Wij werken op volle kracht, er is geen vertraging in productie en levering door het Coronavirus. Meer informatie via deze link.

€ 14,99

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Oprutten

terugblik vanuit 2050 op neoliberale periode

Jan van Tienhoven e.a. • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Van formeren komt regeren en dit hoort vooruitzien te zijn.

    Het gaat immers over uw pensioen, de verzorgingsstaat, het milieu en
    klimaat, ons onderwijs, de huisvesting, energie en mobiliteit. Met humor, ernst en originaliteit beschreven.

    Een premier en minister kijken fictief vanuit 2050 als in een achteruitkijkspiegel terug. Leugens en valse verwachtingen komen aan het licht maar er worden ook oplossingen aangedragen.

    Het functioneren van de overheid inclusief de slachtoffers van de toeslagaffaire, gedupeerden in Groningen en aan de aanpak van de
    coronacrisis komen aan bod.

    Belasten we dan arbeid nog wel, hoe participeren we in coöperatief leven en hoe oud worden we of belangrijker hoe blijven we samen gelukkig in een beter milieu, vrij van criminaliteit dat positief overgedragen wordt aan een nieuwe generatie.

    De hedendaagse realiteit wordt in een paar uur tijd ruim 30 jaar geëxtrapoleerd en neemt de lezer in een adembenemende wervelwind met vlagen uit alle richtingen, met verrassende invalshoeken mee naar 2050.

    En ja, de blanke oudere mopperpot wordt soms bevestigd in zijn gelijk.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 188
    Uitgeverij : Cutcompany.nl
    ISBN : 9789464068634
    Datum publicatie : 06-2021
  • Inhoudsopgave
    Inhoud

    De carrousel: de kwetsbaarheid van de bluffende premier9
    De brombeer voor het huis: oorsprong van de leugendemocratie16
    Wassend water bracht nieuw bestuur: Chinese invloed sluipt in ons land20
    De stad en platteland: 50 jaar woningnood33
    Ambachtslieden in ere hersteld: handwerk beter waarderen40
    Landelijk vraagteken: niet iedereen kan meedoen in onze maatschappij52
    Vervoer en verblijfsparken rond de stad: ruimtelijke ordening en mobiliteit60
    Boontje komt om haar loontje: energievraagstuk door domheid of fraude67
    Werk en onbelast inkomen: beperk belasting op arbeid79
    NGO en coronaleed: invloed van multinationals89
    Migratie en bevolkingsregulatie: eerlijke toegang tot onze maatschappij104
    De media: losse verhalen rond de borreltafel111
    Paradijsvogels vliegen rond religie en seks: oefening in ruimdenkendheid121
    Onderwijs: effectieve leermethoden en toekomstbestendige studies 129
    Politiek en defensie: onafhankelijke Kamerleden en slimmere en goedkopere oorlogsvoering135
    Dans van gezondheid en voeding: preventieve gezondheidszorg is goedkoper dan curatieve153
    Misdaad spekt de staatskas: elimineer het criminele verdienmodel164
    Track en trace met nieuwe straffen: belast bezit, stimuleer ontwikkeling170
    Eind goed, al goed: als liegen geen doel meer heeft177
    QR codes186
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 14,99

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

De carrousel:
de kwetsbaarheid van de bluffende premier

Het was een was een winderige dag in de herfst van 2050. De bladeren dansten in hun val naar beneden en vormden een prachtig kleurrijk tapijt op wegen en paden, waar zich het spoor van wielen scherp had afgetekend. Het geplette blad werd versneld in zijn afbraakcyclus, een wrede vernieling van schoonheid alsof er niet even respectvol gewacht kon worden op de uitvaartstoet van het blad door de wind. Tussen het vallend gebladerte stond het standbeeld van een forste manspersoon dat in de jaren dertig van deze eeuw geplaats was pal voor “de woonbelofte”, een appartementen complex voor geprivilegieerden.

De rijzige oude man was onberispelijk gekleed en had een messcherpe scheiding in de nog immer volle spierwitte haardos en was op de sokkel van het standbeeld gaan zitten. Zijn naam was Mark en het is niet zonder toeval dat hij hier zit aan de voeten van zijn leermeester, die hem ooit in het zadel geholpen had en van wie gezegd werd dat hij van de democratische controle een kat en muisspel had gemaakt, een verstoppertje spelen met de waarheid, kwartetten met de leugen. Corporaal bluffen, je onder laten pissen en lachend opstaan.

De zwaar gebruinde beveiliger Hugo had de oude naar buiten zien schuifelen en constateerde inderdaad dat er een grote vlek achter op zijn pantalon zichtbaar was. De infraroodcamera had terecht gewaarschuwd: een delicate glans en grootte en plaats verklapten het geheim van de afkomst. Volgens de regels was de verzorging gebeld; ‘hallo met Carola wat kan ik voor u doen?’ Ze had het onderhanden werk laten vallen en was de lift in gesjokt, want het zou haar niet weer gebeuren dat deze ’bevlekte’ haar zou ontsnappen. ‘Hij is wel ons visitekaartje’, had de leiding haar vorige keer diep ingewreven. Ambitieus als ze was, zou het haar niet gebeuren dat ze er door onoplettendheid uitgebonjourd zou worden.
Het lukte haar nog steeds om aan het werk te blijven en ze voelde het ook als haar morele plicht om ondank haar hoge opleiding voor de mensheid te zorgen zolang ze het nog kon, want door de vergrijzing waren er handen te kort in de zorg. Nee, haar baantje als verzorgster hoopte ze nog even vol te kunnen houden. ’tachtig is het nieuwe zesenzeventig’, spraken de politici, toen de ouderdomsuitkering met vier jaar was opgerekt naar 80 jaar. Ze moest dus nog twee jaar en verzuchtte tegen haar iets jongere collega: ‘hopelijk houd ik het vol, mijn spieren willen niet meer zo erg en als ik thuiskom val ik eerst een half uur op de bank.’ Ze waren het samen eens: je moest wel door, want stoppen was geen optie want er was geen draagvlak om een maatschappij gedomineerd door 60% ouderen te onderhouden.

De bevolkingsui, die de leeftijdsopbouw weergeeft van voorheen is verworden tot een wortel. De pastinaak van de samenleving: weinig kinderen en veel ouderen. Daarom was de AOWgrens opgeschroefd tot 80 jaar, maar bij een zwaar beroep als stratenmaker of steigerbouwer mocht je gelukkig, dankzij inspanning van de socialisten, al met 75 jaar stoppen. De koopkracht van bejaarden met een uitkering teruggebracht van wat in de hoogtijdagen van de twintiger jaren gebruikelijk was. Bejaarden moesten wel iets bijverdienen voor een redelijk bestaan en ouderen beseften zelf ook dat onmogelijk verwacht kon worden dat elke werkende anderhalve bejaarde moest onderhouden, naast velen arbeidsongeschikten en zijn eigen gezin.
Schrijnende armoede en ja, de eerlijkheid gebood te vertellen dat er ook honger geleden werd. Gelukkig hadden de bestuurders instructies uitgedeeld dat je met mieren, wormen, muizen en gras toch een redelijk voedzaam maal kon bereiden. Knorr, Heinz en de gepromoveerde Oetker, niet voor een kleintje vervaard, hadden dit met wat van hun additieven zelfs nog smakelijk weten te maken.
Een andere reden dat Carola moest blijven werken was omdat de vaste lasten torenhoog waren geworden. Abonnementen, afkoopregelingen, nooit afbetaalde studieschulden en tot in de dood gespreide betalingsverplichtingen hielden de mensheid in een contractuele wurggreep. Pensioenfondsen hadden mensen verleid om voor een risicovoller maar mogelijk hoger rendement te gaan. Hoe anders was het uitgepakt. De juridisch ongeletterde legde het natuurlijk af tegen de diarree van kleine lettertjes. De stank van misstanden was ondragelijk en werd door de overheid weg geventileerd naar de hogere luchtlaag van zelfbeschikking.
Daarboven waren de gemeentelijke lasten en provinciale opcenten door allerlei onnodige regels, die ook weer gehandhaafd moesten worden, enorm gegroeid. De bestuursindustrie, de grootste werkgever, gesymboliseerd door de paarse krokodil, beet gretig naar de bevolking die er ooit zelf mee ingestemd hadden. Elke hap was niet alleen heel pijnlijk, kostbaar, middelen onttrekkend maar vergalde ook levensplezier en solidariteit. De genezing door eindeloze procedures kwam niet op gang en het slachtoffer van deze etterende wond probeerde zichzelf als calculerende burger te helen.

‘Wie betaalt, bepaalt’ was de veel gehoorde kreet van de werkenden en daarom was het gewogen stemrecht ingevoerd waardoor ouderen nog maar weinig te vertellen hadden. Beriep de babyboomer, dat “hij het land had opgebouwd” de werkenden wreven hem onder de neus die het aan niets had ontbroken en dat hij het hards had meegedaan de planeet te verwoesten, de aarde uit te putten, de pensioenpotten leeg te eten en de biodiversiteit te vernietigen. De slopershamer van de realiteit sloeg de zichzelf verheerlijkende droombeelden aan gruzelementen.

Daarom was Carola op hoge leeftijd nog steeds aan het werk en ze klikte kordaat de valbeveiliging van Mark aan de monorail, die zich door het hele huis heen, als een hemels spoorwegemplacement, aan het plafond leek te hebben vastgezogen. De valbrekende, overal aanwezige octopus van veiligheid.

Zijn rugzak met de gyroscopische evenwichtscompensator en de valdempende airbags gespte ze los. Nu kon er weinig meer gebeuren en geruststellend tingeltangelde de pianomuziek van Chopin afgewisseld met een dixielandbandje met hen mee. Troostende tonen van jarenlange gewenning, fluweel geluid bij zijn gang naar Canossa.

Ze begon aan haar routinepraatje. ‘Ja, het is een mooie dag, hoewel er voor vanmiddag toch regen voorspeld is.’ Hij liep vandaag gewillig mee, dit keer zonder tegen te stribbelen. Zijn steeds meer opkomende driftbuien werden door de elektronische medicatie behoorlijk in de hand gehouden. De wissels van de rails schakelden bijna geluidloos boven hun hoofden naar de voorgeprogrammeerde bestemming als toppunt van lijdzaamheid.

Haar stem was ondanks haar leeftijd nog vast. Het was haar vroeger ook slecht gelukt deze man bij de waarheid te krijgen en toch zette ze dapper door. Zijn handige manier om met de werkelijkheid om te gaan had ze zelfs stilletjes bewonderd. Hoe pijnloos kon hij de waarheid smoren in een vriendelijke glimlach, een kwinkslag en met een menselijke invoeling waarmee je je gezien en vereerd voelde. Mensen konden en kunnen niet boos op hem worden, een immer glimlachende volkscharmeur, een mens van verstold begrip, de ongrijpbare paling in de emmer snot van de landspolitiek.

‘Had u het signaaltje dan niet gehoord?’ probeerde ze, terwijl ze hem behendig de lift in manoeuvreerde. ‘Ik kan het me niet herinneren’ mompelde hij zijn voorspelbare antwoord. Ze zuchtte, altijd hetzelfde, misschien straks nog een keer proberen. De lift zoefde en ze voelde de luchtstroom van de liftschacht om zich heen. Slimme openingen in vloer en plafond van de lift voorkwamen dat mensen elkaar in de lift viraal konden besmetten.
Ze besloot hem nog even te temen toen ze bij de verschoningsmachine, aangekocht vanwege niet beschikbaar zijn van menskracht, aankwamen. Honingzoet vroeg ze haar voormalige chef ‘Welke geur vindt u vandaag het prettigst? We kunnen kiezen uit seringen of stoofpeertjes.’ Hij koos het laatste en ze drukte op de peertjesknop waardoor de wissel de hangbaan in de goede richting stuurde.
Op het kruispunt van de gang richting de seringen en de stoofperen hing de onbestemde geur van voedsel en bloemenweelde. Het rook naar zaterdagavond. Hij stapte op de transportband.

- ‘Leunt u hier maar tegenaan, dan laat ik uw schoenen losklikken.’ Bijna alles ging automatisch, zodat de zorg efficient verleend kon worden. Met één persoon verschoonden ze hier tachtig mensen per uur.
- ‘Waarom moet ik mijn schoenen uit?’

- ‘U krijgt een schone broek van mij, want uw broek is vies.’
- ‘Daar heb ik geen herinnering aan’, probeerde hij, maar ze was onverbiddelijk.
Langzaam bewoog de band dieper de presenitatiegang in. De stoofpeerlucht werd bijna ondraaglijk.
- ‘Ik zie u straks als u weer lekker schoon bent’ en zij liet zijn broek tot op zijn enkels zakken. De broek bestond uit twee pijpen die van voor naar achter met een ritssluiting verbonden waren. Het had lang geduurd voordat de pantalon gespleten was in een linker en rechterdeel. Als voetballen met een gepensioneerde spits, en het ontbrekende middenveld en de links buiten en rechts binnen doen het werk. Dit maakte snel scoren erg makkelijk en de verzorging hier was er blij mee: ‘Piep maar uit!’
Hij schopte zijn broekspijpen richting de opvang bak. De scanners deden gretig hun werk. De broek had zijn afkomst en geheimen gemeld en de carrousel wist welk programma gedraaid moest worden.

Zijn valbeveiliging trok hem iets op en hij voelde de glimmende roestvrijstalen stangen in zijn knieholten. Hij bungelde onder zijn armen vastgehouden aan de stevige valriem en ervoer dat de metalen steunen onder zijn benen langzaam uit elkaar schoven. Wijd gingen ze uit elkaar.

De dames van het huis noemden dit proces giechelend de automatische gynaecoloog. De afzuigkap kwam al naar beneden en hij huiverde. Straks zou de 48 uurs luier opeens losklikken en met een doffe dreun op de afvalband vallen. De koude wind van de afzuiger zou de veilige warmte van de poepbroek verstoren. Daarom had hij er zo’n hekel aan.

Nooit had hij kunnen bevroeden dat de techniek, ontwikkeld voor koeien, nu op hem losgelaten zou worden. Het scheiden onder de staart was tot stand gekomen in de tijd van de eerste de stikstofcrisis en bleek ook uitermate geschikt voor mensen.
De verschoningscarrousel was ondanks alle bedenkingen een uitkomst gebleken: er waren gewoon te weinig mensen voor de zorg. Dat had je van tevoren eenvoudig uit kunnen rekenen, maar door het streven naar een sluitende begroting werden de kosten weg gebagatelliseerd om na jaren ingehaald te worden door de werkelijkheid.

Ze zorgden goed voor de ouderen hier. Elke luier werd onderzocht op bacteriën, schimmels, virussen en bloedsporen, en om de week werd de plas gecontroleerd. Er waren stemmen opgegaan in de volksvertegenwoordiging ‘of het niet wat minder kon’. ‘We hoeven zo een extreme ouderdom toch niet te bevorderen?’ hadden de populistische partijen geroepen. Nipt was het voorstel om de zorg terug te schroeven verworpen omdat de groep toch al door natuurlijke selectie van de vele virusplagen veel kleiner was geworden. De dorhoutstrategie had zijn werk gedaan.

De draaimolen draaide een station verder: de douchekoppen van boven en onder sproeiden behaaglijk warm water. De kleine Filipijnse wasvrouw, die net nieuw op deze afdeling was, knikte goedkeurend en zonder te kijken sprak ze:
- ‘Helemaal schoon, wel beter opletten!’ riep ze vrolijk, ‘en goed naar uw pieptoontje luisteren.’
- ‘Ik heb geen actieve herinnering aan mijn sanitairsignalen’, sprak hij vormelijk en nu hij toch in trance was, voegde hij er vinnig aan toe: ‘Ik kan overigens geen nietgehoorde signalen faken.’

Inmiddels bliezen de fans de met stoofpeertjes geodoriseerde warme lucht het geheel weer droog. Toen ze het wasbeurtresultaat inspecteerde, schrok ze en sloeg haar hand voor de mond om’wat ze niet zag’. Om de situatie te redden drukte ze snel op de niveaknop om met een schimmelwerende damp smetplekjes te kunnen behandelen. De alles verzachtende witte mist vervaagde haar beelden en gelukkig kwam een volgende bewoner er alweer aan.

Een verse luier gleed onder zijn billen en met een klik zat hij weer vast. Nu nog langs het kassastation waar een verse broek klaar hing en werd aangetrokken. Uit de luidspreker klonk met nasaal geluid de analyse van de verschoningsbeurt. ‘U heeft illegaal bitterballen genuttigd, chocomel gedronken en ook nog een glas rode wijn’. ‘Dat is dan 62 Neuro 85’. Hij keek verwonderd: hier tegen was niets in te brengen dan lege briefjes en mompelde daar ging weer een rode. ( de Neuro is de calvinistische variant van de Euro, munteenheid in landen waar de zon minder schijnt) ‘Is het alweer duurder geworden?’ riep hij in de microfoon, terwijl hij doneerde. ‘Ja, er is nu een extra toeslag voor mensen zoals u die op stiekem eten en/of drinken gedetecteerd zijn’, sprak de computerstem. Alles voor een beter milieu en uw gezondheid, goede middag.

Aan het eind van de behandeling stond Carola hem op te wachten en toen ze hem zag, voelde ze dat haar hart een sprongetje maakte en dat ze bloosde als een bakvis. Hij mopperde dat hij nu te laat was voor zijn uitstapje en bemoedigend wees ze hem erop dat daar morgen en overmorgen ook nog tijd voor was: ‘U heeft de tijd aan uzelf, fijne dag verder’ en ze liep snel weg, hem overlatend aan een collega die de verschoonde bejaarde gentleman naar de koffiekamer bracht. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen