Fragment
Tijdens de burgeroorlog werd het ziekenhuis in brand gestoken. Alles werd tot de grond toe afgebrand en na een lange periode weer opgebouwd. Een beetje teleurgesteld keken we verder. We reden naar het dorp waar mijn moeder vandaan kwam. Een klein gehucht genaamd Ingiriya. Ik liep langzaam, de hitte en de drukte bezorgden me een verloren, gefrustreerd gevoel. Ik was moe en had hoofdpijn van het zoeken en al het denken waar mijn moeder zou kunnen zijn. In elke vrouw die passeerde van mijn moeders leeftijd, probeerde ik iets van haar te herkennen. Daar liep ik dan, in de brandende zon, langs een zeer drukke, gevaarlijke weg. Ik stak de weg over en kwam langs een postkantoor. Daar liep ik naar binnen en liet ze mijn adoptiepapieren zien, waarop de naam van mijn moeder in het Sinhalese was geschreven. Helaas kon niemand Engels spreken, en men kende haar niet. Het was al laat, het schemert in Sri Lanka vroeg en na een korte schemering is het donker. We besloten de zoektocht te staken. De mensen die met me mee reisden zeiden dat ze nu misschien een andere naam heeft, opnieuw getrouwd is en misschien niet gevonden wil worden. Niets was onmogelijk. Ik moest met alle mogelijke opties rekening houden.
×