€ 19,65

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Open your eyes

deel 1 - de ontzieling van leven

robert jan cavadino • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Robert-Jan Cavadino houdt van de schepping zoals deze zich in alles openbaart en niet van wat mensen er zelf bij bedenken of proberen te maken. Dat is ook logisch als we de maatschappelijke en ecologische rampen waarnemen die uitsluitend het gevolg zijn van de hypnotische blinddoek die mensen massaal dragen. Volgens hem is de schepping perfect zoals hij is en heeft de schepping de vaak perverse mutulaties niet nodig. Door het Leven zelf te reduceren tot een dom en doelloos mechaniek, vernietigen wij volgens hem het wonder van de schepping.

    Robert Jan is sterk ontwikkelingsgericht, toegesneden op ieders niveau van ontwikkeling. Robert Jan is open, direct en eerlijk en houdt niet van psychoanalyse, dogma’s en vakjes-denken. Hij zal je, in het kader van je eigen mogelijkheden, zonder al te veel omwegen begeleiden terug naar een leven zoals dat voor jou bedoeld is. Meer dan 20 jaar studeert hij ontwikkelingsgerichte mens-studies…teveel om op te noemen. Robert Jan zet zich via internationale Foundations in het bijzonder in voor kinderen en (jong-)volwassenen om hen te beschermen en te helpen genezen.

    Kijk voor referenties op www.evoq.nl

    Dit boek wordt aangeboden aan die lezers die over een aantal belangrijke onderwerpen een ander licht te willen laten schijnen. Geschreven in de taal zoals hij die vaak spreekt, probeert hij met rede en vragen een andere uitleg te geven en zo de lezer uit te nodigen zich opnieuw te herenigen met de schepping zelf en weinig waarde aan de materialistische en egocentrische ratio te hechten. Soms passioneel, maar meestal heel gedreven spant hij zich in om de lezer te overtuigen, zodat zij of hij weer gelukkig kan zijn met de schepping zoals deze is.


    Inleiding deel één: “de ontzieling van leven”

    De “Ontzieling van leven” behandelt zowel het leven in de zin van de wereld om ons heen, als ook ons leven als mens. Het geeft een eerste, belangrijke, schets van hoe onze menswaardigheid om zeep wordt geholpen doordat bepaalde sociaal-maatschappelijke ideeën hardnekkig in stand worden gehouden ook al is het tegendeel allang bewezen.

    Hoe deze menswaardigheid om zeep wordt geholpen wordt beschreven aan de hand van zes hoekstenen. Elk daarvan heeft een sterk beperkende en reductionistische invloed op het wereldbeeld van mensen en dientengevolge op zichzelf.

    Veel mensen geloven dat zij een direct of indirect willekeurig “product” zijn van een willekeurige en toevallige biologische evolutie. Zij ontkennen het bestaan van een metafysische wereld als intelligente alles doordringende realiteit en negeren de werking van de Geest[1] als oorzakelijke bron van ons fysieke bestaan.

    Zolang zij blijven geloven dat de Geest een toevallig product is van onze hersenen en daarmee op zichzelf staat (bedoeld in de individualistische zin), dan zullen deze mensen hoogstwaarschijnlijk weinig belangstelling hebben voor dit boek.

    Voor diegenen die dit anders ervaren, bijvoorbeeld door aan te voelen dat er echt wel meer is tussen Hemel en Aarde en dat je deel uitmaakt van een onvoorstelbaar intelligent en groot geheel, zal dit boek uitkomst kunnen bieden.

    Ik geef in dit eerste deel inzicht in de zes meest vrijheidsberovende cultuuraspecten. De zes verschillende gebieden die ik aanhaal, beschrijven hoe de meeste mensen de autoriteit buiten zichzelf plaatsen en met deze verregaande rationalisatie zich van hun persoonlijke vrijheid en het wonder van het leven laten beroven. Het zijn in mijn ogen de gebieden die de meest indringende en venijnige invloed hebben op de groei en bloei van de Geest en al datgene wat daar uit voort vloeit. We kijken in het eerste deel eerst naar de grond waar onze collectieve overtuigingen in wortelen en hoe wij onze eigen autoriteit en autonomie in meerdere of mindere mate weg hebben gegeven.

    De gebieden overlappen elkaar enigszins en in mijn ogen kan dat op zich geen kwaad. Een benadering vanuit verschillende invalshoeken is in dit geval nuttig om dingen beter duidelijk te kunnen maken. Ik herhaal zaken door deze anders te formuleren of aan andere contexten te verbinden. Het maakt het zelfstandig kunnen leggen van onderlinge verbanden een stuk eenvoudiger en heeft de bedoeling dat je een stuk tekst in je eigen woorden kunnen uitleggen. Met sommige formuleringen en woordkeuzes ga ik zeker op zere tenen staan, ik weet uit ervaring dat als je de vinger op de zere plek legt, dat dit pijn doet. Het is uiteraard niet de bedoeling om iemand pijn te doen, echter weet dat deze zere plek er al was voordat ik mijn vinger erop legde, de pijn was er al. Ik herinner mensen alleen aan de noodzaak iets aan die zere plek te doen, omwille van de persoonlijke genezing. Genezen van afhankelijkheidsrelatie die we hebben opgebouwd en zelfs nog steeds dagelijks in stand houden, kan een pijnlijke zaak zijn en niet bepaald eenvoudig om vol te houden. Ik schrijf soms harde woorden om juist diegene bij te staan die met moed, geloof en vertrouwen zich verdiepen in de grenzeloze wijsheid die de Geest is. Ik houd weinig rekening met mensen die hun heersen en beheersen niet willen opgeven, je bent gewaarschuwd...

    [1]Hiermee wordt niet de mind (het denken) bedoeld, maar de geest in de zin van spirit.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 130mm x 200mm
    Aantal pagina's : 278
    Uitgeverij : EvoQ Sint Philipsland
    ISBN : 9789081696616
    Datum publicatie : 09-2011
  • Inhoudsopgave
    Inleiding tot de trilogie.

    Inleiding deel één: “de ontzieling van leven".

    Hoofdstuk 1. Darwin is dood.

    Hoofdstuk 2. De troon van de psychologie.

    Hoofdstuk 3. Verzuilde symbolen van onmacht.

    Hoofdstuk 4. Wetenschap is de nieuwe religie.

    Hoofdstuk 5. De indoctrinatie van cultuur”.

    Hoofdstuk 6. De illusies over avatars.
  • Reviews (10 uit 1 reviews)

    21-06-2012
    Ik vind het een schitterend boek. Inhoudelijk is het ontzettend goed verwoord. Heel toegankelijk omdat het in gewone mensentaal en vanuit het hart is geschreven. Er zit zoveel informatie in elk hoofdstuk dat je het boek een paar keer leest, om de verbanden te zien, om diepere inzichten te krijgen. Heel volledig, deze man heeft het begrepen, vind ik.


    Geplaatst door
    Waardeert het boek met een 10 uit 10

€ 19,65

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Hoofdstuk 1. Darwin is dood

Volgens Darwin ben je een dier dat toevallig is “ontstaan” en overleefd heeft door de sterkere en daardoor dominante “soort” te zijn.

Inleiding

Nog niet zo heel lang geleden, op een ver en voor ons vreemd continent, zo tegen het einde van de 15e eeuw, bestond onder de meeste “geleerde” mensen een bonafide wetenschappelijke opvatting dat de Aarde plat was. Tegenwoordig kennen we allemaal de plaatjes van een ronde aarde, echter mag je de impact van deze opvatting op je huidige leven nog niet zomaar aan de kant schuiven. Om duidelijk te maken hoe dit achterhaalde wereldbeeld jou nog steeds beïnvloedt, is het noodzakelijk hier even in te duiken. Neem dus nu even de tijd om eerst vanuit het wereldbeeld van die tijd te kijken en dan neem ik je stap voor stap mee naar onze tijd. De Koning was samen met de adel onaantastbaar en zij lieten zich sterk beïnvloeden door de Kerk, zo sterk, dat je zou kunnen zeggen dat op veel cruciale punten de Kerk de baas was in de samenleving.

De Kerk liet zich op zijn beurt “leiden” door God. God werd letterlijk als Godspersoon voorgesteld (wraakzuchtige kerel met baard die op een wolk zit) en was de baas van alles wat is. God wilde iets van ons en gemakshalve werd ons niet concreet uitgelegd wat dat dan precies was. Om te doorgronden wat God van je wilde en om te weten of je wel “goed” bezig was moest je geregeld voor absolutie naar een geaccepteerde kerkelijke autoriteit en die zaten in een geloofsgebouw. Een dergelijk geloofsgebouw was voor de mensen die het in gebruik hadden het "Huis van God". God had voorkeur blijkbaar, want hij (?) “sprak” uitsluitend met de Paus en was voor gewone mensen alleen toegankelijk via de door de paus aangewezen autoriteiten van de Kerk. In de praktijk was de Paus dus de baas. God was daardoor onttrokken aan het gewone leven en was daardoor heel ver van de ervaringswereld van de mensen af, met andere woorden: abstract. Jezus aan het kruis, werd als belangrijk symbool voor de Kerk gebruikt, een symbool dat ons moest herinneren aan ons Mea Maxima Culpa, onze grote schuld. Jezus had deze schuld weliswaar afgelost bij God, maar we moesten ons vervolgens wel aan de voorschriften van de Kerk houden, anders kwamen we alsnog in de hel en dan kon zelfs Jezus ons niet meer redden.

Wij konden God alleen aanbidden en wel alleen door de directe en vaak heel concrete aanwijzingen van de Kerk te volgen (je moest je bijvoorbeeld laten dopen op een leeftijd dat je nog niet kon nadenken en denk eens aan de uitspraak van “ga heen en vermenigvuldig u”) en aan de hand van de symbolen die de Kerk ons niet toevallig aanreikte. Uiteraard kwamen deze concrete aanwijzingen de kerk vaak heel goed uit en zo werd de Kerk steenrijk en bijzonder “machtig”. Wij hoopten natuurlijk op de goedkeuring en welwillende medewerking van God, wij wilden graag de hel vermijden ook al hadden wij geen idee van wat de hemel was, het was allicht beter dan de “Hel”, want die werd wél heel concreet beschreven met symbolen waar de mensen aan konden relateren, zoals het eeuwige vagevuur. Wij geloofden dat we dood gingen en na onze dood het eeuwige leven konden krijgen door ons strikt te houden aan de voorschriften van de Kerk. De kerkleiders hadden in deze lange periode zo hun eigen verleidingen: godsdienstwaanzin, egoïstische en egocentrische macht en extreme persoonlijke behoeften, een bij elkaar genomen dodelijke combinatie die uiteindelijk ten koste ging van anderen en onvermijdelijk tot de val heeft geleid van de kerk als heersende instituut. Er ontstond een verborgen systeem van chronisch misbruik en doofpotten. Het leidde bijvoorbeeld ertoe dat kinderen seksueel werden misbruikt en voor vele eeuwen lang waren kloosters soms net Sodom en Gomorra. Geen wonder dat de kerk na verloop van tijd de twee seksen in kloosters scheidde. Perversiteit is in die tijd de gewoonste zaak van de wereld.

De wereld werd in deze tijd nog steeds heel symbolisch, bijna archaïsch voorgesteld, wetenschap zoals we dat heden ten dagen kennen, bestond in het geheel niet. Bijvoorbeeld, de Aarde en de mensheid waren in al zijn facetten letterlijk in 6 dagen gemaakt en op de zevende dag rustte God uit, wat natuurlijk heel begrijpelijk was, het is nogal een klus. Mensen namen dat letterlijk. Mensen waren in deze tijd heel onwetend en beschouwden de wereld als magisch en bedreigend. De uitspraken en instructies van de Kerk waren wetten, mensen hielden zich hier aan. In die tijd heb je geen scholing gehad, je kon niet lezen, er waren in het geheel geen betrouwbare nieuwsbronnen anders dan roddel en minstreelverhalen. Je had niet geleerd om voor jezelf na te denken. De wereld was boordevol van vreemde gebeurtenissen die jij niet begreep of zelfs kon begrijpen. De meeste gebeurtenissen gingen door de overlevingsbeslommeringen gewoon langs je heen. Natuurfenomenen zoals onweer, werden niet rationeel bekeken, maar magisch verklaard. Elektriciteit bijvoorbeeld was als natuurkundig fenomeen in deze tijd nog onbegrepen. Je boog als gewone sterveling je hoofd voor al deze mysteriën, nam genoegen met een mystieke uitleg en deed vervolgens gewoon wat van je werd gevraagd, er heerst een straffe hiërarchie. Je wist gewoonweg niet beter, je had niet de middelen om wezenlijke maatschappelijke zelfstandigheid te ontwikkelen. Je had geen betrouwbare informatie en je had niet de mentale ontwikkeling doorgemaakt om relevante vragen te stellen. Laat staan dat je vanuit deze afhankelijkheid een geïndividueerd bewustzijn kon ontwikkelen. Slechts een enkele geluksvogel kreeg onderwijs en leerde lezen en wat dieper nadenken en dat meestal alleen omdat hij lid was van de sterk afgeschermde wereld van adel of kerk. Een donkere wereld gevuld met politiek, doctrines en machtspelletjes, die in stand werd gehouden door een kleine elitegroep die inspeelde op de onwetendheid, angst en de goedgelovigheid van “gewone” mensen. De motivatie was macht en de wens te kunnen blijven heersen. De beheersers en overheersers overleefden op een meer comfortabele manier, de slachtoffers hebben het minder gemakkelijk.

Toen kwam de empirische wetenschap. Een paar dappere en belezen mensen die het waagde tegen de heersende doctrines in te gaan door concreet aan te tonen dat de wereld helemaal niet magisch is en dat een heleboel gebeurtenissen en symbolen wél kunnen worden begrepen, ook door gewone mensen. Zo ontdekten we de voordelen van elektriciteit, chirurgie en dat aderlatingen geen enkel helend effect hebben op builenpest. We ontdekten dat de Aarde niet plat is, maar rond en dat zij voornamelijk draait om onze zon en niet andersom. We ontdekten dat onze zon een waterstofster is en ons voorziet van seizoenen en onzichtbare straling (zoals warmte). Onze zon creëert mede de feitelijke leefomstandigheden hier op onze planeet en niet een abstracte Godspersoon. We ontdekten terreinen als microbiologie, natuurkunde, wiskunde, sterrenkunde, microkosmos, chemie, teveel om op te noemen. De belangrijkste was misschien wel het al in kaart gebrachte menselijk genoom. Ons DNA als de ruggengraat van het vermogen ons op een duurzame en consistente manier onszelf voort te planten. Dit DNA bevat de code voor duurzaamheid voor alle levensvormen. We leerden dat “toevallige” leefomstandigheden “willekeurige” DNA mutaties tot gevolg hebben met evolutie als gevolg. De wetenschap was geboren en God is ver te zoeken in deze verregaand deterministische rationalisatie…

 

Het wereldperspectief van Darwin

Een man die vanuit dit laatste wetenschapsperspectief nog steeds bijzonder veel aanzien geniet is Charles Darwin (1809-1882) en dat is niet terecht. Ik kies hier juist Darwin, omdat zijn beweringen nog steeds een zeer grote impact hebben op ons zelfbeeld van doorgeëvolueerde apen. Apen die “toevallig” hebben leren nadenken. Apen met een onverklaarbare humor en satire, apen die kunnen filosoferen en relativeren en aan zelfbeschouwing kunnen doen… slimme apen. Darwin zei dat natuurlijk niet letterlijk, maar zijn leringen impliceerde deze conclusie overduidelijk, kijk maar naar het huidige wereldbeeld. Kijk maar naar hoe wij bijvoorbeeld vanuit de medische wetenschap omgaan met ons lichaam, ons leven. Wij zijn tegenwoordig gewoon dingen waar je aan kunt “sleutelen”, net als bij een auto en functioneren vanuit een dierlijk instinct met maar één doel en dat is overleven.

Laten we voor de goede orde eens de denkwijze van Charles Darwin bezien vanuit het tijdsbeeld van waaruit hij leefde: de 19e eeuw. De tijdsgeest die hem voortbracht had zijn namelijk zijn eigen beperkingen en Darwin was iemand, net als iedereen, die gevormd was door zijn tijd. Hij lanceerde zijn gedachtegoed net voor de industriële revolutie. Vlak vóór de periode van massaproductie, efficiency en wereldhandel en hij kwam uit een periode waarin de meeste fenomenen vanuit romantiek en magie werden verklaard. De werkelijkheid van alle dag was in de tijd van Darwin rondweg ruw: mensen moesten zich maar zien te redden, sociale vangnetten bestonden in het geheel niet. De gedachte van “het recht van de sterkste” leefde al vele, vele eeuwen in de “beschaafde wereld” en dientengevolge in Charles Darwin. Het zat al in hem gebakken voordat hij onderzoek begon te doen en zijn belangwekkende gedachten met succes publiceerde. Iedereen leefde vanuit dit principe, je kon nauwelijks ontsnappen aan een andere manier van denken, immers niemand kreeg objectief onderwijs en maar weinig mensen genoten feitelijke bescherming. Overleven was heel normaal in deze tijd, soortgenoten zorgde alleen voor de eigen soortgenoten en dit waren altijd splintergroeperingen, een groep werd niet toegestaan macht op te bouwen door zich te verenigen, dit was voorbehouden aan de heersende machtshebbers. Compassie was in deze tijd heel ver te zoeken. Het is dus niet meer dan logisch dat de cultuur van overleven een sterke invloed had op zijn manier van kijken en dus de conclusies die hij trok.

Vanuit de cultuur die hem had voortgebracht ging Darwin een poging wagen om met een rationele bril te gaan kijken naar de feitelijke ontwikkeling van biologische soorten, iets dat overigens door mensen feitelijk niet waargenomen kán worden. Het duurt namelijk langer dan vele mensenlevens om een evolutionaire verandering met eigen ogen waar kunnen nemen. Hij probeerde dus met observatie, deductie en forensisch bewijs oorzakelijke verbanden te leggen in een poging een ontwikkelingsproces concreet te beschrijven dat later evolutie genoemd werd. Hij deed dit vanuit de vooronderstellingen waarmee hij zelf was grootgebracht. Vanuit deze onvermijdelijke vooringenomenheid, kijkend door de bril van “het recht van de sterkste” en omdat een hamer overal spijkers ziet, begon de hamer Darwin vlijtig te timmeren op alles wat hij aan evolutiespijkers tegenkwam.

Evolutie, volgens Darwin, verloopt traag, geleidelijk en vindt plaats onder sterke invloed van toevallige leefomstandigheden. Een soort past zich aan de veranderende omstandigheden aan, omdat deze “moet” overleven. De manier waarop volgens Darwin een bepaalde soort reageert op veranderende omstandigheden is willekeurig, omdat de trigger die leidt tot evolutie van buitenaf komt en volgens hem geen intelligente natuur heeft. Het is dus willekeurig, omdat de soort reageert met aanpassingen (op DNA niveau) die het voortbestaan van de soort op korte termijn zeker stelt. De soort is op vlak van overleving korte termijn gericht, want reële bedreigingen vanuit de omgeving veranderen evolutionair gezien namelijk heel snel. De soort heeft op korte termijn niet de keuze anders te handelen, het moet overleven op het moment dat het er toe doet. Dus toevalligheid dicteert Darwinistische evolutie en de soort is dus in de ogen van Darwin een soort slachtoffer van de willekeur van zijn leefmilieu. Instinct wordt door hem betiteld als bittere noodzaak om te kúnnen overleven en elke vorm van intelligentie áchter dit instinct werd gemakshalve weggelaten. Wat Darwin als mens had geïndoctrineerd in de maatschappij, bleef hij natuurlijk als wetenschapper waarnemen in de natuur. Voor hem was de natuur wreed en meedogenloos, want de samenleving was wreed en meedogenloos.

enz. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen