Fragment
Fragment – “De jacht begon”
Ik voelde de koude lucht langs mijn gezicht snijden terwijl ik door de verlaten steeg rende. Mijn ademhaling was zwaar, maar ik mocht niet stoppen. Niet nu. Achter me hoorde ik de voetstappen sneller worden – ze waren dichtbij. Ze wilden het bewijs. Ze wilden míj.
Mijn tas klemde ik stevig tegen me aan. Daarin zat alles. Alles wat ik had verzameld, onderzocht, ontcijferd. Alles waar zij alles aan deden om het te vernietigen. Ze dachten dat ik stil zou blijven. Dat ik zou breken. Maar ze vergaten één ding:
Ik was niet alleen bang. Ik was woedend.
De wereld leek stil te staan toen ik de zijdeur van het oude fabriekspand openduwde. Binnen rook het naar olie en metaal. Een schaduw bewoog in de hoek. Een stem fluisterde: ‘Je bent laat.’
‘Ze zitten me op de hielen,’ zei ik.
‘Dan is dit je enige kans,’ antwoordde hij, en reikte me iets aan. Een sleutel. Geen gewone sleutel, maar een code – naar de waarheid.
×