Fragment
Angelo liep verder. Niet snel. Niet langzaam. Precies dat tempo dat eruitziet alsof je weet wat je doet. Hij liet zijn ogen alles scannen: onder banken, achter benen, bij schermen, tussen rijen. Hij keek niet naar gezichten. Hij keek naar beweging. Naar kleine schoentjes. Naar bruin haar. Naar een jongen die altijd net één stap te ver gaat.
Hij kwam dichter bij een winkelhoek. Hij zag een verkleedfiguur. Hij zag een paar kinderen eromheen. Een leeg stukje vloer waar Luca had kunnen staan. Maar Luca stond daar niet. En in één klap was Schiphol geen vertrekhal meer. Het was een doolhof. Angelo draaide zich om, terug naar Fabio en Nando, en voelde hoe zijn gezicht nog steeds hetzelfde moest blijven, terwijl alles vanbinnen al één stap verder was.
Luca was weg.
×