Samenvatting
Elke oorlog laat sporen na in degenen die hem meemaakten. Groot of klein, elk oorlogsverhaal verdient het te worden verteld. Dit boek gaat over optimisme, weerbaarheid en veerkracht.
De auteur neemt de lezer mee in het oorlogsverleden van haar familie, van een gewoon Hollands gezin dat in Nederlands-Indië zijn eigen persoonlijke drama meemaakte tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Bersiap. Haar moeder zat drie jaar lang opgesloten in vrouwenkamp Lampersari op Java en dacht als jong meisje dat alle mensen op aarde in een kamp woonden en leefden. Een andere wereld kende ze niet.
Door het schrijven van dit boek realiseert de auteur zich dat ook zij sporen van de oorlog meedraagt. Hoewel ze als derde generatie in staat zou moeten zijn met meer afstand naar de oorlog te kijken, lukt het de schrijfster niet het woord ‘Jap’ te vermijden. Het is haar met de paplepel ingegoten. Ze is een kind van een kampkind.
Carolijn Cockram (1966) is getrouwd, heeft drie zonen en een bonusdochter. Sinds de afronding van haar rechtenstudie is zij werkzaam geweest in de juridische sector, waarvan de laatste negentien jaar bij een academisch ziekenhuis. ‘Kind van een kampkind’ is haar eerste boek.