Fragment
Te zoute aardappelen
“Ze zijn weer te zout,” zei hij, zonder op te kijken van zijn bord.
Nelleke zweeg. Ze wist het al toen ze proefde, maar hoopte dat hij het dit keer niet zou zeggen. Toch kwam het. Zoals altijd. Vlak na de eerste hap, met dat vlakke gezicht van hem. Alsof het een natuurwet was.
“Ik heb niet eens extra zout gebruikt,” mompelde ze.
“Dan zal het wel aan de aardappelen zelf liggen.” Hij prikte er nog een aan zijn vork. “Of aan jou.”
Ze stond op, nam haar bord mee naar het aanrecht en leegde het met een tik in de vuilnisbak. Ze had geen honger meer. Het metaal van de vork tikte tegen zijn tanden, het mes kraste langs het bord. Hij at rustig verder, alsof haar bewegingen betrekking hadden op de meubels en niet op haar.
Sinds de kinderen het huis uit waren, was het stiller geworden.......................................................
×