Fragment
Nadat ze de kamer die met recht het kippenhok werd genoemd, onderzocht had en niets anders dan en leeggeroofd rugzakje vond, vroeg ze of hij niets anders had. Hij schudde zo hard nee dat ze bang was dat zijn tere hoofd los kwam en merkte het eerste verschil tussen hem een gewoon kind op. ‘Draai je hoofd nog eens naar achteren, liefie?’ Dat was nog net geen honderdtachtig graden. Als een gewoon kind dat deed dan was zijn nek gebroken. Carolien ging door haar knieën en hield tegelijk de deur in de gaten. ‘Ik kom je helpen. Ik werk voor een speciale koningin. Hoe vind je dat?’ Angy knikte met zijn beste glimlach. Het was ook zijn enige wapen.
×