€ 24,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Liefde en moraal in onze taal

Het Nederlandse verkleinwoord

Frans Wijgers • Boek • paperback

  • Samenvatting
    ‘Liefde en moraal in onze taal’ - Het Nederlandse verkleinwoord

    Hoe verhoudt het verkleinwoord zich tot de begrippen liefde en moraal? Dat het gebruiken van de verkleinvorm vaak liefkozend bedoeld is, ligt voor de hand. In dit boek wordt uitgebreid toegelicht dat we het Nederlandse verkleinwoord echter minstens zo vaak gebruiken om heel andere emoties en bedoelingen uit te drukken. Oftewel: pejoratief naast affectief gebruik. Dr. L. A. te Winkel, mede-oprichter van het Woordenboek der Nederlandsche taal, schreef in 1862 al uitgebreid over dit fenomeen.

    Verkleinwoorden als amateurtje en lulletje zijn meestal niet heel lief bedoeld, evenmin als de woorden klootjesvolk, vriendjespolitiek, baantjesjager, praatjesmaker, regeltjeszucht, huisjesmelker en zesjesmentaliteit. Nieuwe vondsten steken regelmatig de kop op: zo bedacht Youp van 't Hek in 2021 met regelmaat pejoratieve verkleinwoorden, waaronder 'pandjesprins' en 'keukenkastjesdivisie'. Hier wordt de verkleinvorm ingezet om een morele opvatting kracht bij te zetten. We kunnen zo bijvoorbeeld smalend of minachtend doen over iets of iemand.

    Ontstaan, essentie, verschijningsvormen, grammatica, spelling en woordenschat van het verkleinwoord komen uitgebreid aan bod. In een apart hoofdstuk wordt onze verkleinzucht in verband gebracht met de Nederlandse volksaard. Een negentig pagina's beslaande, meer dan 2500 unieke - veelal in uitdrukkingen voorkomende - verkleinwoorden bevattende woordenlijst completeert dit boek. Het loodje leggen, iets op je dooie akkertje doen: zonder de verkleinvorm gaat het niet.

    De eerste 110 pagina's van dit boek zijn gevuld met lezenswaardige verhalen over een hele reeks verkleinwoorden. Onder andere akkefietje, colbertje, dasje en wissewasje worden voorzien van een ultieme en soms prikkelende verklaring. Zo blijkt ons Nederlandse 'colbertje' te verwijzen naar een specifieke soort Frans borduurwerk (eerste helft 19e eeuw). Ook wordt een nieuw licht geworpen op de datering en de betekenis van het beroemde schilderij ‘Het Joodse bruidje’ van Rembrandt. De oorsprong van het Amerikaanse woord ‘yankee’ wordt in een apart hoofdstuk zeer uitgebreid besproken. Aan 'yankee' zou mogelijkerwijs de Hollandse voornaam Jan-Kees ten grondslag liggen; in dit boek wordt echter omstandig betoogd dat het veeleer een Nederlands verkleinwoord kan zijn geweest.

    Frans Wijgers is neerlandicus en vertaler Engels. Hij was geruime tijd werkzaam voor een grote Amerikaanse uitgeverij, doceerde gedurende enkele decennia Nederlands en Engels in het bedrijfsleven en was eigenaar van een aantal taleninstituten.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 150mm x 230mm
    Aantal pagina's : 340
    Uitgeverij : Vigerius
    ISBN : 9789464069785
    Datum publicatie : 09-2021
  • Inhoudsopgave
    INHOUD

    Woord vooraf

    Deel I Etymologische geschiedenissen

    Hoofdstuk 1 Bijzondere verhalen over achttien verkleinwoorden

    Hoofdstuk 2 Yankee: Jan-Kees of Jantje?

    Deel II Het verkleinwoord verklaard

    Hoofdstuk 3 De Nederlandse verkleinzucht

    Hoofdstuk 4 De essentie van het verkleinwoord

    1. Comparatieve verkleining

    2. Superlatieve verkleining

    3. Verkleinende prefixen

    4. Hypocorisme

    Hoofdstuk 5 Mogelijkheden en onmogelijkheden van verkleining

    Hoofdstuk 6 De verschijningsvormen van het verkleinwoord

    1. Objectieve verkleining

    2. Hypocoristische verkleining

    3. Overdrachtelijke verkleining

    4. Schijnbare verkleining

    Hoofdstuk 7 Het ontstaan van het Nederlandse verkleinsuffix

    1. Gotisch

    2. Oudhoogduits en Middelnederlands

    3. Verkleinsuffix -il

    4. Verkleinsuffix -ic

    5. Verkleinsuffixen -je en -tje

    Hoofdstuk 8 Onder de radar: de sjwa

    Hoofdstuk 9 De standaardvormen van het Nederlandse verkleinsuffix

    Hoofdstuk 10 Woorden met een uitheems verkleinsuffix

    Hoofdstuk 11 Een en ander over ‘luttel’

