€ 18,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover COLLIN
    COLLIN (boek)
  • Cover Kijk niet achterom
    Kijk niet achterom (boek)

LEVI

Under(the)cover

Miranda Hillers • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Er zijn veel woorden die met de letter L beginnen. Ik kan er zo een paar opnoemen, een aantal springen er voor mij duidelijk uit.
    LUST is in korte tijd veranderd naar LIEFDE, helaas was dat voor korte duur. Door het LEF te hebben om me ongemerkt LEUGENS te vertellen, veranderde mijn gevoel voor hem in LAF en LAAG.

    ‘Vertrouw me als je me niet gelooft.’
    Dat is wat hij tegen me zei.

    Vanaf het moment dat ik hem zag, wist ik dat er iets tussen ons ging gebeuren. De aantrekkingskracht was niet te vermijden.
    Het overkwam mij. Hij overkwam mij. Niet wetende dat hij letterlijk de adem van iemand kon benemen.

    De man die mijn hart zo vaak heeft laten overslaan.
    De man die mij verliefd op hem liet worden.

    Ik heb het over Levi.
    Zelfs zijn naam begint met die letter.
    Levi Lopez.

  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 304
    Uitgeverij : MH Books
    ISBN : 9789492792112
    Datum publicatie : 08-2019
  • Inhoudsopgave
    niet beschikbaar
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 18,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Proloog

Vera


Afwezig pak ik een kopje koffie en wil ik ervan drinken, maar voordat ik dat doe is het net of iemand me toefluistert dat ik me moet omdraaien. Mijn verstand zegt: nee, niet doen. Toch kijk ik over mijn schouder, naar de ingang van het zaaltje.
Het bloed in mijn aderen versnelt zich, mijn hart begint als een gek te kloppen. Het bonkt zo erg dat het lijkt alsof mijn ribben het niet meer houden en mijn arme hart uit mijn lijf zal schieten.
Van een afstandje staart de enige persoon die dat in een nanoseconde voor elkaar weet te krijgen me nauwlettend aan. Hij bekijkt me, observeert me en zonder dat hij me aanraakt verschijnt er kippenvel op mijn huid. Hij weet me te raken op welke manier dan ook. Letterlijk en figuurlijk.
Ik vraag me af hoe hij dat doet, hoe hij nog altijd onder mijn huid weet te kruipen. Van begin af aan heeft hij zich erin weten te wurmen om er kennelijk nooit meer uit te gaan.
Tevens heb ik me de afgelopen tijd meer dingen afgevraagd.
Waarom denk ik nog steeds aan hem? Waarom wil hij toch niet uit mijn gedachten gaan? Waarom is er één blik van hem nodig om me gek van verlangen te maken?
Hij verraste me door mij dingen te laten voelen die ik me niet kon voorstellen, nooit had ervaren hoe het ook kon zijn. Hij deed het en op een gegeven moment dacht ik dat ik niet zonder hem kon, dat hij mijn leven was.
Ik heb me vergist. Hij werd mijn lijden.

Levi


Bomen in het park zien er ’s avonds anders uit dan overdag. Ik verbaas me er nog elke keer over. Hun vorm is hetzelfde, maar de takken die door de wind bewegen geven in daglicht een heel ander beeld. Er is een duidelijk verschil tussen de sfeer nu en enkele uren geleden. Niet dat ik bang ben, laat me niet lachen, ik ben voor niemand bang. Bovendien is het geen gruwelplek, maar je zult geen moeders met een kinderwagen vinden of ouderen die een ommetje maken. Nee, het zijn jongeren die zich vervelen, ze leunen tegen het hek bij de ingang. De enkeling die daarlangs durft te gaan, laat zijn hond snel zijn behoefte doen en verdwijnt zo ver mogelijk hiervandaan.
Verder is hier niemand te bekennen, behalve eendjes in de vijver die me langzamerhand wel kennen. Regelmatig kom ik ze voeren, het kraken van de papieren zak laat ze naar de rand zwemmen.
‘Hier is jullie avondeten.’ Al hurkend maak ik met mijn handen het brood dat ik heb meegenomen klein en gooi de stukjes een voor een in het water.
Het is rustgevend om hier te komen, vooral rond dit tijdstip. Mijn hersens moeten berichten die continu op mijn mobiel binnenkomen in korte tijd verwerken. Ik kan over dingen nadenken, puzzelstukjes proberen op de juiste plek te leggen. Ik durf toe te geven dat ik soms weleens iets mis, het leven is tegenwoordig zeer jachtig en toch is mijn taak om alles bij te houden.
Er klinkt gekuch, gerochel en een vloek. Ik draai me om en zie hoe een man op een van de bankjes die dit park rijk is zichzelf moeizaam omhooghijst. Vervolgens haalt hij een pakje shag uit de binnenzak van zijn jas, die zijn tijd heeft gehad.
‘Heb jij een lucifer?’ vraagt hij. Het sjekkie is gerold en wordt tussen zijn lippen gestoken, waar hij hem laat bungelen.
Ik heb hem vaker gezien. De man is een arme sloeber, een zwerver, en struint alle dagen in de stad en ’s avonds in het park, wat zijn domein is.
Verward schuift hij een stuk opzij als ik naast hem ga zitten, hij valt bijna van het bankje. Had hij verwacht dat ik al staande de aansteker voor hem zou houden?
‘Er zijn genoeg bankjes,’ mompelt hij al mopperend en hij zuigt aan zijn sjekkie. Daarna graait hij de paar spullen die her en der om hem heen liggen bij elkaar en propt deze in een uitgescheurde grote shopper.
Hij rookt voor zich uit en weet dat ik hem observeer, maar hij durft mij niet aan te kijken. De kleding die hij draagt is veel te groot voor zijn magere lijf, zijn handen trillen en een douchebeurt zou voor hem zeer welkom zijn. Een fles sterkedrank ligt in zijn hand en die drukt hij tegen zich aan alsof het een reddingsboei is. Misschien is dat ook wel zo.
‘Ik weet wie je bent,’ zegt hij opeens. ‘Maar dit is van mij. Ik heb niets gestolen.’ Nog altijd staart hij naar de vijver en klemt de fles nog dichter tegen zich aan. ‘Ik ben niet bang voor je.’
‘Dat hoef je ook niet te zijn.’ Ik wil hem op zijn gemak stellen, maar ik begrijp hem wel. Hij had niet gedacht dat iemand om halftwaalf ’s avonds naast hem zou plaatsnemen en ongetwijfeld komt het ook door mijn donkere kleding en uitstraling.
‘Dit is mijn plek, ik doe niemand kwaad en zij…’ Hij lurkt uit de fles bij het horen van kiezelsteentjes op het pad.
‘Zij wel,’ piept Arie naast me en hij trekt zijn benen in.
Jongeren razen met hun skateboards voor ons langs en inderdaad veel te dichtbij. Als ik mijn voet een stap naar voren had gezet zouden ze hem hebben geraakt. Een van de jongens kijkt om, vangt mijn blik en geeft me een knipoog.
‘Ze jagen je angst aan, dat is alles.’ Ik strek mijn arm en draai aan de hals van de fles. De man duikt opnieuw in elkaar. ‘Ik wil alleen weten wat voor merk je drinkt.’ Het etiket draai ik naar me toe. Het is een of ander B-merk van een goedkope supermarkt.
Arie heeft niet de hoeveelheid tanden die een normaal mens heeft, maar hij kan wel fluiten. ‘Hij glimt als een tiet,’ is zijn mening als ik mijn mobiel uit mijn zak haal.
Ik noem hem zo omdat hij me aan mijn eigen oom Arie, die niet meer leeft, doet denken. Vol bewondering bekijkt hij mijn iPhone. Ik lees het bericht dat is binnengekomen en sta dan op.
‘Ga je naar je vrouw?’ wil Arie van me weten.
‘Een vrouw,’ herhaal ik zijn vraag. ‘Nee, Arie.’
Zijn wenkbrauwen komen samen. ‘Is dat je vriend?’
Ik schud mijn hoofd en stop mijn mobiel weer in mijn zak. ‘Ik vind jou een Arie en het antwoord op jouw vraag is nee.’
Langzaam gaat zijn hoofd op en neer. ‘Arie. Arie Bombarie. Dat past wel bij mij.’ Hij kijkt op. ‘Dan noem ik jou Eendjesvoerman of Kwak.’
‘Hou het dan maar bij Broodgever of denk maar eens na over een betere codenaam.’
‘Mijn brein werkt niet meer zo goed.’ Arie vouwt een paar kranten uit. ‘Nutteloos.’ Hij worstelt met zijn papieren deken en brabbelt in zichzelf dat het twaalf uur is en dat hij wil gaan slapen.
In een rustig tempo wandel ik naar de uitgang van het park waar jongeren die net langs me heen scheerden staan te niksen, of te chillen. Het is net hoe je het bekijkt. Eentje heeft het lef om me aan te staren en dat is degene die me een knipoog heeft gegeven. Hij is de opvallendste van het stel. De kleur van zijn kleding is zwart, in tegenstelling tot zijn vrienden, van wie het merendeel diverse felle kleuren draagt. Ik richt me tot hem.
‘De eerstvolgende keer dat ik jou bij hem zie, al zit er vijfhonderd meter tussen, weet ik je te vinden.’
Wat doen ze hier eigenlijk midden in de nacht op een doordeweekse dag? Die gasten zijn jong, tussen de zestien en achttien, ze horen in bed te liggen. Zijn vrienden stappen opzij, eentje verlaat zelfs het park als ik mijn gezicht dichter bij de vermoedelijke leider van de groep breng.
‘Wil je wat verdienen?’ vraag ik. ‘Wil je iets nuttigs voor de samenleving doen?’
De knul haalt zijn schouders op. ‘Ligt eraan, ik doe niets illegaals.’
Ik haal een briefje van vijftig uit mijn zak en leg mijn hand tegen zijn borst. Hij blijft stevig staan, knippert niet met zijn ogen. Ik herken mezelf in hem. Geen angst. Niet voor een onbekende, niet voor hét onbekende.
‘Luister naar me, Birdman.’ Ik ben nog niet uitgesproken of hij glimlacht.
‘Je vernoemt mij naar Tony Hawk?’ Zijn mondhoeken staan nog omhoog, maar als ik een hoofdbeweging in de richting van de vijver geef verschijnt er een sluwe grijns op zijn gezicht.
‘Zorg dat je een deken voor Arie scoort en geef het aan hem. De rest van het geld mag je houden.’
Hij knikt, trekt de rode sjaal met witte tekens over de helft van zijn gezicht en maakt aanstalten om op zijn skateboard weg te sjezen. Ik houd hem echter tegen en wel door mijn voet die bijna was overreden tegen zijn board te zetten.
‘Ik heb overal ogen en oren en als ik erachter kom dat hij vannacht geen deken over zich heen heeft, ben jij daar verantwoordelijk voor.’
Een paar straten verderop open ik met mijn duim mijn auto die daar staat geparkeerd. Ik stap in als mijn mobiel zoemt. Het is een vent die me meer ellende geeft dan iets nuttigs, maar ik heb hem af en toe wel nodig. De fucker zegt dat hij de nodige informatie niet heeft. Ik snauw tegen hem dat hij er maar voor moet zorgen en snel ook.
Mijn iPhone gooi ik aan de kant, maar hij blijft niet op de bijrijdersstoel liggen, hij glijdt door en valt op de mat. Geïrriteerd raap ik hem op, flikker hem in het dashboardkastje en smijt dat dicht.
Mobieltjes zijn een vloek en een zegen tegelijkertijd, maar ik moet ook bekennen dat ik niet zonder kan. Al zou ik willen dat ik hem minder vaak zou horen. Dat ding gunt me geen moment rust. Ik ben er niet aan verslaafd, doe er geen spelletjes mee, hou geen stappenplan bij en bestel niks online. Het is puur werkgerelateerd.
Mijn familie weet dat ik sporadisch opneem. Mijn moeder heeft zelfs de hoop opgegeven dat ik ooit terugbel. Als ze me appt is het hoog tijd om langs te gaan en eet ik een hapje mee of drink ik snel een kop koffie. Dat moet ze ook blijven doen. Ik kom niet uit mezelf, daar denk ik niet aan en dat werkt voor mij niet. Mijn focus ligt op mijn werk.
Mijn broertje daarentegen geeft niet op. Die blijft zich suf bellen tot ik een keer opneem en dat is op dit moment ook het geval. Ik heb een speciale ringtone voor hem. Waarom hij me zo vaak belt of appt weet ik niet. Meestal gaat het nergens over en dat is bijzonder irritant als ik bezig ben. Sinds we een issue hebben gehad probeer ik meer contact met hem te hebben.
Issue.
Het klinkt simpeler dan het was. In feite betekende dat het einde van onze broederschap. Om dat in de toekomst te voorkomen neem ik op als hij belt of app ik hem later terug. Ik merk aan hem dat hij dat waardeert en die paar minuten geven mij gaandeweg ook een bepaalde voldoening. Toch lukt het niet altijd, maar voor hem doe ik hard mijn best.
Collin is net zoals ik zeer bedreven wat betreft zijn baan, zijn eigen bedrijf Comfirming. Daar ontstaan succesvolle en ontroerende verhalen uit. Die boeien me als hij er soms iets over loslaat. Het is puur uit het leven gegrepen. Ook deelt hij hilarische onzin aan me, dingen die hij met zijn vrienden heeft meegemaakt.
Mijn leven is bijna onvoorspelbaar. Waar ik ben of wat ik doe, elke dag is anders dan de vorige. Er zit geen patroon in. Zelden kan ik hem laten weten waar ik ben, waar ik me schuilhoud, of dat er een klus niet goed tot een einde is gekomen. Ik heb beroepsgeheim.
Na jaren voor Collin te hebben verzwegen wat voor baan ik heb, snapt hij nu waarom dingen zo zijn gegaan. Het onthullen voor wie ik werk was het laatste redmiddel waarmee ik mijn broertje kon overtuigen dat ik van hem hield.
Collin was zo kwaad en had zoveel hartzeer nadat ik zijn vriendin had terug gekust, dat ik op de trap in zijn woning eruit gooide wat mijn werkelijke kostwinning was. Het was afschuwelijk om hem zo gebroken te zien.
En dat was nog niet het ergste van alles. Zijn drie vrienden en hun vriendinnen waren erbij, zij hebben het ook gehoord. En daar baal ik stevig van. Vooral zijn beste vriend kan een flapuit zijn. Zo stom van me. Ik had het in vertrouwen tegen Collin moeten zeggen, maar het is gegaan zoals het ging. Het heeft onze band versterkt en dat is het belangrijkste.
De ringtone gaat nog steeds, ik kan Collin niet langer negeren. Bij voorbaat weet ik dat hij me gaat haten en ik sta hem te woord. ‘Broertje,’ begroet ik hem.
‘Levi. Ik heb je elke dag herinnerd. Ik heb je ziek geappt, of niet?’ Collin lacht om zichzelf. ‘En vanavond is het zover.’ Hij klinkt opgetogen, blij dat ik met hem ga stappen.
Ik sluit mijn ogen, leg mijn hoofd tegen de steun en wrijf mijn hand over mijn gezicht. Als ik niets zeg, weet Collin dat hij mij niet hoeft te verwachten.
‘Meen je dit nou?’ roept hij uit. ‘Jezus Levi!’ Hij is er echt niet blij mee en ik begrijp dat heel goed.
‘Ik ben het niet vergeten,’ zeg ik stilletjes. Shit. Ik ben een slechte broer. ‘Het komt niet goed uit, Collin.’
‘Je had het me beloofd. Waar je ook zou zijn, Tokio of Parijs, je kunt me niet laten stikken. Niet nu. Je bent terug en je zei dat je mee zou gaan. Dit is belangrijk en niet alleen voor mij. Ook voor Liam, Dex en Kai.’
Hij laat goed merken dat hij me een klootzak vindt en hij heeft groot gelijk.
‘Collin, ik…’ Ik snap hem, ik snap hem helemaal en ik heb het inderdaad gezegd. ‘Sorry, maar ik… Mijn werk gunt me weinig vrije tijd en...’ Ik moet nog zoveel doen.
‘Ook voor jezelf,’ raast hij door. ‘Niet voor niets heb ik je meegevraagd voor ons vrijgezellenfeest. Maar weet je wat? Vergeet het, vergeet alles om je heen. Vergeet mij,’ grauwt hij me toe. ‘Je raakt nog eens overspannen!’
En dan wordt de verbinding verbroken.



×
SERVICE
Contact
 
Vragen