Fragment
De pub viel stil toen de radio harder werd gezet. De stem van de nieuwslezeres klonk scherp door de ruimte. Niemand sprak nog. Zelfs het gerinkel van kopjes leek te stoppen.
“Landgenoten, ik spreek tot u vanuit Downing Street. Vanaf dit moment ondersteunt Groot-Brittannië de strijd in Afghanistan…”
Een paar mannen achter in de pub begonnen te juichen. Iemand sloeg met zijn vuist op tafel. Een andere stem riep dat het tijd werd dat de Britten zich ermee gingen bemoeien.
Ik keek naar Pete.
Zijn blik vond de mijne.
“Afghanistan,” zei hij rustig. “Daar ben ik al een paar keer geweest voor de ambassade. Maar dit is anders. Dit keer gaan we op jacht.”
Mijn stem kwam nauwelijks uit mijn keel. “Misschien… misschien hoef jij niet te gaan.”
Hij legde zijn hand op mijn arm.
“Heb geen angst,” zei hij. "Het komt allemaal goed."
Daarna pakte hij zijn bestek en ging door met eten. Aan zijn blik zag ik dat hij al onderweg was, terwijl ik achterbleef in een tunnel van ademloze gedachten..
×