eens meer. Het is tenslotte al bijna veertig jaar geleden dat ik bij hem in de klas zat. Het is een leuke reünie. Er zijn maar acht oud-klasgenoten van de lagere school. Maar er zijn ook klasgenoten van mijn HBS-tijd. Eén van hen is zelfs juf geworden op deze school. Juf Lonneke. Wat leuk. Het is geweldig om weer in dat oude schoolgebouw te zijn, en de lokalen terug te zien. Het is ook leuk om de herinneringen van anderen te horen. Want die roepen ook bij mij weer herinneringen op. Maar ik kan Meneer van der Velden niet ontdekken. En dus vraag ik aan Lonneke naar hem. Haar antwoord overdondert me: ‘Nee, die leeft niet meer. Maar als hij nog wel geleefd zou hebben, dan zou hij er ook zeker niet zijn geweest. Hij is jaren geleden ontslagen. Hij kon niet van de jongetjes afblijven.’

Een bominslag. Ik begin meteen te stotteren en te zweten. Het lijkt of er een film in mijn hoofd wordt afgedraaid. Ik zie mezelf bij hem op zijn bedrand zitten. Ik hoor zijn lieve zachte stem. Ik voel zijn warme hand mijn beentjes strelen. Ik voel hoe zijn vingers de pijpjes van mijn korte broek ingaan en hoe hij daar begint te friemelen. Zijn vingers gaan zelfs mijn onderbroek in. Ik voel ook weer de kleine-jongenserectie die ik daardoor krijg. En ik voel weer de grote angst en de schaamte van zo lang geleden. Ik kan me niet meer concentreren bij de reünie. Ik ben verward. Er is schrik, maar ook een vreemd gevoel van bevrijding. Daarom wilde ik dus niet bij hem in de zesde klas zitten. Heb ik daarom vroeger geen echte vrienden gehad maar wel vriendinnen? Worstelde ik daarom jarenlang met schuldgevoelens als ik seksueel opgewonden raakte als ik over jongens fantaseerde? Moesten mijn zus en mijn jongste broer daarom naar een andere lagere school, omdat ze anders bij Meneer van der Velden in de klas zouden komen? Waarom is daarover bij ons thuis nooit gesproken? Bedoelde Ma dit toen zij op de dag voor mijn huwelijk met Nora tegen haar zei: ‘Je moet voorzichtig zijn met Roel, want hij draagt een groot geheim met zich mee’? Heeft dit onbewust een rol gespeeld bij mijn onvermogen om niet eerder dan toen ik al een veertiger was mijzelf te mogen zijn van mezelf? Heb ik daarom zolang gewacht met eerlijk te kunnen toegeven aan mijn verboden homoseksualiteit?

Ik neem afscheid van mijn oud-klasgenoten en rijd naar Almere. Daar woont Alfred. Ik heb Alfred een paar weken geleden leren kennen via een advertentie in De Volkskrant in de rubriek ‘Man zoekt Man’. Bij Alfred voel ik me veilig en vertrouwd. Dat was al vanaf onze eerste kennismaking. Ik kom bij hem thuis en vertel hem niet veel over de reünie. Ik heb alleen zijn schouder nodig. De woorden komen later wel. Woorden over mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn angsten, mijn twijfels. Ik weet nu waar die allemaal vandaan zijn gekomen. Ik heb weleens gehoord dat je traumatische herinneringen kunt verdringen. Ik dacht dan altijd: ‘Het zal wel.’ Maar nu weet ik dat dat echt zo is. Je kunt dus echt een nare ervaring wissen. Je kunt hem blokkeren. Ik weet ook dat het mij heeft bevrijd nu ik die herinneringen weer terug heb gekregen. Nu kan ik het verleden afsluiten. Er zijn weer beelden. Er komen weer woorden voor. Ik kan nu een nieuwe toekomst opbouwen. Een toekomst met Alfred.

Dit was bijna dertig jaar geleden. Alfred en ik zijn nog altijd samen. We hebben drie kleindochters. We zijn hun opa en opa. Zij zijn een cadeau van mijn twee dochters die Alfred als een dierbare en liefdevolle vriend omarmd hebben. En daarbij ook een beetje als hun bonusvader. Ik kan nu mijn hele verhaal vertellen. Het verhaal over de weg die ik ging, de beslissingen die ik nam, de stappen die ik zette en de stappen die ik niet zette, de angsten die ik had en alles wat ik overwon. Het verhaal over wie ik ben. Het verhaal over mijn ware aard. Het verhaal van mijn EIGEN AARDIGHEDEN. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen