Fragment
1
Marlon, zondag
Zou Roos nog steeds boos zijn? Nee, vast niet. Marlon drukt haar gezicht tegen het grote raam van het café. Wat een drukte voor een zondagavond. Is het bier gratis of zo? Ze tuurt naar binnen en zoekt naar haar vriendin, maar kan haar niet zien. Naast haar leunt een jongen tegen de muur. Ze inhaleert zijn wietlucht en moet nog net niet kotsen. Gadverdamme. Dat spul stinkt naar verrotte spinazie, dat is niet gezond.
Vroeger zaten ze hier vaak met zijn drieën. Roos, Johan en zij. Nou ja, eigenlijk met zijn vieren. Alexandra was er ook vaak bij, maar ze negeerde die trut altijd. Dat deed Alexandra ook bij haar. Ze voelt haar maag draaien. Opnieuw krijgt ze een neiging om over te geven. Roos is haar beste vriendin. Alexandra moet kappen. Het komt door die trut dat ze uit elkaar groeien. Dom-me Alexandra die altijd zo negatief over haar praat. Alexandra de carrière-bitch die haar maar een nietsnut vindt.
Ze gromt. Vanavond moet ze Johan spreken. Hem uithoren wat Roos over haar heeft verteld. Ze moet weten of haar vriendin er al aan denkt om haar te vergeven. Dat kinderachtige gedrag is nu wel weer genoeg geweest. Roos en Johan maken samen mis-schien zelfs grapjes over haar. Op een positieve manier. Samen een biertje drinken met die twee en alles is weer goed. Het slaat ook allemaal nergens op.
Bij de ingang van het café houdt een jongen haar tegen.
‘Ben jij uitgenodigd?’ vraagt hij.
Wat is dit nou weer? Ze gaapt hem aan. Er heeft hier nog nooit een uitsmijter gestaan. ‘Ik ben hier altijd welkom.’ Ze pro-beert zich langs hem te wurmen.
‘Maar vanavond is een besloten avond.’ Hij bewaakt de entree en lijkt wel een gorilla. Er is niet langs te komen.
Ze tuurt door de deuropening naar binnen. Als Johan haar ziet zal hij haar wel binnen laten, maar het is te druk en op hem kan ze nu niet rekenen. Haar oog valt op haar vriendin. Shit! Ze doet een stapje naar achteren. Haar hart gaat sneller kloppen. Nee hè. Ze is hier echt. Samen één biertje drinken. Samen proosten en alles uitpraten. Kom op. Je kan het.
Maar nu Roos daar zo staat begint ze te shaken.
Nee! Shit! Ze is gezien en draait haar gezicht weg. Rustig ademhalen. Doen alsof ze haar niet ziet. Ze spiekt naar waar haar vriendin stond.
Roos blikt opnieuw haar kant op. Kijkt ze boos? Nee, dat niet. Roos wenkt naar haar. Lacht ze? Marlon kan het niet goed zien, maar ze kunnen elkaar niet langer blijven negeren. Dit is het moment om alles uit te praten. Ze probeert rustig adem te halen.
‘Relax Marlon,’ fluistert ze. ‘Vanavond komt alles goed. Van-avond zijn we weer beste vriendinnen.’ Ze legt haar hand op de schouder van de jongen. ‘Van mijn vriendin moest ik vanavond langskomen. Laat me er gewoon in. Ik ken de eigenaar.’
Hij blijft voor haar staan. ‘Dat zeggen ze allemaal.’
‘Ik ken de eigenaar echt! Laat me erin. Dit slaat helemaal nergens op!’ Ze mag niet eens haar stamkroeg in. Dit is dan haar straf omdat ze er een paar weken niet is geweest. Schreeuwen. Duwen. Het helpt allemaal niets. Hij blijft haar tegenhouden. Hij is stug en niet over te halen.
‘Weirdo. Ga weg!’ roept hij.
‘Roos!’ Ze zwaait.
Haar vriendin heeft haar van een afstandje gadegeslagen en loopt nu pas naar haar toe. Tegen de jongen zegt Roos dat het goed is. Hij stapt opzij.
Zo. Dat heb je goed geregeld. Waarom deed je dat niet met-een? Wilde je me eerst nog even afstraffen? Marlon probeert haar vriendin recht in de ogen aan te kijken, maar zij ontwijkt haar blik.
Binnen stinkt het naar zweet. Ze voelt zich opnieuw misselijk worden. Het is raar. Anders is het hier nooit zo druk. Wat is er aan de hand?
‘Kom mee.’ Haar vriendin schuifelt door de mensenmassa. Marlon blijft er dicht achter, bang om haar kwijt te raken. Ze houdt de lange paardenstaart voor haar goed in de gaten en probeert haar vriendin in te schatten. Roos groet bekenden en doet vrolijk. Het lijkt wel alsof iedereen haar hier kent. Marlon heeft geen flauw idee wat ze straks moet gaan zeggen. Ze zal haar haar excuses moeten aanbieden, ook al heeft ze niets ver-keerd gedaan. Haar vriendin zal dan lachen en zeggen dat het goed is. Ja, het is zo simpel. Roos heeft haar te lang genegeerd, het slaat helemaal nergens op.
Bij de bar staan ze stil. Roos doet haar staart los en haalt haar hand door het blonde haar. Haar bruine ogen kijken Mar-lon doordringend aan.
‘Wat een drukte allemaal. Wat is hier aan de hand?’ Marlon knippert met haar ogen.
‘Dit is mijn feestje.’ Roos fronst haar voorhoofd.
‘Grapjas. Nee, wat is hier aan de hand?’
Roos glimlacht opeens. ‘Gewoon. Ik heb een feestje georgani-seerd. Net zoals vroeger.’
‘Leuk.’ Marlon voelt zich duizelig worden. Waarom juist nu? En waarom is zij niet uitgenodigd? Ze wil praten, maar haar vriendin wordt door een onbekende weggetrokken van haar plek. Ze snapt er niets van en kijkt om haar heen. Het café is stampvol, maar de persoon die ze het allerliefst wil spreken laat haar in de steek. Ze zwaait naar Johan. Hij staat achter de bar en tapt meteen een biertje voor haar. ‘Dank je. Dat had ik net nodig.’ Gulzig neemt ze een slok. Ze wil nog iets tegen hem zeg-gen, maar hij is alweer druk met tappen voor andere bezoekers. Ze wacht tot hij eindelijk even tijd heeft om te praten. ‘Waarom ben ik niet uitgenodigd voor dit feestje?’ vraagt ze.
‘Neem nou eens een Facebookprofiel. Je mist steeds alle nieuwtjes. Waar ben jij trouwens geweest?’ Hij kijkt haar geïn-teresseerd aan. ‘Ik heb je al weken niet gezien. Heb je nu einde-lijk werk en geen tijd meer voor ons?’ Zijn grijze ogen glimmen.
Ze knikt en lacht naar hem. ‘Alles gaat goed. Ik heb het druk gehad met werk zoeken.’
‘Maar betekent dat dat ik je kan feliciteren? Ik weet dat je je schulden altijd inlost, maar jij weet toch ook nog dat ik geld van je krijg? Ontwijk je deze plek daarom?’
Ze schudt haar hoofd. Nieuwe gasten trekken zijn aandacht. Hij moet weer aan het werk. Ze kijkt hoe hij tien vaasjes achter elkaar tapt zonder een druppel bier te morsen. Als hij klaar is knikt hij naar haar. Zijn bruine krullen dansen met hem mee. Meestal draagt hij zijn haar in een staartje, maar nu zit het los. Het staat stoerder zo. Ze wil hem zeggen dat hij het vaker zo moet doen, maar mensen dringen haar opzij. Ze laat zich weg-duwen en loopt naar de tafel die bij het raam staat. Helaas is haar lievelingsplek bezet. Vier jongens hebben haar domein in-gepikt. Ze zien er goed uit. Ze leunt tegen de tafel en knipoogt naar een van hen. Hij heeft bruine krulletjes en een spitsig ge-zicht. Hij draait zijn hoofd weg. Lul! Dan niet, joh.
Buiten is het donker. Koplampen van een auto schijnen door de ruit. Waar Roos is, is Alexandra. Alexandra moet hier ook ergens zijn. Marlon raakt al snel afgeleid van haar gedachten. Er lopen veel mooie mannen in het café. Het is zelfs moeilijk om er eentje uit te kiezen. Ze ziet een mooi exemplaar staan. Hij heeft kort blond haar en mooie dunne lippen. Zijn zeegroene ogen schitteren. Alleen al naar hem kijken maakt haar blij. Ze stapt op hem af. Hij kijkt op en begroet haar. Ze wil iets zeggen, maar wordt van achteren weggetrokken. ‘Laat me los!’ gilt ze.
‘Laat mijn neef met rust. Meekomen jij.’ Roos sleurt haar mee naar de flipperkast en blijft daar stil staan.
Dus daar is die trut. Vurige ogen kijken haar fel aan. Alsof de duivel tegenover haar staat. Ze zucht. Roos buigt haar hoofd naar het oor van Alexandra en fluistert iets. Ze kan niet meeluis-teren en wacht af.
‘Waarom dan?’ snauwt Alexandra.
‘Houd haar in de gaten. Zorg dat ze hier blijft,’ fluistert Roos nu iets te hard.
Marlon haalt haar schouders op.
‘Marlon, doe je mee?’ Alexandra’s stem klinkt onpersoonlijk. Er zit een nijdige ondertoon in.
Waag het als ze nu over Jeroen gaat zeuren, zoals ze wel va-ker doet. Dat is al zo lang geleden. Marlon leunt tegen de kast. Ze flipperen anders nooit. Wat is dat toch? Ze knikt naar Roos. ‘Oké. Dan doen we één potje. Als jullie dit leuk vinden.’ Dit is haar kans om met Roos alles uit te kunnen praten.
Alexandra begint met het spel. Ze staat voorover over de kast gebogen en drukt als een gek op de knopjes van de flippers. Ze maakt er een hels kabaal mee. Ze moet het vaker hebben ge-daan, want de bal ontsnapt maar niet. Als een magische toverbal floept de bal steeds weer omhoog en de score blijft oplopen.
Marlon trommelt met haar vingers op de flipperkast en kijkt naar Roos. ‘Wat heb je te vieren vanavond?’
‘Nou gewoon. Dit is mijn afscheidsfeestje. Ik ga een jaar rei-zen.’
Ze voelt zich duizelig worden en ziet nog net geen sterretjes. De adem in haar keel stokt. Nee, ze hoort Roos niet goed. Zo kent ze haar vriendin niet. ‘Waarheen dan?’ perst ze eruit. Ze wil met haar praten, haar door elkaar schudden.
‘Ik ga een jaar Down Under.’
‘Down Under. Bedoel je Australië. Ga je naar kangoeroe-land?’
Alexandra luistert mee en moet lachen.
‘Australië ja. Ik ga een jaar naar Sydney.’ Haar vriendin glun-dert.
Ze slikt. ‘Waarom heb je me nooit verteld dat je zo graag naar Australië wilde?’ Haar stem is zachter dan anders.
Roos negeert de vraag en focust op de metalen bal die nog steeds alle kanten op schiet en maar niet door de flippers wil verdwijnen.
Ga nou eens een keertje af, kreng! ‘Waarom?’ herhaalt ze. Nu harder.
‘Dat weet je best.’
‘Nee. Dat wéét ik dus niet.’ Ze snapt er niets van.
‘Misschien wil ik wel reizen. De wereld zien.’
Ze wil iets rottigs zeggen, maar slikt haar woorden in. Roos kan niet zomaar verdwijnen, haar hier achterlaten. Dat zal nooit goed gaan. Dat weet ze toch wel? ‘Wanneer vertrek je dan?’
‘Morgen, dat heb ik toch al gezegd?’ Haar vriendin zucht.
‘Je bent toch niet echt boos op mij? Toch?’ vraagt ze.
‘Wat denk je nou!’ Roos verheft haar stem. ‘Hij was van mij! Diederik is van mij!’
‘Doe eens rustig. Sorry hoor. Je had helemaal niets met hem. Ik wist niet eens dat je serieus achter Diederik aanzat. Het liep zo. We raakten aan de praat… en ja.’
‘Nee. Je bent te ver gegaan. Ik ben je nu zat.’
‘Maar ik zeg sorry. Dat is toch genoeg? Er is niets ergs ge-beurd. Wat doe je nou opeens moeilijk. Het is maar een jongen. Onze vriendschap zeg je toch niet zo gemakkelijk op?’
Roos stampt met haar voeten. Haar hoofd wordt knalrood.
Opeens is Marlon het kinderachtige gedoe zat. Het is tijd voor Roos om weer normaal te doen. Ze zijn beste vriendinnen. Dat kan niet zomaar kapot gaan vanwege zoiets stoms.
‘Gaaf hè. Onze Roos gaat naar Kangoeroeland,’ gilt Alexandra opeens in haar oor. De trut is eindelijk af en het is nu haar beurt, maar trutje heeft niet door dat er eerst iets uitgepraat moet worden.
Marlon zucht. Wil iets zeggen, maar ze weet niet wat. Er zit een brok in haar keel. Ze wil hier helemaal niet zijn. Niet nu. Niet op deze manier. Roos moet zich niet zo als een kleuter ge-dragen. Roos moet inzien dat die jongen haar geen moer inte-resseert. Dat zij haar beste vriendin is. Dat zij de allerbelang-rijkste voor haar is. Vier weken zonder Roos door die stomme koppigheid was al erg genoeg. Nu vertelt haar vriendin doodleuk dat ze voor een jaar naar Australië gaat. Ze wil naar het toilet rennen en zich verstoppen voor de boze wereld, maar Alexandra duwt haar tegen de flipperkast.
‘Jouw beurt,’ beveelt Alexandra, de trut danst er overdreven vrolijk bij.
‘Oké dan.’ Ze schiet de bal het veld in. Binnen tien seconden verdwijnt die alweer in het gat tussen de witte kleppen.
‘Jij kan er echt niets van.’
‘Stom spel.’ Ze kijkt om haar heen. Roos is verdwenen. ‘Wist jij dat Roos weg zou gaan?’ vraagt ze.
Alexandra knikt.
‘Wist je dat ze heel graag naar Australië wilde gaan?’
De trut knikt opnieuw, dat kind is zo smetteloos. Zo perfect. Ze weet alles en haar kleding is ook altijd zo truttig en burger-lijk. Altijd. Ze draagt nu een saaie blouse en een krijtstreepjes-broek. Om te kotsen. Hallo, je bent in een café hoor. Dit is veel te netjes gekleed voor een avondje stappen. En dan nog dat stomme glaasje sap. Drink nou eens bier. Of neem op zijn minst een wijntje, of een cocktail. Sinaasappelsap is voor watjes. Ze voelt een neiging opborrelen om er stiekem een scheutje wodka door te doen, misschien wordt Alexandra dan iets aardiger. Ze schudt haar hoofd. Ze heeft helemaal geen zin om met Alexan-dra te praten en staart zwijgend naar het flipperspel.
Roos staat iets verderop bij een paar meiden, ze besluit om ernaartoe te lopen.
‘Marlon, laat me genieten van mijn feest. Ga nou niet irritant lopen doen.’ Roos kijkt fel. ‘En geef eens toe. Je ziet Diederik nog steeds, toch?’
Ze knikt. ‘Wat is daar mis mee? We zijn gewoon.’ Ze kan haar zin niet afmaken, Roos duwt haar weg.
‘Wat wil je nou? Laat me met rust! Ik wil niets meer met jou te maken hebben! Hij was van mij!’ roept Roos.
‘Weet je wat? Ga morgen maar lekker naar Australië! Ik hoef je nooit meer te zien!’ Ze duwt mensen opzij en baant zich een weg naar de uitgang.
Buiten blijft ze stil staan en kijkt naar het raam. Roos kan de pot op. ‘Ga maar lekker naar Australië! Ik hoef je echt nooit meer te zien! Laat me maar alleen!’ schreeuwt ze.
×