€ 24,50

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Sfeer

krachtenveld of stemminmg

Jan H. Fondse • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Waar komt toch die ongerichte woede vandaan? Die licht opvlambare woede die wordt botgevierd op alles en iedereen die zich binnen het bereik van demonstranten en meelopende relschoppers bevindt? De sfeer van een demonstratie kan in een oogwenk omslaan van vreedzaam en gezellig naar molest en vernielzucht.
    Als we willen begrijpen hoe dit mogelijk is zullen we de spade diep moeten steken. Niet om te moraliseren, maar om de verhalen te horen. Socrates eindigt daarom zijn dialoog met een beroemde laatste zin: “Laten we morgen vroeg weer bijeenkomen”. Het bijeenkomen om elkaars verhalen te horen en door te geven of geschiedenissen te delen is van groot belang. Want wanneer we de kleinere verhalen niet meer rondkrijgen, komt tevens de levensvatbaarheid van het grotere sociaal-politieke verhaal in gevaar.
    Hebben we ergens in de geschiedenis een verkeerde afslag genomen of zijn we het spoor bijster geraakt? Van onze door algoritmes gedreven routeplanner zoals tom-tom krijgen we in zulke gevallen een radicaal advies: Keer om en ga terug. Maar ook wie teruggaat maakt weer een nieuwe reis.
    Dit essay kan als reisgids dienen.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 422
    Uitgeverij : Peripateticus
    ISBN : 9789083225906
    Datum publicatie : 01-2022
  • Inhoudsopgave
    1. Voorwoord 9
    2. Inleiding 15
    3. Eerste kardinale punt 19
    4. Publieke sfeer, de overheid 38
    5. Private sfeer, de markt 64
    6. Privé als derde sfeer, vrijwilligerswerk 83
    7. Het samenspel dat samenleving heet 104
    8. Vrijwilligerswerk 154
    9. Het krachtenveld 199
    10. Het einde als begin 248
    11. Tweede kardinale punt 309
    12. Weldadigheid en Humaniteit 348
    13. Volgend kardinaal punt 367
    14. Bijlagen 399
    15. Lijst van afbeeldingen 410
    16. Geraadpleegde literatuur 412
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 24,50

