Wij werken op volle kracht, er is geen vertraging in productie en levering door het Coronavirus. Meer informatie via deze link.

€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover Lichtstrijders Boek 1: Al-Kimiya
    Lichtstrijders Boek 1: Al-Kimiya (boek)

Lichtstrijders boek 2: Lichthex

Lisette Orgelist • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Op een missie naar de Lichthexen ervaart Eleanor dat het geweld in schemergebieden exponentieel is toegenomen. Zij en haar jongeling Laoïse krijgen volop te maken met geweld dat ze nauwelijks het hoofd kunnen bieden. Ook hun kompanen Aäron en Noad raken verstrikt in het web van geweld tijdens een verkenning in de omringende landen van het Lichtrijk. Al snel komen ze erachter dat alles erop wijst dat de heerser Morrigan een duister leger aan het vormen is. Zal Eleanor haar missie kunnen afronden? Zijn Aäron en Noad in staat om tijdens hun verkenning in het schemerland het kwaad het hoofd te bieden?

    Lichthex is het tweede deel van de spannende serie over de Lichtstrijders uit Het Rijk van Licht. Eerder verscheen Al-Kimya.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 145mm x 210mm
    Aantal pagina's : 231
    Uitgeverij : Orgelist
    ISBN : 9789083082516
    Datum publicatie : 03-2021
  • Inhoudsopgave
    Inhoud

    Wat eraan voorafging

    1. De vijand ronselt troepen
    2. De wijze lessen van Jophiëlle
    3. Een droevig einde
    4. Eleanor ontmoet haar jongeling
    5. Een gewelddadige ontvoering
    6. Een intuïtieve reis
    7. Het toppunt van kwaadaardigheid
    8. Terugkeer naar de lichtburcht
    9. Een riskante zoektocht
    10. Op veilige bodem
    11. De Lichthexen
    12. Een magische cirkel
    13. Een slecht bekomen dronk
    14. Een streep door het verleden
    15. Een lafhartige streek
    16. De initiaties van Noad en Laoïse
    17. Slot

    Opbouw van het Lichtrijk
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Plots rijst in de verte een stofwolk omhoog. Instinctief trekken Aäron en Noad zich met hun paarden terug in de schaduw van het struikgewas langs de weg. Aärons ogen vernauwen zich tot spleetjes en hij tuurt naar de naderende stofwolk tot hij contouren van zwarte ruiters kan onderscheiden. Noads hart slaat over van schrik, de ruiters rijden op zwarte paarden en zien er angstaanjagend uit. Op het moment dat ze passeren voelt hij zijn hart hevig bonken in zijn keel. De mannen dragen zwarte tunieken met daaronder zwarte pofbroeken en daaroverheen een zwarte mantel zonder mouwen. Het geheel wordt gecompleteerd met een zwarte hoofddoek die hun hals en gezicht grotendeels bedekt. Slechts hun ogen zijn zichtbaar door een spleet in de hoofddoek. Op hun rug dragen ze grote kromzwaarden en een zwarte pijlenkoker met een boog. Het is een indrukwekkend en imponerend gezicht, maar ze stralen ook de energie van ingehouden agressie uit, die Noad angst inboezemt. Instinctief deinst hij verder naar achter. Aäron gebaart naar Noad dat hij stil moet blijven liggen. Achter de ruiters op paarden komen berijders op dieren die Noad vreemd voorkomen. Ze staan hoog op hun poten en zijn voorzien van een lange gebogen nek, en een grote bult op hun rug. De dieren reiken wel meer dan twee meter hoog. Sommige hebben zelfs twee bulten. Wat Noad nog het meeste opvalt is dat zowel de mensen als de dieren zo lichtvoetig zijn. De achterhoede van de karavaan bestaat uit voetvolk dat dezelfde zwarte kleding en bewapening draagt. De twee reizigers duiken nog wat dieper het struikgewas in. Gelukkig beschikken ze over goed getrainde paarden die op commando doodstil blijven liggen.
Zodra ze ver genoeg verwijderd zijn fluistert Noad: ‘Wie waren dat?’
‘Dat,’ zegt Aäron en zijn stem klinkt verontrust, ‘zijn “Al-Aswaed’s”, een nomadenstam uit de woestijn ten oosten van Nahara. Ze worden ook wel “de zwarte mensen” genoemd. De Al-Aswaed’s staan bekend om hun kracht, agressiviteit en koelbloedigheid. Het is een volk dat normaal de woestijn niet verlaat, wat ze hier doen is me een raadsel,’ zegt hij. ‘Ik vermoed dat de donkere vijand Morrigan soldaten aan het ronselen is. Laten we maar eens gaan uitzoeken wat ze in hun schild voeren.’
Ze laten hun paarden overeind komen en binden hun leidsels vast aan een knoestige boom in het dichte struikgewas om te voet verder te gaan. Al gauw maakt het zanderige pad plaats voor een steil en ruw rotspad. Ze lopen voorzichtig tussen puntige rotsblokken door. Een paar minuten later komen ze bij een bocht die steil omhoog loopt. Moeizaam beklimmen ze het pad. Het is een behoorlijk klim van enige honderden meters. Boven aangekomen bevinden ze zich op een plateau dat uitzicht biedt over een vallei. Het brede rotsachtige pad loopt naar beneden het dal in, ongetwijfeld de weg die de Al-Aswaed’s hebben gevolgd. Met een hand boven zijn ogen om het licht te filteren tuurt Aäron het dal in. Wat hij ziet doet zijn adem stokken. Beneden in het dal krioelt het van de Al-Aswaed’s. Overal staan zwarte tenten. Aan de voet van de helling is een provisorische ren gemaakt voor het stallen van paarden, kamelen en dromedarissen. Her en der verspreid over het kamp branden kleine vuren, waarvan de gloed de contouren van het kamp doen oplichten. Na een verdere verkenning ontwaren ze een klein rotsachtig paadje dat steil naar beneden kronkelt en dat grotendeels aan het zicht is onttrokken door rotsblokken. Het is alleen zichtbaar als je dicht bij het plateau staat en voorover buigt om het dal in te kijken.
Aäron wikt en weegt. ‘We gaan poolshoogte nemen, maar we wachten nog even om via dit kronkelpad naar beneden te gaan tot de schemer invalt. We hebben weliswaar voldoende dekking maar je weet nooit of ze wachtposten hebben uitgezet.’ In de schaduw van een rotsblok wachten ze geduldig tot de zon achter de heuvels is verdwenen. Noad voelt de spanning van het onbekende avontuur en het gevaar dat in het verschiet ligt. Hij is er langzamerhand in gehard geworden en kan zijn zenuwen inmiddels goed in bedwang houden, maar de spanning is om te snijden.
Aäron wenkt hem en via het smalle, rotsachtige pad lopen ze behoedzaam naar beneden. Rechts naast hen gaapt een diepe afgrond.
‘Wees voorzichtig waar je je voeten plaatst, de val naar beneden is behoorlijk diep,’ fluistert Aäron zachtjes, om te voorkomen dat zijn stem als een echo de vallei in galmt. Noad knikt ter bevestiging. Stap voor stap lopen ze verder. Noad zet voorzichtig zijn voet neer maar bij de volgende stap komt zijn voet terecht op een losse steen en hij glijdt uit. Met veel moeite kan hij zich net nog met zijn vingers aan een richel vastklampen. Wanhopig houdt hij zich met alle macht vast aan de rand, zijn vingers glijden weg en hij begint zijn greep te verliezen. Angst giert door zijn keel, het zweet parelt op zijn gezicht en zijn knokkels zijn wit van inspanning. Paniekerig kijkt hij naar beneden. De diepte van het ravijn doet hem duizelen. Zijn hart klopt hevig en de zenuwen gieren door zijn lijf. Een verlammende angst maakt zich van hem meester en alles om hem heen vervaagt. Hulpeloos bungelt hij boven het immens diepe ravijn. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen