Samenvatting
Zijn leven lang heeft Erik Prikker last van paresthesieën, ofwel, eenvoudiger gezegd, tintelingen. Elke dag komt er wel iets voorbij wat een aanslag doet op zijn prikkelbare zenuwen. Wat moest hij daarmee? Pillen slikken? Marathons lopen? Lieve hemel, nee! Er op papier iets moois van maken, dat is waar Prikker zich toe gezet heeft.
Zijn boek Paresthesieën bevat 133 beschouwingen over uiteenlopende onderwerpen: literatuur, beeldende kunst, films, religie, spiritualiteit, psychologie, filosofie, liefde, ethiek en persoonlijke aangelegenheden. Soms nemen zij de vorm aan van een column, soms van een essay en soms van een notitie. Prikker stelt vele interessante vragen, komt met scherpe oordelen en brengt de dingen tot hun kern terug.
Een citaat: ‘Het boeiende bevindt zich binnen de bandbreedte. Dat zijn de mensen voor wie het laatste woord ergens over nooit gezegd is, die steeds met iets nieuws op de proppen komen, alles aan de kaak durven stellen, maar die wel zoeken naar argumenten, naar verbanden, naar bewijs, naar relatie met wat hen omringt, totdat ze opnieuw loslaten, nieuwe verbanden ontdekken, nieuwe mogelijkheden, in het besef dat alles met elkaar te maken heeft, toch nooit helemaal klopt, maar ook dat is niet waar enzovoorts enzovoorts. Niet bepaald voorspelbaar, nooit zonder grond, that’s him...‘ Him: Erik Prikker dus.
Paresthesieën wordt afgesloten met 127 aforismen (Prikkertjes).
Erik Prikker heeft nog twee andere boeken op zijn naam staan: Dubbele Punten en Woorden tot en met eeuwigheid.