Fragment
Mijn vader had geen zachte start.
Zijn moeder overleed in het kraambed.
Zijn broertje werd stilgeboren.
Hij was vijf.
Eén dag.
Twee verliezen.
Hij groeide niet op met een moeder die herinneringen maakte. Hij groeide op met een verhaal dat al voorbij was voordat het begon.
Daarna kwamen het weeshuis, de oorlog en werk dat je handen ouder maakt dan je gezicht.
En ergens onderweg verloor hij een teen. Niet symbolisch. Gewoon weg.
Het was een tijd waarin dingen gewoon kwijt konden raken.
Als dit nu gebeurt, krijg je een Netflix-serie, een traumapodcast en een TED-talk over intergenerationeel systeemfalen.
Hij kreeg een paar schoenen die niet meer goed zaten.
En humor.
Dat was zijn gereedschap.
“Ze kunnen je tegen de grond slaan,” zei hij,
“maar er niet doorheen. Je staat altijd weer op.”
Hij zei het niet zwaar. Hij zei het terwijl hij zijn veters strikte. Alsof opstaan gewoon hoorde bij de dag.
×