€ 14,00

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Father and Son in the Scottisch Highlands en Père et Fille se promener dans Paris

Klaasdurk Toonen • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Dit boek bevat twee reisverslagen van de auteur. Het eerste verslag betreft een reis met zijn dertienjarige zoon Rob in 1981 naar Schotland en het tweede in 1983 met zijn zeventienjarige dochter Astrid in 1983 naar Parijs.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 110mm x 170mm
    Aantal pagina's : 140
    Uitgeverij : Durkwerk
    ISBN : Niet bekend
    Datum publicatie : 09-2025
  • Inhoudsopgave
    niet beschikbaar
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 14,00

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Uit het reisverslag van Rob:
‘s Morgens waren we vroeg op .Na het wassen naar de tent gegaan om te gaan vissen. Maar ik had geen visspullen. Ik dacht ik ga visspullen halen want zonder visspullen kan je niet vissen, dat bergrijp je natuurlijk wel. Mooie vispullen gekocht, vliegjes en een drijver en mijn vader ging mee met mij om te kijken en te filmen en een paar foto’s te maken. Ik stond daar alleen aan de kant te vissen toen dacht ik bij mezelf dat die Nederlandse jongens verderop staan ook te vissen dus ik ging bij hun zitten om te vissen en ja hoor, zoals altijd, zit ik alweer vast en al gauw brak mijn tuig door en weer een vlieg, een drijver en een stukje tuig kwijt. Toen ben ik bij de jongens gaan kijken en die vingen ook niets. Zoals altijd kwam ik voor half zes de winkel binnen en vroeg naar tweedrijvers en dat kreeg ik en had een kleine en een grote genomen. Toen ik weer ging vissen raakte ik alweer een tuigje, een vlieg en een drijver kwijt, dus een andere erop gezet en weer verder vissen. Mooi niets gevangen.

Uit het reisverslag van Klaasdurk:
Daarna liepen we weer langs de weg waar we eerder waren begonnen. De kant van de rivier waar we nu liepen was waardeloos. Wel vonder we er een paar stenen die volgens mijn lekenoog voor de helft uit zilver bestond. Voor we uit Blair Atholl zouden weggaan zullen we ieder zo’n tien kg hiervan in onze rugzak stoppen. Bovendien zag Rob in het water iets glimmen wat een muntje bleek te zijn. Wat zullen we rijk in Holland terugkeren. Via het dorp liepen we terug. Nu hadden we een goed plan. We zouden ongeveer twee kilometer de spoorbaan volgen, die oversteken om zo bij de rivier Garry zien te komen. Dat was makkelijker bedacht dan uitgevoerd. Zoals overal in Schotland was ook dit flink behekt. Bovendien, als je gesnapt werd kon je beboet worden en de weg waarop we liepen, de verkeersweg van Edinburgh naar Inverness, was van een uitermate gevaarlijk soort. “Ze sterven maar aan de Schotse koorts, maar wij gaan deze weg af en wie weet kan die jongen dan eindelijk vissen” bedacht ik. We klommen over het hek, staken de spoorbaan over en waren eindelijk bij de rivier. Helaas ving Rob niets. Na een paar uur liepen we via een “eigen weg” terug naar Blair Atholl.

Uit het reisverslag naar Parijs:
De Eiffeltoren is van vrijwel overal in Parijs te zien, maar als je in Parijs bent dan wil je daar natuurlijk heen. Vanaf ons hotel was dat met de metro een half uur. Als je niet al te veel last hebt van hoogtevrees kon je de toren beklimmen, maar met de lift was het, hoe tegenstrijdig dit ook moge klinken, een stuk natuurlijker. Of we met de lift helemaal tot boven zouden gaan om daarna verder te klimmen interesseerde mij niet. Zo hoog zou ik nooit durven gaan. Met Astrid lag het, natuurlijk, anders. Hoe dan ook, we brachten het er beiden levend vanaf. Na de Eifeltoren werd er een bezoekje gebracht aan de Arc de Triomphe, een halfuurtje lopen. Want je zal het maar gezien hebben, al was het door het verkeer slechts van een afstandje.
Van Notre hotel naar Hun Dame was het slechts tien minuten lopen. Heb je deze dame eenmaal bekeken dat kan je meteen door naar de volgende dame in het Louvre, dat twintig minuten lopen in beslag nam. Hier moest ik even goed opletten, want het Louvre kon wel zeggen dat hun Mona Lisa de echte is, maar daar twijfelde ik erg aan. Volgens mij was de echte Mona Lisa, beter gezegd, de Notre Dame van het Louvre, niet de vrouw die daar aan de muur hing en door zoveel tegelijk bekeken werd dat je röntgen ogen moest hebben om haar te kunnen zien. En waarvoor? Was de echte dame om wie het ging niet mijn eigen Notre Dame, mijn eigen dochter. “Kijk jij maar uit” zo fluisterde ik Astrid toe, “als ze er achter komen wie je in werkelijkheid bent word je door de bezoekers hier helemaal ingesloten. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen