Fragment
Er zijn uit de geschiedenis van Harlingen vier raadhuizen bekend. Het huidige raadhuis is in 1731-32 gebouwd door Hendrik Norel. Daarvóór stond er een raadhuis van de hand van Rippert Lous uit ca. 1590. Bij de bouw van het raadhuis Norel kocht de stad als tijdelijk raadhuis een woonhuis aan de Hofstraat.
Het huidige stadhuis bestaat uit twee helften. De voorste helft is het raadhuis gebouwd in 1732 door de architect Hendrik Norel.
Het is zeer prestigieus en was duidelijk bedoeld om indruk te maken en om de welvaart van Harlingen te tonen.
Het bijgebouw achter het raadhuis-Norel is soberder uitgevoerd. Het is gebouwd in 1754 door stadsbouwmeester Rienstra.
Voor de bouw van het raadhuis Norel stelde de stad een bouwcommissie in. Die commissie benoemde de oud-burgemeester, en daarna vroedsman, Pier Jarigs Bretton tot oppertoezichthouder voor de bouw. Hij kocht alle materialen in en hield toezicht op de uitgaven en de voortgang.
Veel bouwmaterialen werden in Amsterdam en Zaandam gekocht. Het ging vooral om hout, dat veelal uit het Oostzeegebied werd geïmporteerd en in Amsterdam en Zaandam in voorraad was. De stenen voor het raadhuis kwamen van een steenbakker uit Berlicum in Friesland. De kleinere materialen en ook wel hout kwamen uit Harlingen zelf.
Het uiterlijk van het raadhuis Norel is lang hetzelfde gebleven. Er waren drie ingangen, de hoofdingang aan de Noorderhaven en twee zij-ingangen aan de oost- en westkant. Deze twee zij-ingangen zijn pas in 1954 vervallen en veranderd in ramen. Intern is het raadhuis in 1870 verbouwd bij de oostelijke ingangshal. In 1954 is daar nogmaals verbouwd.
×