    Deel III Verkleinwoorden van A tot Z

    Hoofdstuk 12 Alfabetische lijst van verkleinwoorden in uitdrukkingen

    Hoofdstuk 13 Verkleining in de overdrive: een populair spelletje

    Bronnen
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 24,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Uit hoofdstuk 6, De verschijningsvormen van het verkleinwoord

1c.-1 werkwoorden

Menig substantief dat verkleind wordt, is afgeleid van een werkwoord. Zo kennen we verkleinwoorden als gedoetje, inkoppertje, babbeltje, krijgertje, afdankertje en goedmakertje. Vaak bestaan ook de grondwoorden als substantief, al hebben deze dan soms een (wat) andere betekenis dan het verkleinwoord: een (vlotte) babbel is wat anders dan een babbeltje, een krijger niet hetzelfde als een krijgertje, een verzet zeker geen verzetje en een roker geen rokertje. Wel enigszins vergelijkbaar zijn de uitdrukkingen ‘daar zit ‘m nou de kneep’ en ‘de kneepjes van het vak kennen’.

Bij veel werkwoorddiminutiva bestaat er niet of nauwelijks verschil tussen de betekenis van het grondwoord en het verkleinwoord: keffer en keffertje slaan op hetzelfde irritant blaffende hondje, het doen van een plasje duurt hooguit wat korter dan het doen van een plas, tussen prak en prakje is weinig verschil, een schnabbel is hetzelfde als een schnabbeltje. Er bestaan echter ook aardig wat van een werkwoord afgeleide verkleinwoorden waarbij het grondwoord een (geheel) andere betekenis heeft, of zelfs in het geheel niet bestaat:

afdankertje, babbeltje, bedankje, beetje, belletje, blowtje, drukje, dutje, geurtje, goedmakertje, haastje-repje, hakje, holletje, kijkje, koopje, krijgertje, kweekje, lachertje, loopje, moetje, nakomertje, nietje, opstootje, optrekje, opwarmertje, opzetje, praatje, praatjes, praatjesmaker, roesje, rokertje, ruisje, slapie, slapies (doen), slippertje, speeltje, spraakje, strijkje, uitstrijkje, tikje, tikkie, tikkeltje, tikkertje, verstoppertje, verzetje, (voor)proefje, walkie-talkie, wedje, weetje, wippertje, wissewasje, zegje, zitje, zoekertje, zoethoudertje.

Kinderen houden ervan om actieve kinderspelletjes te spelen, zoals verstoppertje. Het imiteren van volwassenen leidt al door de eeuwen heen tot spelletjes die evenals de aloude kinderspelletjes (tikkertje, bokjespringen) steevast benoemd worden met behulp van een verkleinwoord: agentje spelen, cowboytje en indiaantje spelen, doktertje spelen, kantoortje spelen, oorlogje spelen, schooltje spelen, soldaatje spelen, vadertje en moedertje spelen, winkeltje spelen. Sommige van dit soort uitdrukkingen verdwijnen in de loop der tijd of krijgen een andere/extra betekenis, andere komen op. Zo werden in 1863 in het periodiek ‘De Tijd’ de nu verdwenen uitdrukkingen ‘kastelein spelen’ en ‘schoolmeester spelen’ (nu ‘schooltje’ spelen)’ vermeld, evenals het nu nog gebruikte ‘soldaatje spelen’ en ‘vadertje en moedertje spelen’. De laatste uitdrukking had in de 19e eeuw nog niet de dubbelzinnigheid die vanaf het midden van de 20e eeuw ontstaan is. In 1951 hintte Simon Vestdijk in zijn boek ‘De vijf roeiers’ voorzichtig op de ondeugende betekenis die de uitdrukking vandaag de dag heeft, maar hij verwees daarbij naar een Ierse gewoonte. Sybren Polet liet in 1957 in ‘De steen’ geen twijfel bestaan over deze betekenis, al ging het hier om vissen (en hun ‘grutjes’). Hugo Raes had het in zijn romandebuut ‘De vadsige koningen’ (1964) voor het eerst over ‘echt vadertje en moedertje spelen’ en verwees daarbij expliciet naar ‘seksuele opvoeding’. Het onderhavige type uitdrukkingen is overigens nog steeds productief, getuige bijvoorbeeld de uitdrukkingen ‘gettootje spelen’ (NRC, januari 2021) en ‘kappertje spelen’ (NRC, februari 2021). Er was een tijd dat de uitdrukking ‘agentje spelen’ gangbaar was. Die tijd ligt ver achter ons. Geen kind speelt nog agentje. De variant ‘agentje pesten’ daarentegen werd al in mei 2000 gebruikt in een radicale context: de NRC plaatste toen een artikel met de kop ‘Agentje pesten als Berlijns ritueel’, over een 1 mei-demonstratie waarbij honderden gewonden vielen. Ook de variant met ‘pesten’ is nog productief; zo gebruikte Auke Kok in zijn biografie van Johan Cruijff (2019) de uitdrukking ‘KNVB’tje pesten’.

