Fragment
‘Zou je dat wel doen? Je brengt de koningin in gevaar, die kan ik binnen twee zetten verslaan’, de oude man wees naar het
vakje D5 waar Harrie van der Voort zojuist de zwarte koningin op het schaakbord had geplaatst. ‘Zeg niet dat ik je niet heb gewaarschuwd… In twee zetten!’, met duim en middelvinger pakte Gijs Huisman de bisschop bij de mijter vast en verplaatste het schaakstuk naar B3. ‘Schaak!’ ‘Je kunt een koningin niet schaak zetten’, bromde de oud-commissaris. ‘Je kunt kletsen wat je wilt, Gijs, maar mij krijg je niet gek met die praatjes. Je weet dat ik ga winnen… binnen vijf zetten, let op mijn woorden: vijf zetten!’ Voorzichtigheidshalve verplaatste Harrie de koningin naar E5, in het geval die oude dwaas inderdaad een geniale strategie had bedacht. Van der Voort zou het niet hardop zeggen, maar hij had in de afgelopen weken flink wat bijgeleerd over schaakstrategieën en dan met name de openingszetten van verschillende schaakstukken. Gijs was minder happig om hem eindspelstrategieën te leren, omdat die te complex zijn voor een beginnende speler. Ammehoela, dacht van der Voort. Die ouwe geitenbreier wilde voorkomen dat Harrie schaakpotjes ging winnen, want dan was voor Gijs de lol er vanaf. Hij hield van ongelijke kansen in het spel,
waardoor hij gemakkelijker kon winnen, maar de oudcommissaris was een snelle leerling. Ondanks zijn leeftijd liet het geheugen van der Voort niet in de steek. Hij slaagde erin om combinaties van schaakzetten te onthouden en in een ander spelletje in te zetten. Niet perfect natuurlijk, tenminste niet de eerste keren en dan ineens beheerste hij de combinatie van zetten als een amateur… weliswaar een beginnende amateur, maar toch een hele verbetering tegenover de status van de beginnende beginner. Nu stond Gijs zelf niet bekend als een begenadigd schaakspeler, maar meer een vastgeroeste amateur. Eén treetje hoger dan de oud-commissaris. De oude man maakte zichzelf wijs dat hij nu met een gerust hart de psychologische strategieën mocht inzetten om de afstand tussen hem en van der Voort niet kleiner te laten worden. Eindelijk beheerste hij iets waarin hij uitblonk in vergelijking met de medebewoners van zorgcentrum De Nazomer. Een half jaar geleden… het kan ook een jaar of twee jaar geleden zijn
geweest, hadden dierbare medebewoners hem opgegeven voor het Museumkwartier Schaak Evenement, georganiseerd door de middenstandsvereniging van de wijk in de binnenstad van Utrecht. Een afvaltoernooi, waarbij de winnaar van een potje schaak doorging met het spelen tegen een andere winnaar, net zolang totdat er één winnaar overbleef. Er werd in drie leeftijdscategorieën gespeeld: tot en met 10 jaar, 11 jaar tot en met 20 jaar en de volwassenen. Er gold een uitzondering voor getalenteerde spelers, die mochten met de volwassenen meespelen op het hoogste niveau. Gijs werd verslagen tijdens het eerste potje schaak door een negenjarige Oekraïense jongen, wat een blamage! Hupsakee, schaakmat binnen vier zetten! De jongen had de oren van Gijs gewassen met de Herdersmat. Het potje duurde nog geen zes minuten. En omdat tegen je verlies kunnen, voor sommigen een lastige vaardigheid is om te leren, waaronder Gijs, stapte de oude man naar de scheidsrechter en diende een klacht in tegen de Oekraïense jongen… Niet omdat hij vals speelde, wat hij gewis niet deed, maar vanwege zijn leeftijd. Een jongen zo jong hoorde
niet thuis bij de competitieve wedstrijden van de volwassenen. Dom genoeg suggereerde Gijs dat hij zich mentaal gedwongen voelde om de jongen te laten winnen. Er zat immers 53 jaar verschil tussen beide spelers… In werkelijkheid 61 jaar,
maar dat kreeg de oude man niet over zijn lippen.
×