Samenvatting
Hoe word je jezelf als iedereen al denkt te weten wie je bent?
Theo groeit op in een keurig christelijk gezin in Schiedam, waar regels duidelijk zijn en dromen vooral bescheiden moeten blijven. Maar diep vanbinnen borrelt iets anders: een onrust, een nieuwsgierigheid, een verlangen naar ruimte.
Van de Maasboulevard met zijn brommer tot de LTS, van koude nachten op de hei tot warme kameraadschap in het leger — steeds zoekt hij naar een plek waar hij mag ademen.
In Spiegels liegen nooit kijkt Theo terug op de kronkelende weg die hem vormde.
Met humor, eerlijkheid en een scherp oog voor detail vertelt hij over de mensen die hem raakten: Harm, die van zijn kwetsbaarheid een kracht maakte; Ton, met wie hij rilde onder paardendekens; leerlingen die hem lieten zien dat groei nooit stopt.
En over dat jongetje dat hij ooit was — te groot voor het hokje waar hij in werd gezet.
Dit is geen heldenverhaal. Dit is een menselijk verhaal.
Over zoeken, struikelen, doorgaan en uiteindelijk begrijpen dat je niet hoeft te blijven waar je begon.
Voor iedereen die ooit heeft gevoeld dat er meer in hem zit dan de wereld ziet.