Fragment
Een zwerver, genaamd “Gasser”, heeft geen inkomsten en slaapt meestal onder een brug of breekt ergens in om de nacht door te komen. Deze keer valt zijn oog op een fabriek op een verlaten industrieterrein. Hij zoekt een geschikte plek in het met prikkeldraad voorziene hek, trekt zijn jas uit en gooit die over een lager gedeelte van de versperring.
Met een aanloop springt hij tegen het gaas en klimt naar boven. Het lukt hem vrij aardig en met zijn jas in de hand laat hij zich neerdalen. Een meter of tweehonderd verderop bevindt zich een machinefabriek. Alle deuren zijn gesloten.
Hij loopt om het gebouw en ziet een klepraam op een kier staan, precies boven het dak van een fietsenhok. Een kleine klimpartij is voor hem geen probleem en hij wurmt zich door het raam. Het is aardedonker in de fabriek maar door een beetje maanlicht ziet hij een aantal grote kisten staan, waar hij behendig opspringt. Het deksel dat erop lag schiet onder Gasser’s gewicht van de kist af. Hij knalt er met volle kracht in waarbij hij zijn benen schaaft en zijn schouder behoorlijk bezeert. Met felle pijn in de schouder en geschaafd rechterbeen ligt hij in de kist en kan er niet meer uitkomen.
’s Morgens, wanneer de fabriek weer gaat draaien, worden de kisten door de werknemers dichtgespijkerd en gereedgemaakt voor verzending. Na in het magazijn te zijn gearriveerd,........................
×