Fragment
De MOUNTIES
Onderweg naar huis keek Jack naar rechts en glimlachte naar Nanouk, die met zijn kop uit het raam hing en genoot van de frisse lucht. Zijn oren flapten in de wind en zijn tong hing vrolijk uit zijn bek. Jack grinnikte. "Je lijkt wel een klein kind, Nanouk," zei hij. "Maar straks is het tijd om serieus te worden. Die badkuip wacht op je, makker!"
Toen ze eindelijk thuiskwamen, sprong Nanouk als een dolle hond uit de auto. "Misschien als ik me goed verstop, kan ik dat bad ontwijken," dacht hij. Maar Jack was hem te slim af. "Kom op, Nanouk. Eerst schoon, dan smullen!"
Met lichte tegenzin volgde Nanouk zijn baas naar de schuur, waar de vertrouwde – en gehate – badkuip al klaarstond. De eerste druppel water maakte Nanouk al zenuwachtig, maar terwijl Jack hem zachtjes inzeepte, begon Nanouk te kalmeren. "Eigenlijk is het helemaal niet zo erg," bedacht hij zich. "En het ruikt naar lavendel... best lekker!"
Na een grondige wasbeurt sprong Nanouk uit de badkuip en schudde zich uit, waarbij Jack het meeste water opving. "Hee! Bedankt, vriend," zei Jack met een sarcastische grijns terwijl hij zijn natte trui bekeek. Nanouk lachte in zichzelf. Dit was zijn kleine wraak.
×