€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

onder een appelboom

over wie we zijn en wat met de wereld

Hans Lammens • Boek • paperback

  • Samenvatting
    In dit boek wil de auteur inzichten uit onze westerse wetenschappen koppelen
    aan het onderzoek dat in de Advaita Vedanta (Hindoeïsme) is gedaan over ‘het ik en de wereld’.
    Evenwel zonder met het ene, het andere te willen bewijzen.
    Aspecten uit het hersenonderzoek, de relativiteits- en kwantumtheorie,
    het onderzoek naar lucide dromen en persoonlijkheidsstoornissen komen aan bod.
    In het laatste deel wordt uitgebreid ingegaan op de Advaita Vedanta zelf.
    De vraag wie ik ben en wat met de wereld, is de rode draad
    die alle hoofdstukken met elkaar verbindt.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 157
    Uitgeverij : Hans Lammens
    ISBN : 9789465330594
    Datum publicatie : 10-2025
  • Inhoudsopgave
    I MEDITATIE ALS ONDERZOEKSMETHODE 13

    II HERSENONDERZOEK 20
    ‘het primitieve brein’ 21
    ‘het limbisch systeem’ 22
    ‘het cognitieve of rationele brein’ 23
    ‘fmri’ 30
    ‘linker- versus rechterhersenhelft’ 33
    ‘de waarneming’ 34
    ‘bewustzijn en het ‘ik’ 39
    ‘seksuele oriëntatie’ 50
    ‘posttraumatisch stress syndroom’ 51
    'artificiele intelligentie 56
    'identiteit 59

    III FYSICA EN DE RELATIVITEIT VAN DE WERKELIJKHEID 60

    IV DROOMONDERZOEK 75

    V ‘IK’ EN DE PERSOONLIJKHEID 91

    VI DE ADVAITA VEDANTA 97
    de kijker en de producent van gedachten 99
    over de technologie van het denken 102
    is de werkelijkheid hetzelfde als ons beeld ervan 109
    een gedachte denkt niet 112
    het' ik’ is enkel een gedachte 113
    het vermoeden van de leegte 124
    het ‘ik’ is niet de waarnemer 131
    over wie we zijn en wat met de wereld 135
    de absurditeit van binnen en buiten 136
    de schepper van de gedachten 142
    over ‘wat met de wereld’ 144
    de wereld is een schepping van het waarnemen 147
    ik ben het onvoorstelbare 149
    standpunten 152

    EINDNOTEN 157
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

VOORWOORD

‘Wie ik ben en wat met de wereld’ is misschien niet met ons verstand te vatten.
In voorliggende tekst is het de bedoeling om inzichten uit onze westerse wetenschappen
te koppelen aan het onderzoek dat hierover vele eeuwen geleden,
aan de andere kant van de wereld, in de Advaita Vedanta is gedaan.
Evenwel zonder met het ene, het andere proberen te bewijzen.
Het hersenonderzoek confronteert ons met de onverteerbare
vaststelling dat we uiteindelijk enkel ons brein zijn.
De relativiteits- en kwantumtheorie zet ons werkelijkheidsgevoel op de helling.
Het onderzoek over lucide dromen doet er nog een schepje bovenop:
er is meer dan één wereld.
De psychologie geeft ons een inkijk in de persoonlijkheidsstoornissen.

De Advaita Vedanta is een filosofische stroming uit het Hindoeïsme van de achtste eeuw na Christus.
Ze is nog steeds springlevend, in de eerste plaats in Indië zelf, maar sinds zowat
een eeuw, meer en meer ook in het westen.
Ze heeft hier later de naam ‘non-dualiteit’ meegekregen.
Bij grondig onderzoek blijkt dat ik niet diegene ben voor wie ik me altijd heb gehouden.
Ik ben niet mijn lichaam, ik ben niet mijn verstand, mijn ego, mijn persoonlijkheid...

We leven dus in een illusie en dat geldt ook voor de wereld rondom ons.
Dit wordt Maya genoemd.
Wie of wat ik dan wèl ben lost zich op in een soort van absoluut bewustzijn,
dat ook voor de Advaita Vedanta niet met woorden te omschrijven is.
De vraag wie ik ben en wat met de wereld, is de rode draad die alle hoofdstukken met elkaar verbindt.


Fragment 2 (p 11):

Een kleine jongen, ongeveer vijf jaar oud, zat in een rieten stoel
onder een appelboom.
Het moet zowat hoogzomer zijn geweest.
Achter hem stonden grote oude hortensia’s.
Voor hem: bessenstruiken, met hier en daar een laagstam perelaar.
Rechts was er een smal paadje van rode steentjes, afgeboord met schuin liggende bakstenen.
Daarachter lag, tussen de bomen, het huis van zijn tante.
De zon stond in de vooravond al wat lager en hulde de tuin in een goudgeel licht.

Het was volmaakt.
Niets zou dit ooit nog evenaren.



Fragment 3 (p. 95):

… Als men ons vraagt wie we zijn, dan beginnen we eerst met onze naam te noemen
en als men verder doorvraagt zullen we tenslotte eindigen met te vertellen hoe we onze eigen persoonlijkheid ervaren.
We benoemen al onze kwaliteiten en kleine kanten (mochten die er al zijn)
en maken er één grote gehaktbal van. “Voilà, dat ben ik”.
Toch is wat wij als ons ‘ik’ beleven enkel een gevoel, een gedachte.
Niets meer, niets minder.


Fragment 4 (p 109):

We hebben reeds vastgesteld in het hoofdstuk over hersenonderzoek, dat het zien van bijvoorbeeld een auto, zich
vertaalt in een beeld dat verschijnt in ons hoofd (in de visuele hersenschors). Dat beeld is dus niets meer of niets
minder dan een gedachte. En van die auto ‘kennen’ we dus enkel en alleen die gedachte.
Hetzelfde gebeurt met het aanraken van die auto: de tactiele sensatie speelt zich evenmin af in onze
vingertoppen, maar enkel en alleen als een beeld, als een gedachte, in ons hoofd.
Die auto is rood of groen, koud of warm, hard of zacht…
Het lijkt erop dat het uiteindelijke resultaat van die
beeldvorming op zijn minst ‘onze eigen interpretatie’ is van de eigenschappen van die auto,
alsof we die werkelijkheid op een of andere manier hebben herschapen… ‘naar ons eigen beeld
en gelijkenis’.
Wat we ‘gezien’ hebben wordt in de eerste plaats bepaald door onze technologie van waarnemen.
We hebben aan die beelden de eigenschappen van onze zintuigen toegekend.
We kunnen dus nooit echt weten hoe die waargenomen werkelijkheid zich daarbuiten ècht voordoet.
En dat is, tot onze verbazing, precies dezelfde conclusie zoals ze in de kwantumfysica wordt verwoord.
Zie blz 58 (Rovelli): ‘Daarom zegt men dat de kwantumtheorie enkel de wereld beschrijft zoals die zich
aan ons voordoet en niet zoals hij intrinsiek is, wanneer wij niet naar hem kijken.’
Dit blijkt dus niet alleen van toepassing op de kwantummechanica.

‘Alles’ wat wij kennen, hebben we op die manier herschapen in de taal van onze zintuigen en van ons geheugen.
We stapelen miljoenen gegevens op, vergelijken ze met elkaar, bouwen er nieuwe inzichten over op
en we herscheppen er een nieuwe wereld mee.
We denken nochtans dat we een objectieve werkelijkheid zien: de wereld zoals hij is…

Precies hetzelfde gebeurt met ‘het beeld’ dat we van onszelf hebben: ‘het ik’.
Dat beeld heeft nauwelijks nog iets te maken met ‘wie we werkelijk zijn’.
‘Ik’ ben een constructie, een gedachte, net zoals de wereld een constructie, een gedachte is.


Fragment 5 (p. 114)

Als ik mij afvraag wie ik ben, dan stel ik mij de vraag: wat was er vòòr de gedachte ‘ik’ verscheen?
Het antwoord kan alleen maar zijn: de schepper van die ‘ik’-gedachte.
Maar wie of wat zou dan die schepper kunnen zijn?
Voor de hersenwetenschapper is het antwoord duidelijk: het brein is de schepper van elke gedachte.
Hij denkt dan aan hersencellen, neurotransmitters, chemische en elektrische veranderingen enz.
Het ontstaan van gedachten heeft voor hem een materiele oorzaak.
Maar op de keper beschouwd heeft niemand, geen enkele wetenschapper ooit, een schema kunnen bedenken
van hoe nu precies een gedachte ontstaat. Wat gebeurt er de facto tijdens het ontstaan van een gedachte?
Niemand die het weet…

De Advaita Vedanta zegt dat om op een onbeschreven blad te schrijven er eerst een blad moet zijn.
Met andere woorden: vooraleer die gedachte ‘ik’ ontstaat, moet er iets zijn ‘waarin’ die ik-gedachte kan ontstaan.
Of anders geformuleerd: ‘waaruit’ die gedachte kan bestaan.
Het gebruik van de term ‘onbeschreven blad’ is enkel een manier om aan te geven dat elke gedachte
en dus ook de gedachte ‘ik’, een soort van grondstof moet hebben, waaruit ze zich kan vormen.
Iets kan niet uit het niets ontstaan.
De AdvaitaVedanta zegt In tegenstelling tot de hersenonderzoeker dat die ‘grondstof’ niet materieel kan zijn.
Maar ze zegt ook dat die niet mentaal kan zijn. Want een gedachte kan nooit een andere gedachte denken.
Zo te zien lijkt dat onbeschreven blad, die grondstof, een neutrale term voor wat in wezen
niet te benoemen valt: “het onvoorstelbare”.
Dat wat ons verstand te boven gaat. Dat wat ‘niet’ een gedachte genoemd kan worden.

×
SERVICE
Contact
 
Vragen