Naast de bovenvermelde – nog altijd productieve – combinaties met ‘spelen’ (nadoen) en ‘pesten’ bestaan er vele andere samenstellingen van verkleinwoord + werkwoord :

een aanloopje nemen, aapjes kijken, achtjes draaien, een appeltje te schillen hebben, armpje drukken, een afzakkertje nemen, het op een akkoordje gooien, baantjes trekken, een bakkie doen, een balletje opgooien, een ballonnetje doorprikken, in een gespreid bedje terechtkomen, je beste beentje voorzetten, iemand beentje lichten, het beestje bij de naam noemen, een oud beestje van stal halen, een belletje plegen, een belletje doen rinkelen, belletje trekken, het bijltje erbij neer gooien, een bioscoopje pikken, een blauwtje lopen, de bloemetjes buitenzetten, iemand in de bloemetjes zetten, een bodempje leggen, buiten je boekje gaan, je boekje te buiten gaan, volgens het boekje gaan, een boekje open doen, je boeltje bij elkaar pakken, een bommetje doen, een bommetje droppen, je eigen boontjes doppen, iets op andermans bordje schuiven, bij bosjes omvallen, het boterbriefje halen, botje bij botje leggen, iemand iets op een briefje geven, zoete broodjes bakken, als warme broodjes over de toonbank gaan, een broodje aap verkopen, een bruggetje maken, je buikje rond eten

Bovenstaande combinaties zijn slechts een selectie uit de lemma’s A en B van de in dit boek opgenomen uitdrukkingenlijst; bovendien zijn in deze selectie alle combinaties met hebben en zijn weggelaten (zoals ‘een abc’tje zijn’).


Een pagina uit hoofdstuk 12, 'Alfabetische lijst van verkleinwoorden':

speculaasje een speculaasje eten
speeltje een speeltje zijn voor iemand
speeltje een nieuw speeltje hebben
speeltje een seksspeeltje gebruiken
speentje op een speentje zuigen
spekje een (roze, wit) spekje, spekkie eten (snoep)
spekje spekjes braden (varkensvlees)
spekkie spekkie naar zijn of haar bekkie zijn
speldjes speldjes verzamelen in een speldjesalbum
spelletje een woordspelletje spelen
spelletje een computerspelletje spelen
spelletje aan een radiospelletje meedoen
spelletje een positiespelletje doen (voetbal)
spelletje een kinderspelletje doen
spelletje ‘er wordt een spelletje met mij gespeeld’
spelletjes een spelletjesavond houden
spiegeltje “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van ‘t land?”
spiegeltjes iets waardevols voor ‘spiegeltjes en kraaltjes’ ruilen
spinnetjes spinnetjes in je ogen zien (mouches volantes, ook: vliegjes)
spionnetje in een spionnetje kijken/loeren
spiraaltje een spiraaltje aanbrengen, laten plaatsen
spleetje een spleetje hebben (tanden, vagina)
spoedje een spoedje zijn
spoortje geen spoortje twijfel hebben
spoortje geen spoortje van iets (bv. bewolking) te bekennen zijn
spotje een reclamespotje maken
spotje een spotje inspreken, opnemen (tv, radio)
spotje een spotje plaatsen, vervangen
spraakje een raar of bekakt spraakje hebben
sprankje een sprankje hoop hebben
sprietje ieder grassprietje willen opvreten (voetbal)
sprintje een sprintje trekken
sproetjes sproetjes hebben
sprongetje een sprongetje maken (van blijdschap)
sprongetje een sprongetje op de ranglijst maken
sprongetjes sprongetjes maken (ontwikkeling van baby of kind)
sprookjes sprookjes vertellen ×
SERVICE
Contact
 
Vragen