Fragment
Ik lig in een diepe slaap als om kwart voor vier in de nacht op zondag 24 augustus 2014 mijn mobiele telefoon gaat. Persvoorlichting lees ik op het display. Ik kom uit bed en sta de verslaggever van het Eindhovens Dagblad te woord. ‘Kunt u meer vertellen over een grote brand bij een tankstation in Eindhoven? Ik vraag hem of hij persalarm heeft gehad. Het antwoord is nee. ‘Helaas, dan kan ik u niet van informatie voorzien. U kent onze afspraak. Geen persalarm, dan mag u met ons ook geen contact opnemen.’ De verslaggever zegt sorry. ‘Maar ik denk dat het persalarm er zo aankomt. Via bronnen weten wij dat er een uitslaande brand gaande is in het Eindhovens stadsdeel Woensel.’ Op dat moment gaat mijn pager af “Grote brand tankstation 1e Lieven de Keylaan in Eindhoven”. Ik zoek telefonisch contact met de meldkamer om te horen wat er aan de hand is. Het betreft een uitslaande brand bij een tankstation. Omstanders hebben explosies gehoord en de bovenliggende woningen worden door de brand bedreigd.
Ik kleed me snel aan en loop naar het officiersvoertuig dat ik ter beschikking heb. Ik stel de portofoon af op het juiste kanaal en meld me in als Hoofdofficier van Dienst (HOVD) bij de meldkamer Brandweer. De centralist vertelt dat er in de opschaling voor deze brand drie tankautospuiten, een hoogwerker en een schuimblusvoertuig zijn opgeroepen. Of ik ook ter plaatse wil gaan? Met mijn mobiele telefoon stuur ik een bericht uit “Grote brand tankstation #Eindhoven. De brand is uitslaand en brandweer gaat met meerdere eenheden ter plaatse”.
×