Fragment
Er stonden tranen in de ogen van zijn zwangere vrouw. Ze keek hem bijna vertwijfeld aan.
'Ik kan er niets aan doen,' zei ze. Ze zat aan de ronde tafel in de voorkamer. Voor haar lagen enkele muntjes op het kanten tafelkleed. Een breiwerkje van een klein wit sokje, lag naast haar. Hun zoontje speelde in de achterkamer. Hij stapelde blokjes op elkaar. In plaats van energiek, keek hij ongeïnteresseerd naar zijn speelgoed. Hij voelde het verdriet van zijn moeder.
'Dit is alles nog', ging ze door. 'Ik kom niet meer uit met het geld.' Ze liet haar hoofd hangen. De klok tikte de seconden onverzettelijk en hoorbaar tot in zijn ziel, weg. Dan keek ze hem weer aan.
'Laten we nu hulp zoeken Josef. Alsjeblieft.' Ze legde een slanke hand op zijn arm. Haar trouwring is het enige van waarde nog, om straks te verpanden, dacht hij beschaamd.
×