Fragment
Ze bereikten Villa Galilei net toen de horizon vlamde in goud en oranje. Het huis stond er stil en verlaten bij. Ze gingen zitten op de brede trap bij de grote entreedeur. Het grind lag nog vochtig van de nacht, de lucht was fris en koel. Arcetri sliep nog. Sienna trok de bundel dichter tegen zich aan. Ze zweeg, maar haar gedachten waren een storm. De woorden die ze in de kamer van Maria Celeste had gezien, echoden in haar hoofd. Geen formules, geen stellingen – maar menselijkheid. Na een tijd verbrak ze de stilte. “Er zijn meer dan honderd van háár brieven gevonden,” zei ze zacht, bijna gedachteloos. “Maria Celeste’s antwoorden. Warm, toegewijd, bezorgd… vol liefde. Dat is alles wat we hadden. Tot nu.”
×