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

De kern van dit essay is de poging een bijdrage te leveren aan de ethiek in het vrijwilligerswerk. Per se niet de ethiek vàn vrijwilligerswerk als verschijnsel, maar ín vrijwilligerswerk, over de mensen hun handelen én het nalaten, de gevoelens, de betrokkenheid, de teleurstellingen en vooral de voldoening in het vrijwilligerswerk. Deze laatste waarden overstijgen de idee van maakbaarheid, zij vallen in de categorie van toegiftverschijnselen. Vrijwilligerswerk wordt nog steeds wel aangeduid als liefdewerk-oud-papier, maar door dit werk, weliswaar onbezoldigd toch als volwaardig, vol van waarde, te erkennen met de naam ‘De Derde Sfeer ’, krijgt het vrijwilligerswerk de verdiende plek in onze maatschappij.
De derde sfeer
Naast de publieke en de private sfeer verdient ook het vrijwilligerswerk het om als een nevengeschikte sfeer aangeduid te worden. Immers, de gevleugelde worden: “zonder vrijwilligers staat de hele wereld stil”, kan niet genoeg de noodzaak van deze derde sfeer uitlichten. Het is weliswaar onbezoldigd werk, maar de beloning is er wel degelijk, zij bestaat uit voldoening, waardering en bevordert saamhorigheid.
In het hoofdstuk ‘Het samenspel dat samenleving heet’ komen de publieke sfeer, de private sfeer en de privé sfeer samen.
Paradigma
Laatst hoorde ik iemand (Rotmans, 2014) zeggen: het is geen tijdperk van verandering, het is een verandering van tijdperk. We komen niet meer weg met een paradigmaverschuiving, het zal radicaler moeten: een paradigmawisseling. Een nieuw paradigma waar we uit de IJzeren Kooi van Weber (Weber, 1994) zullen breken, waar we afscheid nemen van het fordisme, het lopende-band-werk en het einde van het Mechanicistische Wereldbeeld. (Dijksterhuis, 1980) Waarschijnlijk zal het de overgang worden van het dominante van Fysis naar Bios , die zo meer tot haar recht komt, zoals Harry Kunneman voorstelt in zijn ‘Nieuwe Menswetenschap’. Inmiddels zijn er ook wat ideeën over andere leiderschapsstijlen zoals het Rizomatisch leiderschap (zie blz 174 ). Daar wordt het mechanicistische wereldbeeld vervangen door het organicistische wereldbeeld, reeds Hippocrates was de vader van de organicistische beschouwingswijze.
Ook de structuren zoals de lijnstructuur, de matrixstructuur en de netwerkstructuur kunnen vervangen worden door structuren zoals een rizomatisch verband. Ook een coöperatieve werkwijze gooit hoge ogen. Als duidelijk wordt dat burgers de maatschappij waarin we samen leven niet meer begrijpen dan moeten deze signalen serieus genomen worden.
Ruimte, leegte en falen
Daar is ook experimenteerruimte voor nodig, veel ruimte, maar op kleine schaal. Zoals bijvoorbeeld een klein project in een klein dorp van een kleine gemeente in een kleine provincie in een klein land. Dit essay is een verkenning van die ruimte. Daarin werkt de privé sfeer en is de vrijwilliger nodig, eigenlijk de liefhebbers, maar dat is toch hetzelfde? Want vrijwilligerswerk is werk dat eerder liefdewerk-oud-papier genoemd werd. De Liefde, jazeker!
Want zoals Spinoza dat reeds beschreef: Liefde is de blijdschap van een voorstelling van een oorzaak buiten jezelf. (Verhoeven, 2001) Blijdschap; zeker niet het chagrijn van de muren waar je tegen aan loopt of waar je van het kastje naar toe wordt gestuurd. Deze liefde moet onderscheiden worden van de ‘Eros’ , de biologische aandrift, genoemd naar Eros, de god die je seksuele begeerte prikkelt. Eros is veel onpersoonlijker dan verliefdheid zoals de troubadours het zagen en het ‘Amor’ noemden. De derde vorm van liefde de ‘Agapè’ is een gedrevenheid waarin de persoonlijke factor niet meespeelt zoals bij Amor. Het is een haast religieuze gedrevenheid, het zich bekommeren om de naaste en die ook in zijn of haar waarde laten.
Alleen zo is het mogelijk uit de verstikkende draaikolk van eigenbelang, identiteitspolitiek en het moraliseren van vooral de ander te komen en te bouwen aan een samenleving waarin mensen dienstbaar en dus - dat is de paradox - vrij zijn. Het woord dienstbaarheid is tot op het bot versleten en te vaak tot het nepgoud van klinkende oneliners in filmpjes, evaluatierapporten en talkshows geworden. De dienstbaarheid van de vrij-williger slaat aldus meer op het ‘vrij’ dan het willen. Deze vrijheid ‘koop’ je niet door je dienstbaarheid maar beleef je als een toegiftverschijnsel.
Experimenteerruimte is nodig om nieuwe wegen te vinden om vragen te laten landen, vragen die verder gaan dan meer of minder marktwerking, meer of minder overheid(sbemoeienis), vragen die leidend zijn in de zoektocht naar eigenheid. Niet laten verlammen in de oneigenlijke keuze tussen een ‘supermarkt’ (zoals de VS) en een ‘superstaat’ (zoals China) maar een eigenheid ontwikkelen die verweven is met de verzorgingsstaat die we niet willen opgeven. Net zo als het lijden wordt ook falen en feilen buiten onszelf geprojecteerd. Dan leggen we verantwoordelijkheid bij de ander en gaan we op zoek naar een schuldige. Of hoort bij experimenteren de vrijheid om niet alles tevoren vast te leggen. Zodanig dat er nog ruimte voor de feilbare homo ludens gelaten wordt? (Denys, 2020)
“Gelukkig heb ik daar geen verstand van”. Misschien kent u ze wel, de mensen die met zo’n uitspraak een mystieke leegte scheppen, om daarmee een superieure vorm van kennis te suggereren. Cornelis Verhoeven (Verhoeven, 2001) noemt dit mild de ‘docta ignorantia’ en gaat over tot de orde van de dag. Jean-Paul Sartre is feller, scherper en noemt het ‘mauvaise foi’ (kwade trouw, letterlijk ‘slecht geloof’): het feit dat mensen geen keuzes durven maken omdat ze bang zijn voor de consequenties ervan. Ze ontlopen hun verantwoordelijkheid en verschuilen zich achter dingen als het geloof. Sartre stelt de keuzevrijheid van de mens echter centraal. Je kiest als mens je eigen bestaan niet, maar je kunt je wel ontdoen van de bagage die je meekrijgt. Je levensdoel staat niet van tevoren vast zoals bij religies, maar je maakt zelf allerlei existentiële keuzes in je leven. Je kunt die verantwoordelijkheid niet ontlopen: de mens is gedoemd tot vrijheid.
Door op safe te spelen, de meest voor de hand liggende keuzes te maken, te doen wat iedereen doet, zie je de vele andere keuzemogelijkheden niet meer. Je bent dan meer de speelbal van de omstandigheden dan iemand die bewust leeft en kiest. Veel mensen houden stug vol dat ze andere keuzes zouden willen maken, maar dat er nu eenmaal allerlei hindernissen zijn die dat onmogelijk maken. Dit is precies het tegenovergestelde van ruimte scheppen voor experimenten. Dit is het vernietigen van creativiteit, het doodmeppen van vernieuwing met de hoogmoed van arrogantie en alles bij het oude te laten en ooit beproefde mechanismen intact te houden.
Het grootste deel van onze tijd en energie besteden we aan het najagen van succes, zodanig dat er weinig tijd over is om bewust na te denken, om te voelen wat we echt willen en om bewuste keuzes te maken. Dit essay gaat over die keuzevrijheid, moed en waarden om het juiste te willen doen. Het gaat over een positieve kijk op de invloed van geluk, vriendschap en waarheid voor het bereiken van persoonlijke keuzes en levensdoelen. Daar is experimenteerruimte voor nodig. En daar zijn anderen bij nodig.
Die ruimte is een ‘fata morgana’ geworden die niet past in dit tijdperk van neoliberalisme (waarvan de houdbaarheidsdatum inmiddels is verstreken). In die ruimte gaat het over niet-maakbare waarden die ‘soft’ genoemd worden, maar die essentieel zijn voor ... ×
SERVICE
Contact
 
Vragen