Fragment
Poddy werd Buddy
Wat een emotioneel moment was dat. Maar wat een geweldige band had ik met die hond, de eerste keer dat ik zo’n geweldige sterke band had. Die wederzijdse liefde, onbeschrijflijk. Hij week niet van mijn zijde, kwam steeds op mijn schoot zitten, sliep bij mij. Wat een kanjer.
Ik bleef het liefste meteen bij hem, de band met hem was zo heel bijzonder, ik had nog nooit zo’n sterke band gevoeld met een hond. Maar de tijd kwam dat ik weer naar mijn huisje moest in België, ik zocht vervoer per auto, bij iemand waar Buddy mee mocht in de auto en betaalde ook voor hem een plekje, zodat hij voldoende ruimte had.
Zo ging het een poosje, steeds met vervoer naar Spanje en ook weer terug. In het huis in Spanje waren er enkele opvanghonden, die een basisopleiding kregen en waarvoor een definitieve thuis werd gezocht.
Ook van de vrienden die we daar leerden kennen bleven hondjes logeren als de baasjes weg moesten. Buddy kon met allemaal overweg, ook de Chiwawa van de buren vond hij leuk, hun poezen daar wou hij ook mee spelen. Hij was echt een lieverd.
Ik begon het meerijden beu te worden en boekte overnachtingen om dan zelf te rijden. Het was telkens een zware, vermoeiende rit, maar ik heb het wel een tijdje volgehouden. Telkens met Buddy bij mij, mijn trouwe metgezel.
Onderweg namen we één overnachting. Daarna heel vroeg weer weg voor het laatste stuk naar huis toe.
De tweede rit werden het al twee overnachtingen om de rit te overbruggen. Ook voor Buddy was het zwaar, hij sliep onmiddellijk in mijn armen toen we op onze kamer waren. Ik had net de tijd om een grote deken over het bed te leggen en dan ik erop en hij direct bij mij. Die momenten waren om te koesteren. Na onze namiddagrust gingen we dan wandelen en aten we allebei wat. Op tijd weer slapen om de volgende ochtend weer heel vroeg te vertrekken.
Op de snelweg in Spanje hebben we verscheidene keren voorvallen van verkeersagressie gehad. Telkens een auto die voorbijstak en dan terug naar de rijstrook kwam waar ik reed. Maar in plaats van dan helemaal voorbij te steken, al opzij komen en bijna tegen de auto aan rijden, zodanig dat ik op de pechstrook moest rijden. Eén keer duwden ze mij bijna de afrit op.
Dat zijn de minder leuke momenten van de ritten.
Ook auto’s die naast kwamen rijden en teken deden dat er iets mis zou zijn met de auto, is ook enkele keren gebeurd. Ik reed dan verder een parking op van een benzinestation en reed tot de ingang waar er veel mensen waren. Een controle rond de auto wees telkens niets uit. Dat waren de carjackers van de autosnelwegen.
Op één van onze overnachtingsplaatsen hoorde ik dat er mensen waren die op die manier hun auto waren kwijtgespeeld met al hun spullen erin. Ik ben steeds enorm beschermd geweest, daar ben ik van overtuigd.
Ik mag er niet aan denken dat ik zo Buddy zou kunnen verloren hebben.
×